OpinieDe strijd tegen het coronavirus

Dit is de tijd om op te staan als burgers

Onze strijd tegen het coronavirus begint met het besef dat we naast de overheid ook elkaar hard nodig hebben, betoogt politiek econoom Shahenshah Yaqut. Dat burgers inventief genoeg zijn om een bijdrage te leveren, ja zelfs levens te redden, zien we in tijden van oorlog.

Door het hamsteren zijn veel schappen leeg in de supermarkten.Beeld BSR Agency

Eeuwen geleden verveelde een Perzische koning zich. Tegelijkertijd verhongerde zijn volk. De koning bedacht dus een oplossing: hij vroeg zijn onderdanen om hem langdurig met iets te vermaken en beloofde diegene die daarin zou slagen uitbundig te belonen. De uiteindelijke winnaar was de persoon die het schaakspel bedacht. En de beloning die zij vroeg? Wat rijstkorrels voor haar volk. Om precies te zijn: één korrel op het eerste vlak van het schaakbord, en op elk volgend vlak het tweevoudige daarvan. De koning accepteerde het onschuldig klinkende verzoek, om vervolgens tot het besef te komen dat hij zijn volk meer rijst verschuldigd was dan dat er zandkorrels in de Sahara zijn.

Het verhaal over de oorsprong van het schaakspel is een mythe. Maar de houding van de koning berust op de werkelijkheid. Een soortgelijke situatie zien we duidelijk terug tijdens de coronacrisis. Ook onze premier leek aanvankelijk, net zoals de Perzische koning, de kracht van exponentiële groei wekenlang, tot diep in de crisis, niet helemaal te begrijpen. Was dat wel het geval, dan had hij al veel eerder stringente maatregelen tegen de spreiding van dit hoogst infectueuze virus genomen.

Tegelijkertijd lijken wij allemaal deze crisis nog niet zo goed te bevatten. Het is moeilijk te verteren dat ongemakkelijkheid geen pauze meer is op ons normaal bestaan, maar er nu een integraal onderdeel van uitmaakt. Zelfs dagen nadat de ceo van Ahold ons had verteld dat we ons moesten bedwingen met hamsteren omdat er echt voldoende levensmiddelen zijn, werd daar geen gehoor aan gegeven. Een vriend appte me: mensen zijn werkelijk ‘asociale honden’. De halve Albert Heijn stond blijkbaar alweer leeg.

Leven in het ongewisse

We begrijpen schijnbaar ook niet zo goed dat dit de aanvang en niet het hoogtepunt van de crisis is. Wat gaan we doen als er straks wellicht écht tekorten komen? Als er massaontslagen in onze flexibele arbeidsmarkt vallen en de onzekerheid van mensen toeneemt? De meesten van ons hebben al lange tijd niet meer in het ongewisse geleefd en kunnen ons er nauwelijks iets bij voorstellen.

Mijn moeder vertelde me hoe we in de jaren negentig de burgeroorlog in Afghanistan hebben meegemaakt. We schuilden in in onze door regen ondergelopen kelder terwijl explosies de funderingen van ons huis deden schokken. Mijn oom zocht intussen poedermelk voor mij te midden van de rakketenregen in de straten van Kabul. Mijn moeder moest daarom enigszins gniffelen nu ze mensen in de supermarkt zag hamsteren. ‘Sommigen vatten elkaar al bijna bij de kraag om wc-papier’, zei ze.

In Kabul werd mijn oom (diezelfde) op een dag gesmeekt iemand te redden die een kogel door zijn hoofd had gekregen. Mijn oom was echter nog geen arts, maar een derdejaarsstudent geneeskunde. Toch zat er niks anders op dan aan de smeekbedes van die onbekende mensen gehoor te geven. Met naald, draad en wat geïmproviseerde moed voerde hij daar een operatie uit in de stoffige straten van de stad, en redde zo een leven.

