Column Arthur van Amerongen

Doodskater: Ik wil dus dood, en het is niet de eerste keer dat ik verlang naar de sereniteit van het graf

Het is noodweer in de Algarve en ik verlang naar het einde.

Met Pasen was alles nog prima hoor, en juichte ik hemelhoog. 

Wein, Weib und Gesang, oesters & venusschelpen, de voetjes in de zee en dit alles onder een magistrale stralende zon.

Na zo’n zwelgerij van drie dagen komt de onvermijdelijke man met de hamer. Ik ben dan nog steeds dronken terwijl ik weer aan het werk moet, onder barre omstandigheden.

Het gebulder van de Atlantische Oceaan is gekmakend, mijn huisje trilt in zijn voegen, het dak lekt en de honden sluipen nerveus rond want die vrezen de weergoden. 

Met de meisjes naar buiten gaan is geen optie. De Ria Formosa is één grote blubberpoel en ik zou uren bezig zijn met het schrobben van de zwavelklei uit hun vachten en poten.

Het is zo koud dat ik de houtkachel heb moeten aansteken, een zeldzaamheid eind april.

De methode van ‘the hair of the dog’ paste ik op dag twee en dag drie al toe. De alcohol in het lichaam wordt dan bestreden met nog meer alcohol, in de vorm van een vloeibaar ontbijt.

In vrijwel elke taal bestaat een variant van ‘de haar van de hond’, behalve in het Nederlands. De Duitser drinkt een Konterbier, de Deen een reparationsbajer en de Chinees (toch al behept met het afwijkend enzymsysteem ADH ofwel alcoholdehydrogenase) verzuipt de kater met het ‘drankje dat je ziel terugbrengt’.

Mijn streekgenoten pakken ‘s ochtends een rebatida, een optater.

Nog mooier vind ik de uitdrukking matar o bicho, het vermoorden van het insect. Dan drink je een neut op de nuchtere maag al valt dat ritueel niet noodzakelijkerwijs onder katerbestrijding maar eerder in de categorie Portugese gezelligheid.

Ik wil dus dood. 

Nou is het niet de eerste keer dat ik verlang naar de sereniteit van het graf. 

Daarom weet ik dat ik deze beproeving uit moet zitten als een gevangenisstraf, met ouderwetse krijtstreepjes op de muur.

Inmiddels liggen de honden te dromen en te ruften voor de houtkachel en ik denk aan dat liedje van Ramses Shaffy: maar we leven nog, maar we leven nog en we leven nog, dus niet zeuren.

Ik zag hem kort voor zijn dood op een terrasje vlakbij zijn laatste woonst: het Dr. Sarphatihuis in Amsterdam. 

Ramses staarde zielsgelukkig naar de bel wijn op zijn tafeltje. De lieve schat haalde uiteindelijk de gezegende leeftijd van 76. 

 Daarom is het tijd voor een Bloody Mary. En ophouden met  zeuren.

Beeld Gabriël Kousbroek
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden