Opinie Europese verkiezingen 2019

Docent mensenrechten: kiezer zou op de hoogte moeten worden gebracht van samenwerking tussen EU-partijen

Nederlandse partijen werken in Europa met andere samen. Het is belangrijk te weten hoe dat zit, betoogt John Morijn.

De vergaderzaal van het Europees Parlement in Straatsburg. Beeld anp

Het staat ongetwijfeld al in je agenda: op 23 mei zijn de eerste echt Europese Europese verkiezingen! De economische crisis, vluchtelingencrisis en het klimaat hebben allemaal belangrijke Europese aspecten. Het debat zal gaan over of en hoe de EU oplossingen kan bieden. Het thema van beter beschermen van Europese basiswaarden zal daarbij ook een belangrijke rol spelen. En terecht. Europese wederzijdse afhankelijkheid vergt een gemeenschappelijk beschermingsniveau.

Het Europees Parlement is de belangrijkste verdediger van deze basiswaarden. Er is zorg over de rechtsstaat in lidstaten. Migratieproblemen en xenofobie worden kritisch besproken. De afgelopen jaren steunde het Europarlement maatregelen van de Europese Commissie tegen Polen, en vroeg het om uiteenlopende reden ook aandacht voor de situatie in Hongarije, Slowakije, Roemenië. Tsjechië, en Malta. Gesponsord door D66-eurolijsttrekker Sophie in ’t Veld stelde het eerder voor alle lidstaten jaarlijks systematisch te controleren. Deze focus is prijzenswaardig. Maar ook eenzijdig.

Want hoe ziet dit parlement eruit in zijn eigen spiegel? Je bevindt je in intelligent gezelschap als je niet meteen doorgrondt hoe de Europese parlementaire praktijk werkt – en dus waar straks jouw stem feitelijk terechtkomt. Nederlandse partijen werken in Europa samen in europartijen waarmee ze campagne voeren en beleidslijnen formuleren. In het Europarlement zijn verder fracties die vaak weer uit meer europartijen, delen ervan of onafhankelijke Europarlementariërs bestaan. Eurofracties die samen een meerderheid hebben, verdelen dossiers en coördineren stemgedrag. Het zijn de machtsblokken waar je als geïnformeerd eurostemmer op moet letten.

Thuis problemen veroorzaken

Het probleem: nationale partijen die volgens het Europarlement zelf thuis problemen veroorzaken, zitten in Brussel en Straatsburg zelf mede aan de knoppen. Het gaat qua probleemschoppers namelijk niet alleen om Europees geïsoleerd samenwerkende rechts-extremisten van Lega tot Le Pen. De logica van Europarlementrapporten volgend bevatten ook vrijwel alle ‘mainstream-eurofracties’ ‘rotte appels’. Daarmee wordt dagelijks gewoon samengewerkt. De SGP en CU zijn fractiegenoten van de Poolse regerinspartij PiS, die nu Europees onder vuur ligt. Het CDA werkt samen met de Hongaarse autoritaire regeringspartij Fidesz. De PvdA deelt een fractie met Roemeense, Slowaakse en Maltese regeringspartijen. De VVD en D66 werken gezamenlijk samen met ANO, geleid door de ‘Tsjechische Berlusconi’ Babis. Kortom, het grootste deel van ‘onze’ Europarlementariërs poldert, steunt, en ontleent een deel van de eigen invloed aan collega’s van partijen die niet zo okselfris zijn.

In verkiezingsprogramma’s vind je niets over afhankelijkheid van en samenwerking met andere Europarlementariërs. Als CDA, VVD, D66, CU, SGP en PvdA-aanhanger kan je alsnog (laten) bespreken of en hoe samenwerking met de genoemde partijen in de eigen eurofractie moet worden voortgezet. Als aanhanger van iedere middenpartij kan je nagaan of en hoe met andere eurofracties die (ook) zulke partijen herbergen überhaupt moet worden samengewerkt voor mogelijke coalities. Een binnenkort beschikbaar hulpmiddel van de mensenrechtenorganisatie Liberties, dat visualiseert waar ‘probleemgevallen’ zich bevinden en of coalities tussen ‘schone’ Europarlementariërs (ook) op een meerderheid kunnen rekenen, kan nadere achtergrondinformatie geven.

Dit is een noodzakelijke maar geen eenvoudige discussie. Schone Europarlementariërs moeten kiezen tussen twee kwaden. Ze kunnen blijven samenwerken met collega’s van partijen die thuis brokkenpiloten zijn. Of ze kunnen probleemgevallen excommuniceren met als resultaat zelf minder groot en machtig te zijn, en als risico dat probleempolitici elkaar gaan opzoeken in (nieuwe) eurofracties. Nu weten Nederlandse eurostemmers niet wat hun kandidaten van plan zijn. Ze weten dus evenmin of hun stem door hen ongewenste andere partijen kan steunen. Dat moet wel duidelijk worden. Een open discussie over ‘wie met wie gaat’ – toch gebruikelijk in verkiezingstijd – is essentieel.

Zie voor de alternatieve stemwijzer van Morijn en Liberties: liberties.eu

John Morijn, docent mensenrechten aan de RUG , bestudeert populisme aan de NYU.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.