Opinie Boekenweek

Dit Boekenweekgeschenk is een unicum in Nederlandse literatuur

Al sinds 1934 heeft de leraar in de Nederlandse literatuur een buitengewoon slecht imago. Door met deze traditie te breken is het Boekenweekgeschenk van Jan Siebelink een requiem, denkt docent Ton Bastings.

Auteur Jan Siebelink neemt het eerste exemplaar van het Boekenweekgeschenk in ontvangst uit handen van zangeres Davine, 19 maart. Beeld ANP

Na meer dan een kwarteeuw gaat het in het Boekenweekgeschenk van dit jaar weer over een leraar. Arthur Siebrandi, de protagonist in Jas van belofte (2019) van Jan Siebelink, brengt het er als leraar beduidend beter vanaf dan zijn boekenweekcollega’s uit eerdere edities. Barbara Rozemeyer, lerares Frans in Het rookoffer (1987) van Tessa de Loo, wordt gedwongen zelf ontslag te nemen na een relatie met een leerling. Herman Mussert, leraar klassieke talen in Het volgende verhaal (1991) van Cees Nooteboom, wordt ontslagen nadat hij een collega heeft bedrogen met diens vrouw. Hij krijgt in het bijzijn van leerlingen een aframmeling op het schoolplein van diezelfde collega en kan zijn biezen pakken. Nooteboom en De Loo trokken daarmee de lijn door van de rijke traditie van mislukte leraren in de Nederlandse romanliteratuur. Vanaf 1934 ─ het jaar waarin voor het eerst in de Nederlandse letterkunde romans verschijnen met de leraar (uit het voortgezet onderwijs) als hoofdpersonage (Dr. Dumay verliest… van Menno ter Braak en Bint van Bordewijk) ─ tot nu, heeft de fictieve leraar in de narratieve vertelkunst een buitengewoon slecht imago.

Trendbreuk

Door het nieuwe Boekenweekgeschenk is er sprake van een zekere trendbreuk. Jan Siebelink is met Simon Vestdijk de auteur die in de Nederlandse letterkunde de meeste leraren (vo) als romanpersonage heeft gecreëerd. Ook in zijn werk vindt men geen gelukkige en bekwame leraren. Het zijn allemaal ridders van de droevige figuur die er voortijdig de brui aan geven. Hoe anders is het nu gesteld met Arthur Siebrandi uit Jas van belofte. Als we hem zouden onderwerpen aan een beoordelingsgesprek conform de competenties van de Stichting Bekwaamheidseisen Leraren (SBL), zou hij de kwalificatie ‘een voorbeeld voor anderen’ krijgen.

De sfeer in zijn klas, die volgens Siebrandi een ziel heeft, is uitstekend. Leerlingen dragen hem op handen, ‘omdat het bij hem zo anders is en er een systeem in zijn lessen zit’. Hij geeft klassikaal les, maar schept daarnaast ook een onderwijsleerklimaat waarin de leerlingen vorm geven aan hun eigen onderwijsleerproces. Hij voert ongedwongen persoonlijke gesprekjes met leerlingen. Leerlingen die het eigenlijk niet kunnen, krijgen dat extra puntje. In zijn lessen stopt hij veel Bildung en zijn lokaal ademt, door de vele affiches en rijke Franse bibliotheek, de sfeer van Frankrijk. Siebrandi is buitengewoon collegiaal en plichtsgetrouw. Hij neemt van iedereen lessen over. Zelfs van lesvlieders, collega’s die met van alles bezig zijn behalve met lesgeven. Daarnaast traint hij in de vroege ochtend voor aanvang van de lessen eindexamenkandidaten in spreekvaardigheid. Ouders kunnen zonder voorafgaande afspraak bij hem binnenlopen. Zij willen geen kwaad woord over hem horen. Zijn vakkennis houdt hij op peil door het schrijven van een dissertatie op zijn vakgebied. Siebrandi haalt zelfs de eindstreep ─ een unicum in de lerarenroman ─ en kan volgens zijn directeur wel tot zijn zeventigste doorgaan.

Duistere kanten

Natuurlijk zijn er ook ‘duistere kanten’ aan deze leraar die we herkennen uit zijn eerste lerarenroman, Een lust voor het oog (1977), en laatste lerarenroman Suezkade (2008). Afgunstige collega’s die hem bestoken met anonieme aantijgingen, de leraar als kroegtijger en de ongeoorloofde verhoudingen met leerlingen. Dat laatste is echt een thema in de Nederlandse lerarenroman van na 2000.

Arthur Siebrandi is als fictieve leraar uniek in onze literatuur. Siebelink was zelf ook leraar en wellicht moet dit Boekenweekgeschenk ten tijde van het lerarentekort gezien worden als een requiem voor een type leraar dat helaas niet meer bestaat. De leraar die hij zelf was of graag had willen zijn.

Ton Bastings is docent en promoveerde op de leraar in de Nederlandse romanliteratuur.

Lees ook: 

Miskend en ontevreden: dat kenmerkt lerarenpersonages, ontdekte Ton Bastings – zelf docent. En dat is veelzeggend voor de toestand van het vak, vertelt hij in dit interview.

De school als decor van leraren en leerlingen was en blijft een rijke bron van onvergetelijke literatuurschrijft gastcolumnist Nico Keuning.

Literatuurcriticus Arjan Peters recenseert het Boekenweekgeschenk en Boekenweekessay.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden