Column Martin Sommer

Diversiteit roept de vraag op of de werkelijkheid ook zo wenselijk is als ons dagelijks wordt voorgespiegeld

Martin Sommer

Bij ons in Haarlem loop je vanaf het station de stad binnen over een regenboogzebra. Een diversiteitszebrapad dat zegt: hier is iedereen zichzelf en welkom. Geen discriminatie in Haarlem, niet van herkomst, levensstijl, hoofddoek of keppel. Haarlem zal de enige stad niet zijn met een diversiteitscredo. Deze weken krijgen de nieuwe gemeentelijke colleges vorm, en ofschoon dagblad Trouw mopperde dat de meeste wethouders weer oude witte mannen zijn, zal in menig collegeakkoord de diversiteit worden bezongen.

Eén ding moet je in elk geval vaststellen. Feitelijk is de diversiteit een doorslaand succes. Nederland is de laatste decennia super- of zelfs hyperdivers geworden. Deze week presenteerde de WRR het rapport De nieuwe verscheidenheid. Van het hoogste wetenschappelijke adviescollege moeten we met een andere bril naar migratie kijken. Ruim eenvijfde van alle inwoners van Nederland heeft een buitenlandse achtergrond. Alleen Urk en Staphorst zijn nog roomblank. Verder is de migratie in alle hoeken en gaten doorgedrongen. In Amsterdam en Rotterdam zijn de oorspronkelijke Nederlanders in de minderheid. Oude ideeën moeten worden herzien. Voorheen kwamen de meeste migranten uit Turkije, Marokko of Suriname. Nu is het beeld totaal versplinterd. Polen staat op één, daarna komen Syrië en de voormalige Sovjetlanden. 233 nationaliteiten hebben hier hun thuis gevonden.

Ik ga nu niet zeuren dat wij daar niets over te zeggen hebben gehad. Het is nu eenmaal zo. De vraag die diversiteit oproept, luidt of die werkelijkheid ook zo wenselijk is als ons dagelijks wordt voorgespiegeld. Dan heeft de WRR een ontnuchterend verhaal. Meer diversiteit brengt minder sociale samenhang. De Amerikaanse socioloog Robert Putnam heeft gelijk. Hij publiceerde in 2007 een omstreden onderzoek onder de ironische titel E pluribus unum (uit velen een), de spreuk die in het Amerikaanse wapen onder de adelaar prijkt. Maar die adelaar werd een schildpad die zijn kop intrekt: meer mensen om je heen met een andere achtergrond, betekent meer terugtrekking in eigen kring.

Meer diversiteit is ook: minder veiligheid. Men voelt zich niet alleen minder veilig, de feitelijke criminaliteit neemt ook toe omdat de sociale controle afneemt. Zelfs de extra economische groei waarmee altijd wordt geschermd in verband met een meer diverse bevolking, blijkt er niet of nauwelijks te zijn. In de Randstad betekent meer diversiteit aantoonbaar minder groei. Geen leuke boodschap voor al die hosanna roepende gemeentes, want wat is eigenlijk de winst van die hyperdiversiteit?

Aan een antwoord daarop komt de WRR helaas niet toe. Er zijn wat nette beleidsaanbevelingen, maar die draaien om de hete brei heen. Omdat de migrantenpopulatie zo uiteen loopt, is ouderwets doelgroepenbeleid een mijl op zeven geworden. De WRR adviseert om één loket in te richten voor iedereen die zich hier meldt, van Japanse expat tot Italiaanse student, en van Poolse contractant tot Syrische vluchteling. Het nieuwe over één kam scheren van binnenkomers wordt mainstreaming genoemd. Maar voor wie het extra moeilijk heeft, die vluchteling bijvoorbeeld, moet er wel een bijzondere behandeling blijven. In de praktijk blijkt dat de afspiegeling van bevolkingsgroepen in beroepen of functies, een geloofsartikel van het diversiteitsdenken, domweg ondoenlijk geworden. Witte oude mannen willen we niet meer als wethouder, maar wie komt er dan als eerste in aanmerking? Een vrouw van Poolse afkomst?

De politieke kwestie is hoe je gezamenlijkheid organiseert in een versplinterde samenleving. Diversiteit is mooi om iedereen zijn eigen levensverhaal te laten vertellen, zoals Harriet Duurvoort graag wil. Laat iedereen vooral zijn levensverhaal vertellen. Maar als grondslag voor de samenleving heb je er niets aan. Het tegendeel van diversiteit als ideaal heet burgerschap. Het uitgangspunt van burgerschap is niet het uitdragen van je eigenste eigenheid, maar juist het loskomen daarvan. De burger moet omhoog reiken, zich ontdoen van zijn particuliere besognes, om zich het algemeen belang voor te stellen. Zo horen ook verkiezingen te werken. Stemmen is niet de uitdrukking van je identiteit, maar van de manier waarop je je het algemeen belang voorstelt. Waar is het algemeen belang in een samenleving met 233 nationaliteiten?

CBS-demograaf Jan Latten twitterde in een reactie op het WRR-rapport de prognose van de bevolkingssamenstelling. Die luidt dat Nederland in 2060 nog aanzienlijk diverser zal zijn dan nu. Van de achttien miljoen verwachte bewoners, zal tegen die tijd zes miljoen een buitenlandse achtergrond hebben. Nu eenvijfde, straks eenderde van de bevolking. Desondanks moeten we de boel bij elkaar houden. Liefhebbers van de diversiteit breken zich daar het hoofd niet over. Diversiteit is een symfonie en verder gaat het allemaal vanzelf. De veronderstelling onder de CBS-prognose is dat de huidige afspraken rondom immigratie van kracht blijven. Dus vrij personenverkeer in Europa, vluchtelingenverdragen blijven in stand, net als regelingen inzake gezinshereniging. Dat is de echte hete aardappel. Nu de Denkers des Vaderlands van de WRR de ongemakkelijke feiten over diversiteit hebben genoteerd, moeten ze wat mij betreft ook b zeggen. Graag een WRR-rapport over de mogelijkheden om de immigratie te beperken.