Column Sylvia Witteman

Dit boek was geen kraamcadeau, dit was een mokerslag

Er bestaan een hele hoop fijne boeken. Sommige zijn wereldberoemd, maar andere, om onverklaarbare redenen, zo goed als onbekend. Ik kreeg een tip van een lezeres: Een echte Kavalsky uit 1966 van Clarissa Jacobi. ‘Ik las het altijd na elke bevalling en gaf het ook aan mijn vriendinnen als kraamcadeautje’ schreef ze. Ik bestelde de kleine novelle. Ik verwachte een zoet boekje en werd getrakteerd op een mokerslag.

Een jonge vrouw, Esther Kavalsky, Amsterdams-Joods van geboorte maar geëmigreerd naar Kaapstad, ligt in het ziekenhuis bij te komen van de bevalling van haar vierde kind, een dochtertje, ‘een mollige pop met een vochtige Beatle-pruik. Een kleine Venus, herrezen uit een schuimende oceaan van zorg en angst.’ Zorg en angst, die niet voor de hand liggen, want het gezin Kavalsky is welvarend, en ook de andere drie kinderen zijn mooi, gezond en geboren uit een gelukkig huwelijk. Het lijken ook maar kleine zorgjes: als de knappe, vriendelijke dokter haar perineum aan het hechten is, bijvoorbeeld, vreest ze ‘dat ik een wind moet laten, zo poefff in zijn knappe Yves Montand-gezicht. Ik wou dat ik genoeg geloof bezat om te bidden: ‘O lieve God, Vader in de hemel, laat me alsjeblieft geen wind laten in het gezicht van deze beeldschone vrouwenarts, deze geleerde Adonis, die mij nog nooit kwaad heeft gedaan.’

De dokter verklaart haar as good as new again, dear! Esther probeert te slapen, maar onverklaarbare onrust houdt haar wakker. De schoonfamilie komt feliciteren en dure geschenken brengen. ‘Mazzel tov, mamme, mazzel-tov! Mijn schoonmoeder glundert. dit is haar dag. Iedereen in de sjoel heeft haar geluk gewenst. (...) Such a blessing! Zulk een zegen! En zo’n beeldschoon kind! A real Kavalsky!

Haar kindje wordt gewassen en aangekleed: ‘Ze doet heel eventjes haar oogjes open. Ze heeft donkere ogen, zwart glanzend als krieken. Mijn dochter lijkt sprekend op mijn man. Op mijn man en mijn schoonmoeder. Ze is mijn schoonmoeder in een flanellen nachtpon, zonder haar valse gebit, bekeken door de verkeerde kant van een verrekijker’.

Esther kan nog steeds niet slapen, ondanks de gul uitgedeelde pillen. Ze blijft onrustig. Dan komt tante Bessie op bezoek, ‘tante Bessie uit de Weesperstraat’ een gezellige, typisch Joods-Amsterdamse volksvrouw van middelbare leeftijd, ook naar Kaapstad geëmigreerd. Tante Bessie komt ‘een kwart pondje uitgesneden zalm’ brengen ‘goed voor het zog’ en zelfgebakken gemberbolussen ‘Ik krijg ze wel niet zo mooi hoog als vroeger bij Snathager op de Jodenbreestraat, maar de smaak is toch prima, first class!’

Ze bewondert Esthers baby, maar ook haar nieuwe diamanten broche, ‘zoiets kun je altijd in de zoom van je rok naaien als er weer eens oorlog komt’. Wat wij inmiddels te weten zijn gekomen: Bessies man en dochtertje zijn in Auschwitz vermoord, en zelf overleefde ze ternauwernood de verschrikkingen van ‘experimentenblok 10’ waar ze op barbaarse wijze onvruchtbaar werd gemaakt. Esthers ouders zijn vergast in Sobibor. Daar zitten ze samen, een moeder zonder kind, en een kind zonder moeder.

‘Het is de oorlog’, huilt Esther even later tegen de dokter. Maar ja, de dokter is een geboren Zuid-Afrikaan die de oorlog alleen van horen zeggen kent, en ‘de oorlog is bovendien al zo lang geleden. Zo moeilijk te associëren met deze, nog betrekkelijk jonge, goed verzorgde vrouw, in een eerste klasse kamer vol geurende bloemstukken’.

Een gezellig kraamcadeau is het autobiografische Een echte Kavalsky waarschijnlijk niet. Maar wel: een mokerslag.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden