Opinie Zelfdoding

Diagnostiek zelfdoding mist diepgang

Hulpverleners zijn soms onvoldoende getraind om een adequaat gesprek over zelfdoding te voeren, waarschuwt klinisch psycholoog Jan Derksen.

Jongeren bij een jeugdkliniek voor complexe gedragsstoornissen, verslavingen en bijkomende gedragsproblemen. Foto Marcel van den Bergh / de Volkskrant

In 2017 pleegden 81 tieners zelfmoord, 33 meer in de tienerleeftijd dan een jaar eerder. In 2016 zijn in ons land 121 jongeren in de leeftijd van 10-25 jaar door zelfdoding overleden. In 2017 vroegen 156 jongeren de Levenseindekliniek om euthanasie. Het totale aantal doden door zelfdoding in absolute zin is het hoogste aantal ooit. In verhouding tot elke zelfdoding komen er ongeveer 20 pogingen voor. Een speciaal en effectief beleid inzake preventie van zelfdoding kennen we in Nederland niet.

Onder de jongeren die wij in onze praktijk zien, is zelfdoding heel vaak een gespreksonderwerp. Er is meestal nog geen sprake van een poging en dus zien we deze grote groep niet terug in de statistieken, maar bij hen is wel sprake van wat we suïcidaliteit noemen.

Toenemend valt op dat het hier tegenwoordig gaat om een suïcidaal proces; met de dood bezig zijn verloopt niet bewust maar breekt af en toe – soms plotseling – door in het bewustzijn en bij sommige jongeren leidt dat tot een impulsieve poging die dramatisch kan aflopen en moeilijk is te voorzien.

Het taboe op zelfdoding is cultuurbreed afgebrokkeld, er wordt voortdurend over geschreven en gesproken (ter vergelijking: begin jaren zeventig leerde ik op de School voor de Journalistiek dat er over zelfmoord niet werd gepubliceerd); enerzijds is dit goed en behulpzaam maar anderzijds staat het nu ook bij jongeren met moeilijkheden gemakkelijker op hun psychologische agenda.

Bij de zogenaamde achterbankgeneratie, geboren vanaf 1980, komen grote groepen jongeren voor die weinig training hebben met tegenvallers, zichzelf als oké ervaren en niet zozeer inzien dat ze in hun leven nog een moeilijke, lange en vaak ook pijnlijke weg te gaan hebben. Met opleiding en werk komt veel keuzestress en komen veel tegenvallers in hun beleving. Deze beleving is sterk gekenmerkt door alles wat er op sociale media plaatsvindt. Het aan de telefoon en iPad kleven beperkt hun training in emotionele intelligentie. Ze leven te veel in wat we een psychologische frontoffice kunnen noemen: een sociaalwenselijke, emotioneel oppervlakkige sfeer en ze schrikken zich vervolgens een hoedje als ze meer en diepere emoties gaan ervaren zoals pijn, verdriet, depressie, jaloezie. ‘Dan hoeft het voor mij niet meer’ ligt tegenwoordig op het puntje van de tong bij veel jongeren in een crisis.

Hulpverleners die het eerst in contact komen met jongeren bij wie een suïcidaal proces speelt en die weinig emotionele vaardigheden hebben, kunnen dit gemakkelijk over het hoofd zien. Een belangrijke reden is dat ze onvoldoende zijn opgeleid en onvoldoende getraind om het gesprek hierover vaktechnisch adequaat te voeren. Het thema zelfdoding in het gesprek brengen en in staat zijn het dieperliggende proces aan de orde te stellen, is geen werk voor de laagopgeleide hulpverleners die in de ggz vaak aan de poort worden gezet.

De academische psychologie in Nederland heeft de diagnostiek en behandeling zwaar geprotocolleerd en deze is daarmee in ernstige mate oppervlakkig geworden. De diagnostiek en behandelvormen die in onderzoek met gemiddelden van grote getallen net iets beter uit de statistiek tevoorschijn komen zijn tot norm verheven. De diepgang, vooral noodzakelijk in ernstige individuele gevallen, is verloren gegaan samen met de opleiding en de training hierin.

Onlangs zag ik in de vorm van een second opinion een jongedame die krom liep vanwege een operatie aan haar buik die noodzakelijk was geworden vanwege een ernstige zelfdodingspoging. Het aantal pogingen dat zij had ondernomen, had ze zelf niet meer paraat. De kans dat ze aan zelfdoding gaat overlijden was daarmee heel erg groot. Diagnostiek en behandeling bij deze jonge, hoogopgeleide vrouw waren ernstig tekortgeschoten, met als gevolg een sterk toenemend proces van teleurstelling in behandelingen en verlies van hoop op genezing.

Mijn grootste opgave was haar vertrouwen in de hulpverlening opnieuw helpen opbouwen en vervolgens met de microscoop zoeken naar professionals, klinisch psychologen of psychiaters, die adequaat en dus breed zijn opgeleid. Heb je ze gevonden dat komt het volgende drama; op redelijke termijn hebben ze geen tijd.

Jan Derksen is klinisch psycholoog en werkt al 40 jaar in de ggz. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.