Column

Die katten, die doen het er gewoon om

We waren bijna zover. Écht. Alleen nog even het luchtbed mailen, nieuwe batterijen in de reisverzekering, en checken of er genoeg haringen bij de laatste column zaten. Dat stapeltje deadlines konden we wel laten drogen op de hoedenplank. Hey ho, let's go! Dág ophef, hallo stokbrood.

En toen was er plots dat ijzingwekkende gegil. Niks kat in het bakkie. Kater te water! Het gezin spoedde zich naar buiten en zag de innig geliefde poes H. paniekerig rondspartelen in de gracht. Min of meer bij toeval wist hij een pootje in de kademuur te haken, en daar hing-ie: net nog die dikke, goedaardige zak vol dwangneuroses, nu een soort hulpeloos zeehondje dat de hele buurt bij elkaar krijste, terwijl hij ons aanstaarde met doodsbange ogen op schoteltjes. Wat de hél was hem opeens overkomen?!

Het is heerlijk om op een woonboot te wonen en fijn om katten te hebben, maar een combinatie van die twee heeft voor de gemoedsrust zo zijn consequenties. Want echt, ze doen het erom. Altijd over het uiterste randje lopen, ook als het gemeen waait. In volle galop op een meeuw af. Véél te ver voorover leunen omdat er een meerkoet langs dobbert. En als je er iets van zegt, kijken ze je hooghartig aan. Tweevoeters, pfff...

Maar het kan dus wel misgaan hè, dom beest! En je kunt er dus niet op staan, zoals ik je al duizend keer gezegd heb!

We gingen met uitgestrekte armen op ons buik op de kaderand liggen, de buurman kwam aangerend met een enorm schepnet, maar de poes bleek niet open te staan voor welke vorm van hulpverlening dan ook. Dan liever kopje onder, leek hij te denken. Wat hij vervolgens ook eventjes daadwerkelijk deed. Om daarna heel beduusd stil te vallen.

Dit was het moment waarop de rest van het gezin koos voor de optie paniek. Een prima optie, ik had er zelf ook wel oren naar, als ik niet ineens zomaar naast de poes in het water had gelegen. Vreemd, ik bleek zelfs mijn broek en T-shirt te hebben uitgedaan. Het was koud. Er dreven dingen. Toen ik al watertrappelend het natte kattenlijf vastpakte, kreeg ik eerst maar eens een flinke mep, nagel en al. Over de schermutseling die volgde kan ik alleen maar zeggen: what happened in the gracht, stays in the gracht. In elk geval stonden we even later samen onder de douche. Ik bloedend, poes grommend in mijn armen, gezin aan de lijn met de Stichting Korrelatie.

Nou, en daarom zitten we nu dus níét net boven Beaune aan een tafel vol kazen, wijn en gevogelte, maar gewoon thuis op de bank. Hele bende weer uit de achterbak gehaald, auto geparkeerd. We gaan 'een dagje later'. Want het liep alweer tegen vieren, en de snel groeiende consensus was dat het onder deze omstandigheden toch prettiger voelt om nog heel even bij hem in de buurt te blijven. Kijken 'hoe hij ermee omgaat', dat arme beest, dat zich intussen comfortabel heeft verschanst in de berg met slaapzakken, matjes en tenten, van waaruit hij me continu kwaadaardig zit aan te staren.

Verrekte softies dat we zijn.

'Ach, kop op', zegt mijn vriendin. 'Misschien zit er een stukje in.'

'Een poezencolumn?', bits ik verontwaardigd. 'Dat nooit!'

Meer over