Column Aaf Brandt Corstius

Door de jaren heen is Aaf gegroeid, als Ik vertrek-kijker én als mens

Ik vertrek is als programma inmiddels zo’n instituut dat bepaalde afleveringen onder de bestudeerders bekendstaan als iconisch. Zelf reken ik, en ik weet dat ik daar niet alleen in sta, tot de iconische afleveringen bijvoorbeeld het verhaal van Sjaak en Irma, het stel dat met zeventig vogels verhuisde naar Drávafok, Hongarije, zonder ooit in Hongarije te zijn geweest.

Ik doe ook aan zelfstudie als Ik vertrek-kijker, en ik stel bij mezelf vast dat ik ben veranderd door de jaren heen. Vroeger kon ik alleen maar van het programma genieten als alles misging; het dak moest doorzakken, er moest asbest gevonden worden, de burgemeester moest elk plan tegenwerken, de rioolbuizen moesten knappen, het liefst tegelijk met het huwelijk, en de kinderen moesten verwaarloosd achter een Nintendo zitten.

En zo ging het jarenlang; alles ging altijd mis. Maar wij Nederlanders zijn opgevoed door dit programma; mensen gingen hun emigratieplannen veel beter voorbereiden. Te goed. Zo verkochten ze hun huis in Meppel al vóór ze een bouwval in Nantes kochten, en ze leerden ze ook weleens de taal. Er werden plots volwaardige bed and breakfasts en naaktcampings uit de grond gestampt. Het riool bleef heel. Het huwelijk ook; er was veel sprake van gelukkig proosten op een mooie toekomst op een Italiaanse berg.

Ik vond er geen zak aan.

Maar nu heeft het programma een nieuwe vorm gevonden die het houdt tussen succesverhaal en drama. Dit durf ik te stellen naar aanleiding van de aflevering van deze week, het slot van het tweeluik over Hans en Karin, een oranjeverbrand stel uit Capelle aan den IJssel dat op Bonaire een miniadventuregolfbaan wilde openen. Zoals uit de voorgaande zin al blijkt, was dat verhaal niet in één aflevering te vertellen. De kenners hebben deze week het slot gezien. Iconisch is een klein woord.

Alles wat je je kunt voorstellen dat er kan misgaan met het opzetten van een miniadventuregolfbaan op Bonaire ging mis, en ook alles wat je je niet kunt voorstellen, zoals dat Hans en Karin hun zelfgebouwde huis drie meter naar rechts moesten verplaatsen. Die plotwending had ik nog nooit voorbij zien komen in Ik vertrek. Een opgezet hondje ook niet, en ook dat speelde een rol, al was het met stil spel, maar omdat de regie van Ik vertrek grenst aan genialiteit, werd het hondje via vele shots een thema.

En dan lopen er aan het eind van het verhaal toch mensen te miniadventuregolfen onder de verzengende Bonairiaanse zon, en kunnen Hans en Karin, inmiddels met volledig gelooide huid, proosten in hun jacuzzi.

En ik was blij voor ze. Terwijl ik het vroeger jammer had gevonden dat alles gelukt was. En zo merk je dat je ook groeit als mens, als je maar genoeg Ik vertrek kijkt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.