ColumnKoen Haegens

Die loonstijging komt later – of nooit meer

null Beeld

Wie had dat gedacht? Terwijl ook deze krant bol staat van de sombere berichten over corona-recessies en massaontslagen, blijken de contractlonen met 2,8 procent te stijgen. De vorige keer dat werkenden er zoveel op vooruit gingen, was in 2008. Inderdaad: het jaar van de kredietcrisis.

De verklaring laat zich raden. Tot de banken omvielen, groeide de economie als kool. Net zoals het Nederland aan de vooravond van de pandemie goed ging. Dit jaar profiteren werknemers daarom nog van gunstige cao’s: 80 procent was al afgesloten.

Helaas zal die kortstondige opleving de scheve verhoudingen niet rechttrekken. Terwijl in het bedrijfsleven ‘de winst tegen de plinten klotste’, zoals premier Rutte vorig jaar constateerde, heeft de werkvloer daar amper van geprofiteerd. Haar onderhandelingspositie is ondergraven door de stormachtige opmars van tijdelijke contracten, uitzendwerk en zzp’ers. Of anders dreigen bedrijven wel hun productie naar elders te verplaatsen. Het resultaat is ‘fantoomgroei’, zoals Sander Heijne en Hendrik Noten het noemen in hun gelijknamige boek.

Er was nog hoop dat de krappe arbeidsmarkt verandering zou brengen. Als personeel schaars is, moeten werkgevers meer betalen. De wet van vraag en aanbod, toch? Dat valt tegen. Jawel, de lonen zijn sinds de crisis gestegen – hier nog geen complete stagnatie zoals de afgelopen decennia in de Verenigde Staten. Maar eerst was de groei schamel, daarna werd zij grotendeels opgegeten door inflatie, en net nu de vaart er eindelijk inkomt, blijken de vette jaren alweer voorbij.

Loonstijgingen zijn een feestje, maar zodra het een beetje gezellig wordt, gaan in Nederland de tl-lichten aan. Weg sfeer. Volgend jaar loopt het aantal werklozen op van ruim 400 duizend naar 634 duizend. De aanvankelijk voorspelde salarisgroei van 2,9 procent smelt dan weg als sneeuw voor de zon.

De Zuidas in Amsterdam, de financiële wijk van de hoofdstad.  Beeld Getty Images
De Zuidas in Amsterdam, de financiële wijk van de hoofdstad.Beeld Getty Images

De les? Zeker als het om de verdeling van de taart gaat, neigt de economie niet naar een magisch evenwicht. Wie braaf gaat zitten wachten op het zoet dat aan de horizon gloort, blijft achter met lege handen. Gelukkig kunnen politici veel meer doen dan zich verontwaardigd tonen (of zelfs doodleuk de lasten verhogen, zoals tijdens de vorige crisis). Er werken meer dan een half miljoen mensen in het openbaar bestuur. Zorg en onderwijs zijn nog eens goed voor bijna 2,3 miljoen banen. Zijn de zorgen over achterblijvende lonen oprecht, dan mag de overheid als grootste werkgever op zijn minst het goede voorbeeld geven.

Een baangarantie, zoals eerder op deze plek besproken, zou ook wonderen doen. Afgelopen week opperde het Centraal Planbureau – misschien onbedoeld – nog een andere mogelijkheid. De rekenmeesters concluderen in een onderzoek dat niet alleen de 441 duizend werknemers die direct zijn aangewezen op het minimumloon zouden profiteren van een stijging. ‘Een verhoging van het minimumloon werkt ook door op het verdere loongebouw.’ Voilà. Zelden leek de oplossing voor een zo breed gesignaleerd probleem zo simpel.

Lees meer over de achterblijvende lonen

Loonmatiging helpt Nederland niet uit deze crisis, zegt directeur van De Nederlandsche Bank Olaf Sleijpen

Een spectaculaire ‘whodunnit’: hoe kan het dat de lonen al jaren nauwelijks meer stijgen?

Hoe links en rechts het eens werden over een hoger minimumloon

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden