Opinie

Donorwet wringt met lichamelijke integriteit

Zonder duidelijk wettelijk kader en adequate voorlichting is het voorgestelde donorregistratiesysteem in strijd met het grondrecht op lichamelijke integriteit.

Beeld ANP

Als het aan Dijkstra's wetsvoorstel ligt, moeten we straks allemaal een keuze maken om wel of niet als orgaan-donor geregistreerd te staan. Doen we dat niet, dan maakt de overheid de keuze voor ons. Wringt een dergelijke keuzeplicht met het recht op lichamelijke integriteit? Een analyse van artikel 11 Grondwet, waarin dit grondrecht is neergelegd, maakt duidelijk dat dat het geval is en wel op meerdere niveaus.

Uit de grondwetsgeschiedenis en jurisprudentie blijkt dat het recht op lichamelijke integriteit burgers primair bescherming biedt tegen inbreuken op hun lichaam door anderen, tenzij zij daar expliciete en geïnformeerde toestemming voor hebben gegeven. Bovendien werkt dit grondrecht volgens de wetgever na de dood door. De Raad van State oordeelde in 2013 dan ook dat Dijkstra's wetsvoorstel, dat uitgaat van vooronderstelde in plaats van expliciete toestemming, inbreuk maakt op het grondrecht op lichamelijke integriteit.

Geïnformeerde toestemming

Het recht op lichamelijke integriteit is echter niet absoluut. De formulering van artikel 11 laat ruimte voor wettelijke inperkingen van dit grondrecht. Dijkstra's wetsvoorstel kan precies als zo'n wettelijke inperking worden gezien. Toch zullen Eerste Kamerleden, wanneer zij binnenkort moeten oordelen over dit wetsvoorstel, het recht op lichamelijke integriteit niet geheel naast zich neer kunnen leggen. Bij weging van de belangen die bij actieve donorregistratie in het geding zijn, dient de lichamelijke integriteit als grondrecht veel gewicht in de schaal te leggen.

Daarbij moeten Eerste Kamerleden niet alleen bezien of vooronderstelde toestemming van de overledene grondwettelijk gezien voldoende basis biedt voor orgaanuitname. Ook dienen zij zich af te vragen of er wel sprake is van een geïnformeerde toestemming van donoren, zoals de ratio van artikel 11 eist. Die vraag is essentieel gezien de manier waarop het wetsvoorstel mensen verplicht om een keuze te maken.

De recente beslissing van de Reclame Code Commissie over de overheidscampagne voor orgaandonatie stelt op dat punt niet gerust. Enkele dagen voor de Tweede Kamer het wetsvoorstel aannam, oordeelde de commissie dat de overheid op haar voorlichtingssite onvoldoende duidelijk maakt wat wordt bedoeld met orgaandonatie na 'overlijden'. In de praktijk zijn veel donoren niet in traditionele zin dood wanneer hun organen worden verwijderd, maar hersendood. Volgens de commissie is die informatie essentieel voor de beslissing of men zich als donor laat registreren.

Hersendoodprotocollen

Op zich is dit probleem makkelijk te verhelpen door de informatie op de overheidssite aan te passen. Maar de kwestie legt een veel dieper probleem bloot. De vraag is hoe geïnformeerd burgers kunnen zijn ten aanzien van een hoogtechnologische praktijk waarbij de ontwikkelingen in razendsnel tempo op elkaar volgen en telkens nieuwe morele dilemma's opwerpen. Zelfs de wetgever kan het tempo niet aan. Daarom laat de Wet op de orgaandonatie het aan wetenschappelijke commissies om periodiek de hersendood te definiëren in zogeheten hersendoodprotocollen.

En daarom wordt in diezelfde wet met geen woord gerept over een alternatieve manier om de dood vast te stellen, die volgens de Gezondheidsraad al in ruim de helft van de gevallen wordt toegepast. Het gaat om geregistreerde donoren die (nog) niet hersendood zijn, maar wel uitbehandeld en bij wie een aanstaande dood is te verwachten. Met het oog op orgaanuitname kunnen deze donoren worden losgekoppeld van de beademingsapparatuur, waardoor op zeker moment een hartstilstand zal plaatsvinden. Zodra de hartstilstand onomkeerbaar wordt geacht te zijn, worden de organen verwijderd. In Nederland wordt momenteel een wacht-periode van 5 minuten na de hartstil- stand als het absolute minimum gezien om aan de dead-donor-rule te kunnen blijven voldoen. Deze periode staat evenwel onder druk wegens het nijpende tekort aan organen.

Donatie aan de wetenschap

Kortom, de ontwikkelingen op dit terrein gaan razendsnel. Bovendien neemt de waarde van lichaamsmateriaal alleen maar toe. Niet alleen voor mensen voor wie een nieuwe nier een kwestie van leven of dood is, maar ook bijvoorbeeld voor biomedische wetenschappers die staan te springen om menselijke weefsels waarmee zij onderzoek kunnen doen. Zal in de toekomst vooronderstelde toestemming ook voldoende worden geacht voor postmortale donatie van lichaamsmateriaal aan de wetenschap? Dat dit geen ongegronde vrees is, wordt geïllustreerd door het Belgische geen-bezwaarsysteem, dat steevast wordt opgevoerd als positief voorbeeld voor Nederland. Zonder dat veel Belgische burgers daar erg in hadden, is de regelgeving in 2008 zo aangepast, dat hun vooronderstelde toestemming nu ook geacht wordt te gelden voor donatie van hun lichaamsweefsels aan de wetenschap.

Deze ontwikkelingen maken duidelijk dat geïnformeerde toestemming in het geval van postmortale orgaandonatie een relatief begrip is. Als zelfs de wetgever achter de feiten aanloopt, hoe kun je dan van burgers verwachten dat zij weten waarmee zij, al dan niet stilzwijgend, instemmen? Zo dreigt een systeem van actieve donorregistratie niet alleen stilzwijgende toestemming mogelijk te maken, maar ook ongeïnformeerde toestemming voor orgaanuitname.

Mocht de Eerste Kamer Dijkstra's wetsvoorstel aannemen, dan dient de voorlichting over orgaandonatie aanzienlijk te verbeteren. De introductie van een keuzeplicht voor de burger schept in die zin ook een informatieplicht voor de overheid. Daarbij zou de wetgever het voortouw moeten nemen door helderheid te verschaffen via het wettelijk kader en duidelijkere garanties te bieden. Zonder deze aanpassingen kan geoordeeld worden dat het wetsvoorstel in strijd is met het recht op lichamelijke integriteit.

Britta van Beers is universitair hoofddocent rechtsfilosofie aan de Vrije Universiteit. Zij is auteur van het commentaar op artikel 11 Grondwet voor www.nederlandrechtsstaat.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.