Column Stephan Sanders

‘Diversiteit’ en daadkracht moeten belichaamd worden binnen het politiekorps

 Wat wilde je worden, wat was je droom toen je jong was – pardon, passie? Ik was daar nogal wisselend over, maar ik kan me niet heugen ook maar één moment gedacht te hebben aan een baan bij de politie. Mijn ‘passie’ bestond voornamelijk uit masturberen terwijl ik woordjes oud-Grieks aan het leren was. In mijn gymnasium-alfaklasje waren ook geen aanstaande ‘dienders’ te vinden. Die moest je zoeken bij de rouwdouwers van de havo.

Het politiewerk trekt een zeker type mensen: zij moeten de orde handhaven, ze moeten niet terugdeinzen voor geweld waar nodig, zij moeten autoritair kunnen optreden en ja, zij moeten ook kunnen de-escaleren en ‘dienen’, maar dan toch het liefst op een manier die niet leidt tot eindeloze straatdiscussies.

Er zullen verhoudingsgewijs weinig principiële pacifisten binnen het politiekorps te vinden zijn. Ik denk dat er een oververtegenwoordiging valt aan te treffen van mensen die zich ophouden in het midden of ter (extreem?) rechterzijde van het politieke spectrum. Dat geldt denk ik ­zeker voor de agent op de straat. De top is inmiddels geheel sociologisch gewassen en ingevoerd in de semi-academische dieventaal van ‘diversiteit en inclusiviteit’.

Vroeger was dat anders. Ik citeer nu Gerard Reve, die een kort verhaal schreef dat speelt in het midden van de jaren 60 van de vorige eeuw. Hij is daarin lovend over de aanpak van zo’n hoge politieman. ‘Ik heb commissaris Sanders nooit ontmoet, en ik weet ook niet van welke staatkundige gezindheid hij was. Waarschijnlijk een liberaal of een christen-­democraat.’ Dat had Reve goed gegokt, want commissaris Sanders was de broer van mijn vader en dus mijn oom. ­Zeker niet links, eerder rechtsig. En geheel en al politieman, dus niet via een master in het management en een aanvullende cursus ‘leiderschap’ in het korps geparachuteerd. De kloof tussen ‘top’ en ‘straat’ was toen veel kleiner.

‘Diversiteit’ is een te algemeen begrip om de problemen bij de politie te begrijpen. We missen daar niet zozeer de neonazistische inbreng, noch de stalinistische. Het gaat erom dat vrouwen, ‘mensen met een migratieachtergrond’ en homo’s in het korps relatief ondervertegenwoordigd zijn en daarbinnen veel ­tegenwerking ondervinden. En dat is werkelijk een probleem, omdat agenten in zeer direct contact staan met burgers, en die burgers, vooral ook qua etnische samenstelling, steeds minder op ze gaan lijken. De schijn van discriminatie is dan snel gewekt, ook bij mij. (Jaren geleden opgepakt en een nacht in de cel doorgebracht, omdat ik dronken in een mij onbekend café enthousiast contact zocht met de gasten. Cafébaas roept politie erbij, politie neemt mij mee, en ik ontnuchterde op slag, omdat ik zag dat de agenten vooral zo in de war raakten van die Marokkaan of Arubaan, die daar zo ‘uppity’ stond te brallen, zoals de Amerikanen het zeggen. Was ik blank geweest, ik was gewoon naar huis gestuurd.)

NRC Handelsblad publiceerde een brandbrief van voormalig politiecoach Carel Boers, over de hardnekkige ons-kent-onscultuur binnen het korps. De beschuldigingen zijn verre van nieuw, het is een oude kwestie die steeds weer oplaait. Weer wreekt zich het enorme verschil in zienswijze en in taalgebruik tussen leiding en straat.

In NRC Handelsblad van afgelopen dinsdag stond een stuk ter verdediging van het korps, geschreven door ‘politievrouw’ Nathalie Smeets. Ik moest het twee keer lezen om die ‘verdediging’ te begrijpen. ‘Ik heb met korpschef Erik Akerboom en zijn voorganger Gerard Bouman intensief samengewerkt, signalen gedeeld en onderzoeken ingesteld. (…) In de afgelopen jaren heb ik geleerd dat oordelen over de ander, zwart-witdenken of denken in goed of fout wel heel daadkrachtig kan overkomen, maar niet bijdraagt aan oplossingen.’

De politievrouw die ‘signalen deelt’ maar weigert te denken in ‘goed en fout’. Is dit een pastiche?

Het punt is dat juist de top het goede voorbeeld moet geven. Niet ­alleen door vrome praat, maar door ook te handelen naar eigen ‘inclusieve’ inzichten. Pas dan zal de straatagent volgen en zien dat er nu een andere leidinggevende wind waait. Ik ga ervan uit dat agenten nog steeds hun chefs volgen. Het is daarom zaak Martin Sitalsing, geboren in Suriname, snel korpschef te maken. Je moet ‘diversiteit’ en daadkracht vooral belichamen.

Het liefst top-down.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden