ColumnThomas van Luyn

Dit hele bezoek was vanwege háár buik, maar de mijne bleek het probleemgeval

Beeld Aisha Zeijpveld

Thomas van Luyn laat zijn buikvet meten en komt van een koude kermis thuis.

Mijn vrouw zou met een vriendin haar buikvet laten meten. De vriendin viel echter af, waarop ik mij meteen meldde om haar plek in te nemen: een uitje is een uitje. Ik zou de naam van de kliniek liever niet noemen, want ik word helaas niet betaald om ’m te pluggen, maar PreventiMed is gewoon té goed om niet te noemen. Die kan zich meten met marketingbureau CommuniCasa en Zeeuws zwembad Scheldorado.

Er werkte een alleraardigste jongeman die alles in zijn eentje moest doen. Hij liet ons een formuliertje invullen en nam ons mee naar de Meetmachine. Dat was een massagetafel met een laserscanapparaat dat eroverheen gleed. Precies als een kopieerapparaat dus. Mijn vrouw ging eerst, terwijl ik gekleed in onderbroek en sokken wachtte op mijn beurt. Ondertussen kletste ik met de alleraardigste jongeman, over hoe het toch kon dat iedereen steeds langer werd, terwijl we nu toch al een jaar of vijftig hetzelfde eten en even lang slapen. Hij was zelf lang, maar wist ook niet waarom de studenten van nu alweer langer waren dan hij.

Toen was het mijn beurt op de massagetafel. Ik ging liggen en viel prompt in slaap. Dat is een dingetje van mij. Zodra ik de verantwoordelijkheid voor mijn welzijn uit handen heb gegeven, ben ik vertrokken. Ik heb het ook bij de kapper, en zelfs de tandarts. Ze moeten me altijd wakker schudden, en dan denken ze dat ik ze in de zeik zat te nemen, en meestal doe ik dan maar alsof dat ook zo was.

Daarna mochten we meekijken op de computer. Het was machtig interessant. Mijn vrouw is een vrouw, en als zodanig heeft zij meer vet dan ik, een man. Dat viel te verwachten; de natuur is niet genderneutraal, die is enorm seksistisch al het gaat om het afleveren van vet: met name op de plekken die cisgender heteroseksuele mannen leuk vinden om naar te kijken en, als het mag, aan te zitten.

Daar stond tegenover dat ik (de man) weer veel meer spiermassa had dan zij. Misschien kinderachtig van me, maar dat vond ik toch leuk. Kan ik wel onzeker doen over mijn mannelijkheid, de natuur interesseert dat geen biet en geeft mij gewoon mannenspieren.

De verrassing zat in de buiken. Dit hele bezoek was vanwege háár buik, maar de mijne bleek het probleemgeval: de wijzertjes voor ‘visceraal vet’ schoten in het rood. Wat de fuk? Visceraal vet, zo vertelde de jongeman, die ik ineens niet meer zo alleraardigst vond, is vet tussen de ingewanden. Daar moet je niet te veel van hebben, dat is niet goed, dan krijg je de vliegende tyfustering en dan ga je dood. Nou ja, zo zei hij het niet, maar dat was wat ik hoorde. ‘Maar mijn vrouw heeft veel meer vet!’, protesteerde ik nog, waar ze gewoon bij zat. Ja, maar dat was geen visceraal vet, zei hij.

Als klap op de vuurpijl bleek ik ook waardeloze botten te hebben. Botten? Botten ja, die waren ook gemeten. Mijn vrouw had natuurlijk weer fantastisch sterke botten, zij kon zó in een Marvelfilm als Superbottenvrouw. Ik daarentegen bleek een broze luciferconstructie te bezitten, en nu mag ik mijn hele leven niet meer uitglijden in de badkamer. En áls ik val, moet ik het opvangen met mijn armen. Die botten kunnen er nog net mee door. Nét.

Laatste keer dat ik iets laat meten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden