column fc emmen

Dit was zijn stad, zijn vreugde. Ik hield zijn plek warm in het stadion

Voor de thuiswedstrijden van FC Emmen ga ik bij mijn moeder langs. In het voorjaar is ze weduwe geworden. Ze werkt in de tuin, gaat met een zachte veger door het huis. Speciaal op zondagochtend moet je wat omhanden hebben. ‘Het is net alsof ik een operatie heb gehad, een tijd geleden’, zegt ze, ‘en dat nu de verdoving is uitgewerkt.’

Als ik wegrijd, staat ze te zwaaien voor het grote huis.

De route naar het stadion, het centrum uit, over het spoor, door de wijk Emmerhout, rechtsaf de Rondweg op, is elke keer weer precies dezelfde die we eerst wekenlang naar het ziekenhuis hebben afgelegd, en later, in de week dat FC Emmen promoveerde, naar het uitvaartcentrum en het crematorium in ’t Oeverse Bos.

Onderweg zie ik wel een keer of vijftien een bordje ‘Crematorium’ langs de weg staan, met een pijl erop. De bordjes staan overal, om de paar honderd meter lijkt het wel. Het begint ook al meteen bij het plaatsnaambord. Crematorium, rechtdoor. Kennelijk is het belangrijke informatie. Het eerste dat je wilt weten als je Emmen binnenrijdt.

Je zou zeggen: let dan niet de hele tijd op die bordjes, kijk er dan gewoon niet naar. Maar zeker met het laatste bordje gaat dat niet. Ik moet die afslag hebben, anders mis ik de wedstrijd; de pers parkeert aan de crematoriumkant van het stadion. Als je doorrijdt, weet je trouwens ook niet waar je uitkomt, vermoedelijk ergens in Polen.

Het is fijn om vroeg in het stadion te zijn. De zon staat op het veld, de lucht is vers, je hoort al noppen op de tegels. Ik zie een vriend die bij Emmen werkt, een andere vriend doet verslag voor de radio. Ik loop ook altijd even naar een sponsorbox op de tweede verdieping, die door een groot gezelschap mannen wordt gehuurd, onder wie enkele vrienden van mijn vader.

De eerste keren kwam ik er om te kijken, of dacht ik vooral aan wat ik er had gezien, maar sinds de laatste keer realiseer ik me eigenlijk pas dat ik er ook steeds iets ben komen brengen de hele tijd, gedachteloos: een op hun vriend gelijkende gestalte, dezelfde schedel, dezelfde oren, die net als hij telkens onverwachts kwam binnen gestrompeld, letterlijk, over hetzelfde drempeltje.

Jan schrikt bijna als hij me ziet. ‘Ik heb nou wat’, zegt hij, en stoot me aan. ‘Ik zet vanmorgen mijn gegevens over op mijn nieuwe telefoon, ik druk op een knop en ineens uit het niets hoor ik je vaders stem: ‘Met Joop, ik ben er even niet.’ Even houdt hij stil. Dan zegt hij: ‘Ik heb zijn nummer eraf gehaald, ik voelde gewoon een huivering.’

Een vriend zei me laatst dat deze rubriek natuurlijk ook een beetje ‘een vorm van’ rouwverwerking was. Ik vond dat eerst niet zo leuk om te horen. Alsof ik helemaal geen sportieve ambities had. Alsof ik niet met mijn pen probeerde bij te dragen aan lijfsbehoud van FC Emmen in de eredivisie. Maar misschien had hij toch een beetje gelijk. Dit was zijn stad, zijn vreugde. Ik hield zijn plek warm in het stadion.

Voor het eerst speelt FC Emmen in de eredivisie. Van dat avontuur doet onze columnist Peter Middendorp wekelijks verslag. Hij groeide op in Emmen, voetbalde bij de voorloper van FC Emmen en schreef in 2014 een geruchtmakend boek over zijn jeugd boven het plaatselijke Blokkerfiliaal, ‘Vertrouwd voordelig’.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.