OPINIEETNISCH PROFILEREN FISCUS

Discrimineren mag niet, maar registratie van de dubbele nationaliteit afschaffen?

De Belastingdienst was tot begin 2014 formeel bevoegd om te beschikken over de gegevens uit de Basisregistratie Personen (BRP) van vreemde nationaliteiten van Nederlanders. Of het ook geoorloofd was die in te zetten als dat neerkomt op discriminatie is een andere zaak, betoogt oud-hoogleraar migratierecht Ulli d’Oliveira.

Willemien den Ouden, voorzitter Piet Hein Donner en Jetta Klijnsma (vlnr) in maart dit jaar tijdens een persconferentie over het eindrapport van de adviescommissie uitvoering toeslagen.Beeld ANP

Wat menigeen al vermoedde: de Belastingdienst heeft tussen 2012 en 2015 mensen geselecteerd voor intensiever controle op de aangiften voor de inkomstenbelasting door onder meer af te vinken op dubbele nationaliteit. Wat de andere criteria waren wordt nog niet onthuld, maar dat zal onder meer samenhangen met bepaalde woonwijken. 

Ook naar het beleid bij de afdeling Toeslagen wordt onderzoek gedaan door de Autoriteit Persoonsgegevens; ondanks ontkenningen lijkt het erop dat ook daar de tweede nationaliteit een rol speelt bij het eruit pikken van mensen voor nader onderzoek. In gewoon Nederlands: etnisch profileren oftewel overheidsracisme. Het is de vraag of deze praktijk ook nog na 2015 is doorgewoekerd.

Waar haalt de Belastingdienst zijn gegevens vandaan? Dat moet uit de Basisregistratie Personen (BRP) zijn, de centrale schatkist waaruit de overheid zijn gegevens over mensen mag halen, omdat die betrouwbaar en bepalend zijn. Begin 2014 is de wet op de BRP na veel heen en weer gepraat gewijzigd. Er was, zoals minister Plasterk indertijd zei, een gevoelig maatschappelijk probleem, namelijk de behoefte van veel mensen met een dubbele nationaliteit om niet meer geconfronteerd te worden met hun andere nationaliteit, vooral als van die nationaliteit geen afstand gedaan kon worden. Vandaar dat nu de wetsregel werd ingevoerd dat in de BRP opgenomen worden ‘gegevens over de nationaliteit, met dien verstande dat geen gegevens over een vreemde nationaliteit worden opgenomen naast het Nederlanderschap (…).’ 

Onbetrouwbaar en dubbelzinnig

Het effect van deze wetswijziging was tweeledig: er zouden geen nieuwe gegevens over een andere nationaliteit meer worden opgenomen en de bestaande gegevens over vreemde nationaliteiten zouden vervallen, aldus de minister. Daar is weinig van terechtgekomen. Bij een tussenevaluatie door het bureau Berenschot in 2016 valt te lezen dat de onderzoekers ‘nog niet kunnen vaststellen in welke mate het doel van de wijziging, namelijk dat burgers die Nederlander zijn en tevens een of meer vreemde nationaliteiten bezitten, niet meer ongewild en voortdurend over meerdere generaties vanuit de BRP worden geconfronteerd met hun vreemde nationaliteit(en).’

Ik concludeer dat de Belastingdienst tot begin 2014 formeel bevoegd was om te beschikken over de entries in de BRP van vreemde nationaliteiten van Nederlanders. Of dat ook geoorloofd was die in te zetten als dat neerkomt op discriminatie is een andere zaak; ik meen dat het selectiecriterium in dat opzicht absoluut niet door de beugel kan. Na begin 2014 was ook het formeel niet meer in de haak om gegevens over dubbele nationaliteit te putten uit de BRP. Dat de gegevens die al opgenomen waren nog steeds niet verwijderd zijn, deugt evenmin. Er is alleen een mededeling vanwege de BRP dat die gegevens dood zijn, dat wil zeggen niet meer actueel, omdat ze niet meer bijgehouden worden. Dat suggereert dat er voorzichtig mee moet worden omgesprongen, niet omdat het niet meer toegelaten is ze te gebruiken, maar omdat ze onbetrouwbaar zijn. Uiterst dubbelzinnig.

Wat de wetswijziging zelf betreft, die vind ik niet handig. Niet alleen zijn er mensen die nu juist wel degelijk aardigheid hebben in hun andere nationaliteit en daar best mee te koop willen lopen, maar er zijn ook tal van wettelijke regels waarvoor zo’n dubbele nationaliteit ter zake doet. Te denken is aan het internationaal privaatrecht, waar vaak ook de ‘andere’ nationaliteit meetelt bij het bepalen van het toepasselijke recht; aan het afnemen van het Nederlanderschap bij terrorismebestrijding,  dat alleen toelaatbaar is als er nog een andere nationaliteit overblijft. Talrijk zijn de gevallen waarin verlies van Nederlanderschap alleen mogelijk is als men daardoor niet staatloos wordt.

Al die regels zijn niet goed toe te passen als niet vaststaat dat er nog een andere nationaliteit aanwezig is. Dat is geen vrijbrief om te discrimineren, maar basis voor het correct toepassen van de wet. Dat er wetten zijn, die zelf discrimineren, zoals die op de terrorismebestrijding, is betreurenswaardig, maar dat neemt niet weg dat de overheid zich met het schrappen van de andere nationaliteit(en) uit de BRP in de voet geschoten heeft.

Ulli d’Oliveira is oud-hoogleraar migratierecht aan de Universiteit van Amsterdam en verbonden aan Prakken d’Oliveira Human Rights Lawyers.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden