Column Joost Zaat

Dokters, schrijf duidelijkere briefjes

Het was rustig in de praktijk zodat ik een specialist in een kliniek elders opnieuw kon bellen om een toelichting op een onduidelijk briefje. De patiënt was daar zonder mijn verwijzing naar toegegaan voor zorg die niet in het basispakket zit. Maar nu vroeg die specialist achteraf om een verwijzing. Er was iets gevonden waardoor zijn behandeling binnen de basisverzekering kon vallen. Kan gebeuren, maar dan wil ik graag iets meer lezen dan alleen het ene woordje ‘cataract’. Ik sta dus inmiddels voor de tweede keer in de wacht. Na tien minuten blijkt de dokter er niet te zijn. Ik heb wel meer te doen en schrijf dus de verwijsbrief met daarin mijn gemopper.

Even later krijg ik via een andere patiënt een mail van een psycholoog met een brief met het verzoek voor drie extra verwijzingen: gynaecoloog, logopedie en nóg een psycholoog of psychiater. Zonder mijn verwijzing gaat de verzekering die niet vergoeden. Eerder had ik dat verzoek geweigerd omdat die brief alleen standaardzinnen bevatte. Daar werd ik behoorlijk kriegelig van en verzocht de behandelaar toen telefonisch om een echte brief met duidelijk verzoeken waarom ik zou moeten verwijzen. Na bijna 1,5 maand heb ik nu dezelfde – geantedateerde – brief met een paar extra toegevoegde woordjes. Ik geef het op en schrijf twee van de drie gevraagde verwijzingen. Naar een psycholoog hoeft ze inmiddels niet meer.

Het kan ook anders. Een paar weken nadat ik een patiënt verwees voor advies over de behandelopties voor haar ‘versleten knie’ krijg ik een prima brief in mijn elektronische postbus. Die orthopeed geeft een nette wetenschappelijke onderbouwing van zijn beleid om zelfs geen injectie te geven: die veel gebruikte injecties met corticosteroïden laten het kraakbeen in een ‘versleten’ knie alleen maar sneller dunner worden. Doe dus niets is zijn devies. Voorlopig geen behandeling anders dan bewegen en af en toe een paracetamol. Patiënt tevreden, huisarts tevreden, verzekeraar – en dus premiebetalers – tevreden want zo hoeven ze niet op te draaien voor niet-zinnige zorg.

Hulpverleners corresponderen er op los: brieven met vragen of met uitleg wat ze gaan doen of hebben gedaan, briefjes met al dan niet verstopte opdrachten aan elkaar, lange brieven met irrelevante episoden uit het verleden, korte met onbegrijpelijke afkortingen. Specialisten klagen over de brij gegevens die huisartsen sturen en huisartsen knorren over gebrek aan informatie over behandelopties en prognose, zo blijkt uit een recente analyse van een paar honderd verwijsbrieven. Al die brieven komen in uw elektronisch dossier terecht, bij de huisarts en in het ziekenhuis. Aan beide kanten is zo’n dossier – ondanks ict en goede voornemens – regelmatig een ongestructureerde chaos, want niks komt vanzelf op de goede plek, waardoor een volgende brief nog wanordelijker wordt.

Ambtenaren en de minister van VWS vertellen openlijk dat zorgverleners moeten weigeren met ondeugdelijke ict te werken. Als we dat advies opvolgen, kunnen we allemaal naar huis en krijgt u de komende jaren helemaal geen zorg meer. Eerst maar eens duidelijker briefjes schrijven.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden