Column Nico Dijkshoorn

Die dode rotondevrouw bestond niet, maar Nouri bestaat wel. Niet bestond

Nouri voetbalde en dan voelde hij zich gelukkig. Nouri is geen papier. Nouri was niet ooit. Hij is er.

Vier jaar lang heb ik gedacht dat er iemand dood was. Ik dacht te weten hoe die persoon er uit had gezien. Mooi vallend haar. Een vrouw denk ik. Ze had een nieuwe jas aan die heel lekker fietste. Ze wilde geen rode plastic bloemen om haar stuur, want de mensen zagen vanzelf wel dat ze vrolijk was. Ze hield van goede muziek, met een piano aan het begin, aan het eind van pam-pam-pam en dan deed ze een dansje. Alleen, want ze was alleen. Dat wist ik bijna zeker, dat ze alleen was. Dat ze alleen een rotonde opreed en even niet oplette.

Vier jaar lang heb ik gedacht dat er vlak bij mijn huis iemand was gestorven. Dat kwam door een houten paal in de grond. Om die paal groeiden bloemen. Aan de paal was een gedenkplaat gespijkerd. Ik passeerde dat virtuele graf dagelijks en dan dacht ik drie minuten na over de dood en over verlies. Tot ik een half jaar geleden zag dat de gedenkplaat een dubbelgevouwen verkeersbord was.

Ik heb mijn auto in de buurt geparkeerd en ben gaan kijken. Inderdaad, een verkeersbord. Een waarschuwing dat je op een rotonde reed. Vreemd genoeg was ik teleurgesteld. Ik had vier jaar lang zeven keer per week aan een dode vrouw gedacht en nu bleek ze gewoon te leven. Het zou ook zo maar kunnen dat het helemaal geen vrouw was. Ik schaam mij erg, maar ik moet eerlijk zijn: ik miste die dode vrouw meteen.

Ze was heel lief, ze kocht cadeaus voor haar neefjes en nichtjes. Ze liep met haar handen in haar zakken over het strand. En dan die ene keer dat ze een gestorven meeuw heel voorzichtig optilde en op een mooier plekje neerlegde: dat was allemaal zo lief. Ze dronk warme chocolademelk. Alleen. Op een terras. Dat durfde ze, die vrouw. Alleen op een terras zitten en iets bestellen. En toen: rotonde, fiets, pang.

Ik moest daar aan denken toen ik Edwin van der Sar, de directeur van Ajax, een verklaring zag voorlezen over de zaak-Nouri. Ik luisterde niet maar wist ongeveer wel wat hij zei. ‘Vreselijk, inzichten, duizendmaal, onvergeeflijk, goed gesprek, familie, nogmaals excuses.’ De persruimte stoorde me. Die wezenloze stoeltjes, de meeschrijvende journalisten, die hele vorm – een persconferentie – maakte me verdrietig. En toen dacht ik aan die rotonde. Ik begrijp nu, een dag later, waarom.

Het is zo fijn als het je lukt om zieke of dode mensen nog te laten bewegen. Ik zie Nouri, die nu bewegingloos op een bed ligt, in mijn hoofd dartelen. Want dat deed hij. U had hem moeten zien. Een lammetje. Steeds die kleine sprongetjes, dat je gek wordt van vreugde omdat je gras voelt. Nouri bruisend en wild vooruit levend voor mij te zien, lukt nu nog alleen met veel moeite. Door die papiertjes vlak voor Edwin van der Sar op tafel en door de briesende reactie van de advocaat van Nouri’s familie. Nouri is een zaak geworden. Nouri is langzaam een schikking aan het worden.

Die dode rotondevrouw bestond niet. Daar moet ik mee leren leven, maar Nouri bestaat wel. Niet bestond. Hij voetbalde en dan voelde hij zich gelukkig. Nouri is geen papier. Nouri was niet ooit. Hij is er. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.