VerslaggeverscolumnMarjon Bolwijn in Amsterdam

Dieren hebben de tijd van hun leven in onze uitgestorven steden

Dwalend door verlaten straten en langs pleinen in Amsterdam vraag ik mij af waar de meeuwen zijn gebleven. Met de toeristen is ook hun spoor van etensresten verdwenen. 

Het kabaal en de brutaliteit waarmee een zwerm rondcirkelende witte jagers op een klodder patat met mayonaise of afgekloven pizzapunten kan duiken, is de afgelopen jaren een vertrouwd stadsbeeld geworden. Hun slomere, koerende concurrenten hebben nu het rijk voor zich alleen. Midden op ooit drukke straten pikken zij ongestoord in materiaal dat als voedsel oogt. Evenals ratten en kraaien, ook dol op menselijk zwerfafval, moeten zij nu meer moeite doen om aan hun dagelijkse kost te komen.

Stadsecoloog en schrijver Remco Daalder op zijn balkon.Beeld Marieke Ohm.

En de meeuwen? Die zijn hem gevlogen naar de weilanden in Waterland, ziet de Amsterdamse stadsecoloog Remco Daalder. Trappelend met hun poten lokken ze wormen naar de oppervlakte. Ook zijn ze vaker te zien boven het IJmeer, voor de visvangst. Een deel zal zijn teruggekeerd naar de Wadden, vermoedt Daalder. Ook de zeevogels werken met een gezonder dieet aan hun weerstand.

Goede voorbeeld

Ik stel de stadsecoloog en schrijver voor een wandeling te maken door de stad om te zien hoe de natuur zich gedraagt nu de onrust stokende mens zich terugtrekt. Hij popelt, maar zegt ‘nee’. Ook niet met anderhalve meter afstand. Als ecoloog in dienst van de lokale overheid moet Daalder  het goede voorbeeld geven. 

Daarom spreken we af dat hij een week lang noteert wat hij ziet en hoort vanaf zijn balkon en tuin in de dichtbebouwde wijk Banne Buiksloot in Amsterdam-Noord. En tijdens zijn dagelijkse wandeling richting Landsmeer. Als gedwongen thuiswerker is dit momenteel zijn actieradius.

Met zijn 60 levensjaren en lange staat van dienst als bioloog is Daalder verrast in die ene week veel nieuwe ontdekkingen te doen. ‘Doordat ik thuis werk, heb ik meer rust en tijd goed om mij heen te kijken. Ik kan het iedereen aanraden, er valt veel te beleven.’

Elke ochtend om 9 uur gaat hij met een kop koffie en verrekijker op zijn balkon aan de straatkant zitten. En hij is niet de enige. De buurtpraatjes van balkon tot balkon zorgen in deze tijd van jeweetwel voor saamhorigheid. Op zijn stoel traint hij zijn zintuigen: hoeveel vogelgeluiden hoor en zie ik in tien minuten? De eerste dag zijn het er tien, op de vijfde telt hij twintig soorten, waaronder de ijsvogel. ‘Normaal hoor ik er niet zoveel met al die omgevingsgeluiden van auto’s, vliegtuigen en sportvelden.’

Wereld van insecten

Observeren doet de bioloog nu ook elke dag in zijn achtertuin van 40 vierkante meter. Met behulp van de app obsidentify wil Daalder de voor hem vrij onbekende wereld van insecten beter leren kennen. Nachtvlinders lijken saaie bruine beestje, maar inmiddels weet hij dat hun vleugeltjes een ‘prachtig geometrisch patroon met verschillende tinten’ laten zien. Hij heeft Darwin er weer op nageslagen, want blijft zich verwonderen over hoe een complex organisme kan ontstaan.

De sperwer in zijn tuin.Beeld Marieke Ohm.

Of het de ingevallen stilte is of zijn grotere opmerkzaamheid weet hij niet, maar in zijn tuin spot hij geregeld een sperwer die op spreeuwen loert. Ook de grote bonte specht durft dichterbij te komen, en besloot een paar dagen geleden zelfs driftig op zijn raamkozijn te hakken.

Dankzij de grotere duisternis in avond en nacht, heeft de bioloog vanuit zijn tuin voor het eerst de Kleine Beer aan de hemel kunnen zien stralen. De gedoofde lampen van auto’s en sportvelden zijn een zegen voor vleermuizen en insecten, die zich nu beter kunnen oriënteren. Insecten sneuvelen bij bosjes als zij tegen de felle lampen van sportvelden vliegen. 

Ook kikkers en salamanders zullen niet rouwen om de grotere duisternis. Op zoek naar eten, komen zij op lichtpunten af, om op sportvelden tot hun frustratie te ontdekken dat daar niks te halen valt.

De straat is nu voor de duiven.

Mooi staaltje recycling

In zijn tuin ontdekt de vogelkenner ook gedragspatronen die hem nog onbekend waren. Zoals die van de vrouwtjes- en mannetjesduif bij het nestelen. Daalder zag het mannetje druk in de weer met de bouw van een broedplaats in een berk. Zodra het bouwwerk af was, kwam het vrouwtje de boel inspecteren. Afgekeurd. Nu is haar echtgenoot in een andere boom opnieuw begonnen. Elk takje uit het eerste nest wordt overgevlogen naar zijn volgende probeersel. ‘Een mooi staaltje recycling.’

Het ziet ernaar uit dat dieren in de stad zich volstrekt normaal gedragen, sterker: zich natuurlijker kunnen gedragen nu de mens zich bescheidener opstelt. Remco Daalder put er troost uit. ‘Voor ons mensen lijkt de wereld ingestort. De enige soort die zich anders gedraagt zijn wij. Het is hoopgevend dat het planten- en dierenleven gewoon doorgaat.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden