Column Sylvia Witteman

Die knikkertegels vormden hét symbool van peilloos diep onbegrip tussen kinderen en volwassenen

Op een van die beruchte ‘sociale media’ kwam ik een foto tegen van een stoeptegel met een machinaal vervaardigd kuiltje erin, plus de verzuchting van een vader dat hij zijn kinderen over dat kuiltje heel wat uit te leggen had. Ook zelf moest ik even nadenken. Waar was dat kuiltje voor? Om regenwater op te vangen voor dorstige duiven? Om skateboarders te treiteren? Maar toen ging me een licht op: het was een knikkertegel.

In mijn jeugd was knikkeren een van de weinige straatactiviteiten die ik leuk vond. Daar kwam trouwens beslist geen knikkertegel aan te pas: we krabden met een stokje een gootje tussen een gewone stoeptegel en een muurtje, en dáár moesten die knikkers in. Zoals de morsdode Chinese wijsgeer Lao Tse eens zei: ‘Het nut van een pot berust op zijn leegheid’.

Die pot heette overigens, althans in het dorp waar ik woonde, ‘de kuuk’. Door het hele dorp waren van die kuuks, en wij kinderen kenden van elke kuuk de voor- en nadelen. In een brede, ondiepe kuuk pasten meer knikkers, maar dan had je een risico dat ze er weer uitrolden. In een smalle kuuk kon je soms niet voorkomen dat je knikker, precies raak gegooid, weer terug ketste.

Er was een gecompliceerde rangorde onder die knikkers. Die gewone, doorzichtige knikkers waren ‘eentjes’. Je had daar ook grote van, die heetten ‘bonken’ en waren vijf keer zoveel waard als de kleine. Dan had je nog witte met gekleurde streepjes, die heetten ‘mootjes’ en waren, meen ik me te herinneren, evenveel waard als twee bonken. En dan had je nog ‘mootjesbonken’, de grote variant van die mootjes. Dat waren de beste.

Ingewikkeld was het geval van de ‘looiers’, metalen kogels uit kogellagers. In sommige kringen golden ze als uiterst begeerlijk, maar een straat verderop waren ze dan opeens niets waard. Ook de spelregels verschilden van buurt tot buurt en werden wederzijds enorm geminacht. Het kópen van knikkers, in een winkel dus, gold algemeen als een zwaktebod. Wat die knikkertegels betreft: die werden door de gemeente gelegd, door de jeugd genegeerd, en vormden zo hét symbool van peilloos diep onbegrip tussen kinderen en volwassenen.

Ja, knikkeren vond ik leuk, maar op een kwade dag knikkerde niemand meer. Tegenwoordig speel ik al jaren het uiterst domme spelletje Candy Crush op mijn telefoon. Dat doet ook niemand meer, maar Candy Crush kun je gelukkig in je eentje spelen. Ik doe het vooral als ik eigenlijk iets héél anders moet doen. Ik ben dan ook al bij level 4341.

Zoals Lao Tse zei: ‘Voorkom het moeilijke door het gemakkelijke te doen’.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden