Die elf minuten oorlog bij 'De Punt' markeerden een kentering

Nabestaanden van twee van de zes gedode treinkapers bij De Punt willen dat de staat erkent dat zij moedwillig zijn doodgeschoten. Schrijver Frank Westerman ziet de bloedige ontknoping van juni 1977 in de eerste plaats als een keerpunt tussen strijd en verzoening.

De met kogels doorzeefde trein waarin de kapers de dood vonden, bij spoorwegovergang De Punt, 1977. Beeld anp

De laatste koloniale oorlog die Nederland uitvocht duurde 11 minuten en vond plaats op eigen bodem - in de drassige weilanden langs de Drentse Aa ter hoogte van het buurtschap De Punt.

In de ochtend van 11 juni 1977 om 4 uur 54 barstte het geweld los. Na twintig etmalen van onderhandelen spraken nu de mitrailleurs. 'Een projectiel dat een wiel raakt spat weg, dus dan zie je vonken', weet psychiater Henk Havinga (nu 93) zich te herinneren. 'Verder zie je eigenlijk alleen verf afbladderen.'

Als kolonel-arts van de toenmalige antiterreurbrigade, de Bijzondere Bijstands Eenheid, had Havinga vanuit een bunker in Assen-Oost drie weken op kapingsleider Max Papilaja ingepraat - vergeefs. Die ochtend volgde hij door een veldkijker de verrichtingen van de BBE-mariniers, die met springramen (lattenconstructies met explosieven om de deuren uit de trein te blazen) door de ochtendmist oprukten.

Dat 'zijn jongens' vier decennia later als beulen in de beklaagdenbank staan vindt hij 'bespottelijk'. Als stormtroepers hadden zij hun eigen leven gewaagd om vijftig gegijzelde passagiers te bevrijden. Ze waren 'hard maar niet rücksichtsloos' - op die eigenschappen had Havinga ze persoonlijk uitgezocht.

Hun missie: het uitschakelen van de kapers. De regering-Den Uyl hield rekening met de mogelijkheid dat geen van de negen gijzelnemers de aanval zou overleven.

In het achterste deel van de trein hielden de kapers Hansina en haar vriend Rudi de wacht. Terwijl er een salvo van in totaal tien- tot vijftienduizend kogels met stalen kern dwars door de trein vloog, haastten zij zich richting de 'vrouwencoupé'. Hansina Uktolseja, tandartsassistente in Assen, werd geraakt in haar kuit. Ze kwam niet meer vooruit, werd voortgesleept door haar vriend en uiteindelijk door hem achtergelaten in het gangetje van de restauratiewagon.

Molukkers lopen richting het Drentse De Punt voor de herdenking van de zes Molukse treinkapers die in 1977 de dood vonden. Beeld anp

Op ditzelfde moment voltrok zich een geluidsbombardement van een squadron Starfighters dat op 30 meter hoogte in de lengterichting over de trein scheerde. Marinier 'Rinus', die als eerste het belendende balkon binnendrong, zag Hansina in het donkere gangpad liggen. Ze zou nog 'mama, mama' hebben geroepen. Hij verklaarde niettemin het zekere voor het onzekere te hebben genomen door haar van 'één a twee meter' afstand met zijn uzi te hebben doodgeschoten.

Was dit een executie, waar een arrestatie had moeten volstaan? De dagvaarding bevat een reeks gruwelijke feiten: kaapster Hansina lag in een plas bloed tegen de harmonicasluis. Ze was al niet meer bij machte zich te verweren, laat staan zich over te geven. Desondanks was ze van dichtbij beschoten 'in haar schaamstreek'. Bovendien bleek ze ongewapend.

Hiertegenover staat dat Hansina eerder had geposeerd met een Landmann-Preetz-geweer, wijsvinger aan de trekker. 'Het wapen dat ik draag, draag ik met geloof in mijzelf', had ze geschreven in haar afscheidsbrief. Rudi was doorgelopen om 'alle passagiers neer te schieten', zoals hij destijds tegenover de politie verklaarde.

Tanks bewaken het ministerie van Algemene Zaken op Plein 1813, terwijl minister-president P.J.S. de Jong ir. Manusama ontvangt, de president in ballingschap van de R.M.S. (Republik Maluku Selatan), 1970 Beeld anp

In dit licht lijkt Operatie Mercedes een bevrijdingsactie van mariniers die met doortastend optreden hebben verhinderd dat de kapers een slachting onder de gegijzelden konden aanrichten. Of was het toch beulswerk, met de nadrukkelijke opdracht van de regering om de kapers te doden, shoot to kill, zoals een van de mariniers eerder deze maand heeft verklaard?

Ik twijfel. Zelf was ik als kind van 12 die ochtend wakker geworden van een pantserwagen onder mijn slaapkamerraam. Onze straat werd afgezet ter beveiliging van 'de bunker', die van communicatiecentrum veranderde in commandocentrum. Een halfuur later trilden de ruiten van de overvliegende straaljagers.

Buiten op de garageboxen bij ons in de straat stond 'Dood aan de RMS!' geklad. Toen het licht was, kwam er een motor aangescheurd met daarop twee mannen met zwarte haren, ongehelmd. De coureur vloog als een kamikazepiloot op de pantserwagen af, om pas op het allerlaatste moment te remmen en af te slaan. Zijn bijrijder liet de vlag van de RMS wapperen, de vrije Republik Maluku Selatan, die in 1950 zeven maanden had bestaan.

Pas later zag ik de symmetrie tussen de duikvlucht van de straaljagers en de schijnaanval van de motorrijders. Ik ben de bestorming van de trein bij De Punt gaan zien als de gewelddadige ontknoping van een conflict met een eeuwenlange historische aanloop. Je zou die kunnen laten beginnen in 1602 bij de oprichting van de VOC, de nootmuskaathandel, het uitmoorden door Jan Pieterszoon Coen van de bevolking van de Banda-eilanden in 1621.

Of recenter: bij de Atjeh-oorlog (1873-1914) of de 'Politionele Acties' (1947 en 1948) en de deelname daaraan door Molukse KNIL-militairen die door het vuur gingen voor de Nederlandse vlag.

Of nog recenter: bij het moment waarop deze Oranjegezinde soldaten en hun gezinnen in 1951 na de onafhankelijkheid van Indonesië naar Nederland zijn verscheept, afgedankt en weggestopt in leegstaande barakken van onder meer de voormalige nazikampen Vught en Westerbork.

Bij de treinkaping van De Punt kwamen al deze historische lijnen samen. Ze verstrikten zich tot een knoop die zich niet meer met overleg en onderhandelen liet ontwarren. Er restte de regering-Den Uyl geen andere optie dan ingrijpen met tegengeweld.

Toen het vuren na 11 minuten ophield lagen er twee gegijzelden dood in de trein: de 19-jarige Ansje Monsjou en de 40-jarige Rien van Baarsel. Zes van de negen kapers waren gedood, onder wie: Ronnie Lumalessil, een broer van kaper Rudi.

Deze herfst, een kleine veertig jaar later, treedt Rudi op in het openbaar: als muzikant in het toneelstuk Hoe zat het ook al weer?, over de dekolonisatie van Nederlands-Indië.

Gekleed in een rode hoody speelt hij in de band op het podium, samen met Otjek, weer een andere broer van hem, die in 1975 deelnam aan de gijzeling van het Indonesische consulaat in Amsterdam. Rudi's vrouw Mietji doet de regie.

'Het wordt hoog tijd dat wij ons in Nederland gaan thuisvoelen', zegt een Molukse actrice aan het slot. 'Wees niet bitter. Drink eens een kop koffie met je Nederlandse buren.'

Ex-treinkaper Rudi staat achter deze verzoenende boodschap, anders zou hij niet meedoen. Tegelijkertijd wil hij dat de staat erkent dat zijn geliefde Hansina op een onwettige manier is doodgeschoten. Hij wil meewerken aan de rechtszaak, maar vindt het te vroeg om zijn verhaal te doen: de woorden daartoe heeft hij nog niet gevonden. Rudi vergelijkt zijn situatie met die van de ronddolende Jezus in de woestijn: alsof hij zijn leven lang - tijdens en ook nog na zijn gevangenschap - door de duivel op de proef wordt gesteld.

De door kogelgaten geschonden jas van kapingsleider Max Papilaja. Beeld Moluks Historisch Museum/A.J. Vink

'Iedereen opstaan'

Ook een ex-gegijzelde - een leeftijdsgenote van Rudi - is dit najaar schoorvoetend naar buiten getreden. 'Reken maar dat ik getraumatiseerd ben', vertelt zij. 'Mijn ouders en mijn zus ook.'

In de marge van een lezing in een bibliotheek deed ze onlangs haar verhaal: hoe ze onder de banken was gedoken voor het mitrailleurvuur, en daarna nog platter tegen de vloer was gedrukt door het straaljagergeweld.

'Toen verscheen Rudi in de deuropening van de coupé, met zijn geweer in de aanslag. Hij schreeuwde: 'Iedereen opstaan' en begon te schieten. Ik wilde overeind komen, maar bedacht me. De vrouw naast me is van dichtbij door haar buik geschoten.' Het had meer dan 39 jaar geduurd voor ze dit kon en durfde vertellen.

Aan de beëindiging van 'De Punt' heeft Nederland een collectief trauma overgehouden: niet omdat ons geweld was aangedaan, maar omdat we geweld hadden toegepast. Er was opluchting dat de kaping afgelopen was, maar er waren geen winnaars, alleen maar verliezers.

Achteraf bezien markeerden die 11 minuten oorlog een keerpunt. Vanaf de zomer van 1977 is er, geleidelijk aan, geluisterd naar de meer dan terechte grieven van de Molukse gemeenschap. Er kwam verslavingszorg voor verslaafde Molukkers, een banenplan voor werkloze Molukkers. Er kwam tweetalig onderwijs voor Molukse kinderen: over hun eigen geschiedenis leerden ze in hun eigen taal, het Maleis.

In 1985 ontvingen de ex-KNIL-militairen een erepenning, plus een oorlogspensioentje. In Utrecht verrees het Moluks Historisch Museum met als topstuk: de door zeven kogelgaten geschonden jas van kapingsleider Max Papilaja. Welk land durft het aan het doorzeefde jack van een martelaar van een gewapende strijdgroep tentoon te stellen?

En voor de komende week staat de hervatting van de rechtszaak van de nabestaanden tegen de staat op de rol. De afweging lijkt me een onmogelijke. Ik wil niet op de stoel van de rechter gaan zitten. Dat doen al genoeg opiniemakers - te pas, maar vaker nog te onpas.

Dit neemt niet weg dat ik wel een mening heb over de zaak-De Punt. Hoe controversieel de kwestie ook is, het feit dat je haar in Nederland aan een onafhankelijke rechter kunt voorleggen vind ik van onschatbare waarde.

'Wie het verleden verzwijgt, blokkeert de toekomst', is de sleutelzin uit het toneelstuk waar Rudi aan deelneemt. Graag wil ik wonen in een land dat zelfs de pijnlijkste episoden uit haar geschiedenis onder ogen komt.

Frank Westerman

Kom daar maar eens om, elders in de wereld.

Frank Westerman is oud-Volkskrant-correspondent en schrijver van Een woord een woord, een zoektocht naar een weerwoord op terreur aan de hand van onder meer de Molukse gijzelingsacties van de jaren zeventig.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.