Een andere oom zag dat zijn buurvrouw was geraakt bij een raketinslag. Toen hij haar echter optilde om naar het ziekenhuis te brengen, voelde hij zijn vingers in haar open ribbenkast glijden. Terwijl hij daar niet aan probeerde te denken en met haar in zijn armen de hal van het ziekenhuis betrad, merkte hij dat zijn sandalen steeds meer bleven kleven aan de ziekenhuisvloer. ‘Alsof ik op een gegeven moment in de klei liep’, zei hij. Het was alleen geen klei, maar geronnen bloed waar hij doorheen stapte.

Niet één van hen heeft ooit gekoketteerd met wat ze hebben gedaan. Het was vanzelfsprekend dat het toen gedaan moest worden. Mijn vader benadrukte daarom altijd dat er maar één ding is waar mijn hele familie allergisch voor is: het ‘intellectualiseren’ van humanitaire catastrofes, het op veilige intellectuele afstand grootse uitspraken doen over iets wat je niet goed begrijpt. Net zoals onze premier die ons wekenlang een ‘elleboogtikbeleid’ voorhield als afdoende maatregel voor de coronacrisis.

De eeuwenoude drogreden om iemand maar te vertrouwen omdat hij of zij een expert is, heeft ons tot deze tragische situatie gebracht waarbij veel mensen onnodig het leven zullen laten. Het was eenvoudig voor de premier om te roepen dat de scholen open moesten blijven omdat experts dat zeiden, insinuerend dat het volk er minder van begreep. Maar terwijl hij de ernst van de situatie letterlijk wekenlang van zijn handen afwaste, kwamen 22 duizend medisch specialisten in verzet tegen zijn beleid. Ik begon me af te vragen wat voor een kloof er wel niet tussen deze overheidsexperts en de normale mensen bestond.

Verstofte werken

Maar misschien dat ik het juist daarom ook niemand erg kwalijk neem dat ze hamsteren. Hoe je het ook wendt of keert, iedereen begrijpt dat dit uiterst onzekere tijden zijn. Wie de schadelijke gevolgen van onzekerheid wil bevatten, doet er goed aan om de verstofte werken van de econoom John Maynard Keynes te lezen. Onzekerheid, zei hij, steekt niet alleen de kop op wanneer de waarde van geld verandert, maar is voortdurend aanwezig in al onze toekomstgerichte handelingen. Het is een randvoorwaarde voor het menselijk bestaan en in de aankomende tijd zullen we dat steeds scherper gaan inzien.

Onzekerheid blijkt iets wrangs, iets fundamenteel ontwrichtends te zijn dat tot de meest onvoorziene situaties en leidt. Maar onzekerheid moet daarom niet alleen begrepen, maar ook bestreden worden. Net zoals Keynes na de crisis van de jaren dertig tot dat besef kwam, zo is het ook tijd dat wij iets met onze crisis gaan doen.

Het is alleen cruciaal dat we niet zoals onze regering het wiel opnieuw uit gaan vinden. Mensen in Hongkong hebben bijvoorbeeld al bewezen hoe ze het leven effectief verder kunnen laten gaan terwijl ze het virus sterk indammen. Laten we vooral beseffen dat het niet enkel de overheid was die voor de successen aldaar heeft gezorgd. Het waren ook de inwoners zelf.

Ik ben het dus op één punt volledig met Mark Rutte eens. Namelijk toen hij zei: ‘Ik reken op jullie.’ De overheid heeft een gigantische rol in deze situatie, maar die van ons is groter. Net zoals in de verhalen uit mijn familie, zie ik gelukkig steeds meer mensen steeds meer opofferen voor het grotere goed. Het kan misschien soms verlokkelijk worden om dit niet meer te doen, in deze op oorlog lijkende tijden. Maar herinner je dat dit niet een oorlog van 17 miljoen, maar van 7 miljard tegen dit virus is. We staan niet alleen. Wacht dus niet op anderen en doe eigenhandig wat er van je verwacht wordt. Het is immers niet meer dan vanzelfsprekend dat dit gedaan moet worden.

Shahenshah Yaqut is politiek econoom.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden