column Aaf Brandt Corstius

Dieren lijken heel vaak whatever te denken. Vooral katachtigen

Nog net op het nippertje bezocht ik de nieuwe versie van The Lion King, waarin de dieren niet worden vertolkt door tekenfilmfiguren, maar door dieren. Nou ja, dieren... door hoogstaande software geanimeerde dieren. Ze zien er heel echt uit, maar ze praten wel.

Ik had af en toe zo veel moeite te geloven dat het écht geen echte dieren waren, dat dat me afleidde van de film. Dan zat ik te denken: ja, maar deze tor duwt zo realistisch een balletje modder een zandberg op, deze moet echt zijn, deze hebben ze gewoon uit een natuurfilm geknipt. En dan had ik alweer een machtsovername in het grote dierenrijk van koning Mufasa gemist.

Het deed er ook niet toe dat ik het verhaal soms niet volgde, want ik ken het uit mijn hoofd. In de diepe jaren negentig was ik oppas en elke woensdagmiddag paste ik op een Brits meisje dat in Amsterdam was komen wonen. Elke woensdagmiddag keken wij de gehele Lion King. Samen. Op de bank. Het waren mooie tijden. Laatst kwam ik erachter dat ze weer was teruggegaan naar Engeland en daar een vooraanstaand kunstenaar was geworden, en ik gaf mezelf een schouderklopje voor al die uren Lion King kijken.

Het goeie aan de nieuwe Lion King, behalve dus dat hij zo goed is gemaakt dat je afgeleid raakt door de goedheid, is dat de dieren ook af en toe níét praten. Op vrij cruciale, dramatische momenten. Dan houden ze hun mond en zijn ze gewoon dier.

Wanneer Mufasa, de vader van Simba (lang verhaal en iedereen kent het), is vertrapt door een kudde gnoes, gaat Simba angstig naar hem toe en kijkt verdrietig naar zijn dode vader. Tot zover de door de Disney aangebrachte emoties. Maar dan loopt Simba, zoals elk dier zou doen, weg met een geheel neutrale blik. Alsof hij denkt: whatever.

En dat is precies de juiste blik. Want dieren lijken heel vaak whatever te denken. Vooral katachtigen. Ik zeg niet dat ze geen emoties hebben, maar hun emoties zijn niet zichtbaar. En dat maakt die scène zo realistisch.

Hetzelfde gebeurt nog een paar keer. Valt er weer een dier van een klif, kijkt een ander dier hem na, schudt zijn manen uit en heeft meteen weer die neutrale, zakelijke blik van: ‘En doorrr!’

Want dieren moeten altijd door. Ze moeten weer een prooi vangen, of een roofdier ontvluchten, en sowieso zijn ze hartstikke druk met the circle of life, daarom zingt Elton John dat ook de hele tijd.

Naast me in het donker zat mijn eigen welp, mijn dochter, die halverwege het verhaal in tranen bleek te zijn. Dus ik ook in tranen. Niks geen whatever. Daar is onze diersoort niet goed in.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden