Column Tim Fransen

Doe het goede, ook al is dat hypocriet

Filosoof en cabaretier Tim Fransen buigt zich deze zomer op ons verzoek over niet de minste levensvragen. En probeert er een les uit te trekken.

Een interviewer had ergens gelezen dat ik vegetariër ben. Ze vroeg: ‘En voel je je dan ook moreel superieur boven anderen?’ Gewend aan dit soort reacties antwoordde ik dat mijn overtuiging niet zoveel met superioriteit te maken had. Integendeel: ik eet juist geen vlees omdat ik geloof dat we de veronderstelde superioriteit van de mens boven andere dieren niet kunnen rechtvaardigen, in elk geval niet in de vorm van systematische wreedheid.

Mensen vinden mensen die het goede doen vaak vervelend. Ik download bijvoorbeeld uit principe ook niet illegaal muziek of series. Maar omdat ik weet dat mensen dat soort ethische principes vervelend vinden, zeg ik meestal dat ik bang ben voor een virus, of dat ik niet weet hoe dat moet, downloaden. Kortom: ik geef een egocentrische reden, dat vinden mensen veel prettiger. Je ziet ze meteen denken: o gelukkig, ik dacht even dat je zo’n teringlijer was die het om onbaatzuchtige redenen doet. Nee joh.

Voor de cynicus is er niks fijners dan de ander op een inconsistentie te wijzen: ‘Je eet geen vlees, maar je draagt wel leren schoenen.’ Hij bedoelt niet: ‘Het zou nog mooier zijn als je ook geen leren schoenen zou dragen.’ Hij bedoelt: ‘Je bent een hypocriet. Ik ben tenminste consistent. Want ik eet vlees én ik draag leren schoenen. Dus als een van ons een pluim verdient, ben ik het.’ Geen speld tussen te krijgen.

De moeilijkheid is dat de cynicus in zekere zin gelijk heeft. De natuur heeft ons opgezadeld met allerlei banale, egocentrische neigingen: tot ijdelheid, jaloezie, hebzucht, gulzigheid, gemakzucht. Dus ieder mens die het goede aspireert, zul je vroeg of laat kunnen betrappen op een moment dat hij niet aan zijn morele aspiraties voldoet. De cynicus grijpt die inconsistentie gretig aan om zijn eigen egoïsme te legitimeren.

Een tijdje terug hield een van mijn vrienden een barbecue op zijn balkon. Ik had braaf mijn eigen vegaburgers meegenomen. Aan het einde van de avond waren er echter nog allerlei stukken vlees op de barbecue blijven liggen. En er is één ding dat ik erger vind dan vlees eten, en dat is vlees verspillen. En gunstig genoeg ging mijn principe om vleesverspilling hier prachtig hand in hand met mijn trek in vlees. Maar om niet te worden beschuldigd van hypocrisie, sloeg ik toe in een onbewaakt moment, aan het eind van de avond.

Omdat het inmiddels pikkedonker was geworden zag ik niet dat het worstje dat ik snaaide die hele avond op een nagloeiende barbecue had gelegen en als gevolg daarvan totaal verkoold was. Zonder overdrijving had het weinig verschil gemaakt als ik een van de kolen van de barbecue in mijn mond had gestopt. In een reflex spuugde ik het uit over de balkonrand, waar beneden in de binnentuin nog mensen rustig van de afgekoelde zomerlucht zaten te genieten, en nu plots werden opgeschrikt door een uitgespuugd stuk verkoolde worst.

Het is niet makkelijk om het goede te doen. Dus toon alsjeblieft een beetje mededogen met degenen die een poging wagen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.