Column Peter Middendorp

Dit was er de gelegenheid niet naar om een hoge zeventiger af te tuigen

Peter Middendorp Beeld De Volkskrant

Van Geert Mak zeggen ze altijd dat hij de geschiedenisleraar is die je altijd had willen hebben. Het staat ook op de flap van zijn nieuwe boek Grote verwachtingen, de opvolger van In Europa. Aangekomen op pagina 100 kan ik het volmondig beamen. Dertig jaar geleden liefst. Nu is het een beetje te laat.

Mijn laatste geschiedenisleraar was ook conrector, een functie waarin hij mij van school stuurde, waarna ik twee jaar op straat heb rondgelopen. De leraar en conrector was bevriend met mijn vader. Ik zie ze nog zitten in het conrectorskamertje, een vader en een leraar, opvoeders, die samen besluiten dat het kind niet deugt.

Toen we laatst koffiedronken ter nagedachtenis van mijn vader in de huiskamer van mijn moeder, kwam ik ongelukkigerwijs naast de conrector te zitten in de kring. Hij was oud geworden, ouder nog dan mijn vader werd. Hij zette zijn kopje op het schoteltje en keek me aan. Daarna begon hij te vertellen dat hij Sapiens van Harari had gelezen en ook wat hij tijdens het lezen zoal bij zichzelf had gedacht.

Ik hou niet van gotspes, niet van het woord, niet van mensen die het woord gebruiken. De ervaring die ermee wordt beschreven ga ik ook het liefst uit de weg. Maar hier was er een gaande waaraan ik me niet kon onttrekken. Hij stootte tegen mijn borst en schoot in mijn verkeerde keelgat. Ik dacht: hoe kom je op het idee dat iemand die je van school hebt gestuurd zin heeft om te horen wat je van een boek hebt onthouden? Of dat zo iemand überhaupt veel woorden uit je hoofd verdraagt?

Ik stond snel op en ging meteen weer zitten. Ik wist me te beheersen. Ten slotte dronken we koffie ter nagedachtenis van mijn vader in de huiskamer van mijn moeder. Dit was er de gelegenheid niet naar om een hoge zeventiger af te tuigen. (Al kun je je afvragen: is er ooit wel een goed moment?)

Waarom, dacht ik tijdens de afwas, had ik er nou niet eerder aan gedacht geweld te gebruiken? Dertig jaar geleden, toen hij ongeveer zo oud was als ik nu, had ik hem zo een schop kunnen geven, of een stomp, ik was toch al van school gestuurd. De tandjes hoefden er niet allemaal uit. Eén voortand volstond – pars staat altijd beter dan toto – al is dat wel iets waaraan je vaak pas achteraf denkt.

Waarschijnlijk dacht ik dat ze gelijk hadden. Logisch, als twee opvoeders iets zeggen, mag je aannemen dat het klopt. Misschien hadden ze gelijk. Soms vraag ik me af: deugt hij of zij? Deug ik? Ik heb geen idee. Van jezelf kun je zulke dingen niet weten. Je leeft gewoon door, je lult gewoon verder, tien, twintig, dertig jaar achtereen, en als je nooit iemand tegenkomt die je tot de orde slaat, kun je er heelhuids oud mee worden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden