ColumnSander Schimmelpennick

Door de politiek is belastingontwijking en -ontduiking genormaliseerd: wat de superrijken mogen, mag ik ook

null Beeld

Het zal ongetwijfeld aan mijn zoekgeschiedenis liggen, maar wanneer ik YouTube openklik krijg ik steevast filmpjes van zogenaamde ‘finfluencers’ te zien. Deze financiële influencers zijn lieden die de kijker ongevraagd financieel advies geven en de suggestie wekken dat je een sukkel bent wanneer je niet in vastgoed, aandelen of cryptocurrencies zit. Dit alles om klantjes voor hun eigen cursussen en adviespraktijk te werven, uiteraard.

Los van het feit dat deze paljassen Harry Mens nog zouden verleiden tot meewarig hoofdschudden, zijn zij een symptoom van een steeds groter wordend probleem: de totale loskoppeling van vermogen en verdienste. Wie de man op straat vraagt hoe je rijk wordt, zal nog altijd horen dat dat door hard werken is. In werkelijkheid daalt het aandeel van ons vermogen dat is gerelateerd aan werk al decennia, terwijl het aandeel van erfenissen en vermogensrendement groeit.

In Nederland gaat een relatief lage inkomensongelijkheid samen met een extreem hoge vermogensongelijkheid, volgens de Wereldbank zelfs de hoogste ter wereld. Dat lijkt tegenstrijdig, maar is een logisch gevolg van onze manier van belasting heffen (vooral op salaris en niet op kapitaal) én de royale verzorgingsstaat. De lagere inkomens voelen daardoor namelijk geen noodzaak om vermogen op te bouwen; de staat is het vangnet. Het kan dus geen verrassing zijn dat de pragmatische Nederlander zo’n beetje het minste van heel Europa werkt; hij weet dat werken maar matig loont. De overweldigende hoeveelheid vrije tijd besteedt hij steeds meer aan vermogensbeheer; half Nederland bestaat inmiddels uit hobbybeleggers en -vastgoedontwikkelaars.

Ons belastingstelsel heeft een renteniersklasse gecreëerd, voor wie geld steeds minder gerelateerd is aan werk, maar een gegeven dat je goed moet beheren om een zorgeloos leven te leiden. Waar hun ouders gewoon een leuke baan wilden, is een flink deel van mijn generatie gefocussed op het laten renderen van hun vermogen, in de wetenschap dat hun salaris hen niet rijk gaat maken. Of je nu drie- of vijfduizend euro in de maand overhoudt, het gaat er toch wel uit, zo luidt de redenatie. Daarnaast bestaan er gerechtvaardigde zorgen over hun pensioen, waarvoor ze alternatieve potjes maken. Toch begint de hoeveelheid tijd die mensen steken in het managen van hun centjes ongemakkelijk te worden: je eigen vermogen managen is geen werk.

Daar komt bij dat de belastingmoraal bij veel van deze vermogensscharrelaars problematisch is. Online wemelt het van de libertarische yuppen die het idee hebben dat internet money, anders dan in de fysieke economie, onbelast en onzichtbaar dient te blijven. Met onzichtbaar gehouden rendement op (crypto)vermogen of bijvoorbeeld Airbnb-inkomsten worden online portemonneetjes gevuld, die net zo snel weer geleegd worden; niks lekkerder dan wat zwart speelgeld in de cloud.

De cryptobonanza van de afgelopen tijd heeft die trend versterkt. Niet alleen de krankzinnige prijsstijgingen staan bol van het testosteron; veel leden van de crypto-community hangen een ideologie aan die de staat en belastingen ziet als parasitair en onwenselijk. Voor cryptolibertariërs en tech-anarchisten, politiek aangetrokken tot extreemrechts, is belastingontwijking daarmee een morele plicht. Velen van hen verzwijgen hun woekerwinsten voor de belastingdienst; met zijn valse ideologie legitimeert de cryptolibertariër zijn egoïsme.

De manier waarop schrikbarend veel Nederlanders over belastingen spreken, laat zien hoe schadelijk het gedogen van belastingparadijzen en belastingontwijking door grote bedrijven en rijke individuen is geweest. Doordat de politiek maar geen vuist weet te maken tegen de internationale fiscale race to the bottom, met daarin een gênante rol voor Nederland, is belastingontwijking en -ontduiking langzaamaan genormaliseerd. De egoïstische fiscale moraal raakt nu gedemocratiseerd: als de superrijken het mogen, mag ik het ook. Met de huidige technologie is het vermijden van belasting bovendien makkelijker dan ooit.

Sinds de jaren tachtig is ons verteld over trickle down economics: wanneer grote bedrijven en rijkelui belastingkorting krijgen, worden we daar allemaal beter van. Die theorie is niet alleen volslagen onzin gebleken, het zorgt nu ook voor een morele crisis. Het enige dat namelijk trickled down blijkt te zijn, is egoïsme.

Sander Schimmelpenninck is journalist en ondernemer.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden