EssayStuurloze natie zoekt een uitweg

‘Dit zou wel eens de laatste kans kunnen zijn, de laatste afslag voordat alleen de weg van Trump nog overblijft’

Beeld Bas van der Schot

Wat voor Amerika gaat naar de stembus in november? Een Amerika dat op een keerpunt is beland, ziet de Amerikaanse dichter en schrijver Ben Lerner. En waar ondanks de recente dieptepunten, of misschien wel juist daardoor, de verbeeldingskracht opleeft.

Mij is gevraagd iets te schrijven over Amerika aan de vooravond van de presidentsverkiezingen en in de anderhalf uur die ik heb terwijl de kinderen naar een film kijken waarin een pratende vis het droeve lot van het milieu behandelt, zal ik proberen te antwoorden. Of, liever gezegd, ik zal er niet in slagen om te antwoorden op een manier die niet enige emotie verraadt.

Ben Lerner is een Amerikaanse dichter, schrijver en essayist. Hij maakte naam met de boeken Vertrek van het station Atocha, 10:04 en Leerjaren in Topeca. 

Er is op dit moment in Amerika sprake van oplaaiend intergenerationeel en intercultureel protest, verzet, maar ook van verbeeldingskracht, aangewakkerd maar niet veroorzaakt door de moord op George Floyd. Dit alles tegen de achtergrond van de pandemie. De uitdrukking ‘cruciaal beroep’ heeft niet alleen betrekking op mensen die in de gezondheidszorg werken, maar op alle mensen – met overwegend bruine en zwarte huidskleur – die laagbetaald werk verrichten in de zorg voor of het afleveren van spullen aan wittere en rijkere Amerikanen. 

Vermoord door de overheid

Het beeld van de zoveelste zwarte man (over wie we later te horen kregen dat hij corona had gehad) die naar adem hapt terwijl hij wordt gewurgd door een verveeld kijkende politieagent, laat glashelder zien hoe niet-cruciaal zwarte levens zijn in Amerika. Alsof het wegwerpartikelen zijn. Je mag Amazonbestellingen inpakken en afleveren voor een loon waarvan je niet kunt leven, laat staan dat je tegen ziekte verzekerd bent, en drie keer zoveel kans maken om aan corona te bezwijken als witte mensen, en evengoed vermoordt de overheid je midden op straat zonder zelfs de moeite te nemen dat buiten het zicht van de camera’s te doen.

Over de knie van de overheid op iemands nek maken de Republikeinen zich niet druk, maar als sporters knielen om te protesteren tegen politiegeweld worden ze afgeschilderd als gevaarlijk en schandelijk. Deze structurele ongelijkheden waren er ook al vóór Trump – in veel opzichten definiëren ze Amerika – maar deze gruwelijk levendige illustratie van Amerikaans racisme, terwijl het land tot vreugde van zijn ‘achterban’ kreunt onder het ‘leiderschap’ van een openlijk racistische, autoritaire huisjesmelker, heeft zelfs gematigde witte mensen in verlegenheid gebracht (zie de brief die Martin Luther King in 1963 vanuit zijn cel in Birmingham, Alabama, schreef over het gevaar van ‘witte gematigden’) en ik denk dan ook dat er een algemeen gevoel heerst dat we op een keerpunt zijn beland.

Vruchtbaar en verwarrend

Tegelijk met dit uiterst pijnlijke voorbeeld van Amerikaanse ongelijkheid is er een nieuw gevoel van de mogelijkheid tot sociale verbinding, als gevolg van de zelf beleefde, collectieve, zij het radicaal ongelijke ervaring van de maakbaarheid van de maatschappij, een gevoel van hoe snel het ‘ondenkbare’ toch denkbaar wordt en zelfs uitvoerbaar. 

Enerzijds zijn er voor wit Amerika (dat geenszins een eenvormig blok is) onontkoombare bewijzen dat er geen volwassenen aan het roer staan, dat er een totaal gezagsvacuüm is. Anderzijds is nu gebleken dat je treinen, scholen en kantoren kunt stilleggen; je kunt de meeste vliegtuigen aan de grond houden; je kunt mensen een – schamele poging tot – een basisinkomen geven en de huur en andere vormen van schuld­invordering opschorten. Je kunt monumenten neerhalen en nieuwe oprichten; je kunt kleinere, flexibele zorggemeenschappen vormen. Alles is bespreekbaar.

Het is zowel een heel vruchtbare als een verwarrende tijd. Natuurlijk doen degenen die aan de macht zijn er alles aan om ervoor te zorgen dat geen enkele noodtoestand het socialisme in de kaart kan spelen en dat het najagen van winst tegen elke prijs ongehinderd door kan gaan. Toch heb ik het gevoel dat deze diepe maatschappelijke keerpunten – hoe onhandig ze ook worden uitgevoerd en hoe ontoereikend of tijdelijk ze ook zijn – de Amerikaanse verbeelding hebben geprikkeld. Ideeën als het financieel korten van de politie, iets waar activisten al jaren voor strijden, zijn nu overal onderwerp van gesprek. Immers, als er wanhoop is, als het dieptepunt bereikt is, ontstaat er een nieuwe ideologische flexibiliteit.

Circus

Hoe stuurloos Amerika is, blijkt ook uit het feit dat de toekomst voor een groot deel afhangt van het kanaliseren van deze energie, opdat het treurige toonbeeld van relatief fatsoen, Joe Biden, gekozen wordt – de (veel) betere van twee slechte vaders, het symbool van neoliberale nostalgie. Op dit moment is het intellectueel gezien gênant om ook maar enig vertrouwen te hebben in een electoraal of democratisch proces hier, omdat Amerikaanse verkiezingen altijd een circus zijn geweest waarin met het kiesrecht wordt gesold. Maar zonder een massale afwijzing van het trumpisme door de kiezers, gevolgd door een machtsoverdracht, zullen de Verenigde Staten domweg openlijk een fascistische, op etniciteit gebaseerde staat zijn.

Natuurlijk kun je niet geheel onterecht beweren dat de VS dat altijd zijn geweest, maar ik denk dat er hier een zeer algemeen gedeeld gevoel is dat dit wel eens de laatste kans zou kunnen zijn, de laatste afslag voordat alleen de weg van Trump nog overblijft. Trump windt er geen doekjes om dat hij geen enkele verkiezing accepteert die hij verliest. Zijn achterban is tot de tanden gewapend. Hij stuurt federale troepen af op de burgers van steden die tegen zijn beleid ingaan: een soort generale repetitie voor de toekomst die hij in gedachten heeft.

Als dichter heeft Trumps taalgebruik me altijd gefascineerd. Dat klinkt mij dikwijls in de oren als absurdistisch theater of avant-gardistische poëzie, als een parodie op logica en grammatica. Hij is dol op onafgemaakte zinnen, onlogische beweringen, herhalingen – allemaal technieken die in een andere context zouden kunnen doorgaan voor poëzie-experimenten. Trumps poëzie wordt met de dag meer absurdistisch en ontwrichtend. (Terwijl ik dit schrijf, speel ik in een ander venster de video af waarin hij in flarden van zinnen opschept over zijn hoge score op een cognitietest die wordt gebruikt bij het vaststellen van dementie. Het klinkt als een tekst van ­Beckett.) 

Trump liegt – althans wanneer zijn uitingen genoeg samenhang hebben om een leugen te vormen – maar zijn leugens onthullen ook een diepe waarheid, namelijk dat de Amerikaanse politieke retoriek volkomen bankroet is en dat we beslist een nieuwe taal nodig hebben. (Ik hoor zelfs iets van waarheid in zijn beweringen over de seniliteit van Biden, want hoe goed of slecht Biden persoonlijk ook cognitief functioneert, hij blijft de vertegenwoordiger van een democratisch establishment dat op sterven na dood is.)

Ik schrijf dit in haast, om te zeggen dat ik bang ben. En ook om te zeggen dat ik hoop dat hier iets is losgemaakt, dat Trump en de pandemie en het blootleggen van de slechtste kanten van het Amerikaanse racisme de tekenen zijn van nieuwe kansen op nieuwe talen en vormen van sociale en politieke organisatie.

Vertaling: Leo Reijnen

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden