OpinieCoronacrisis

Deze crisis wekt de burgerman in ons tot leven

Portret van Rudolf von Arthaber (1795-1867) met zijn kinderen Rudolf, Emilie en Gustav, door Friedrich von Amerling (1837).Beeld Hollandse Hoogte / Erich Lessing Culture and Fine Arts

In het sociaal isolement als gevolg van de coronacrisis, gedijt de Biedermann. Hij heeft zich altijd al onttrokken aan kroegentochten in de stromende regen en aan de dwangmatigheid van vertier dat per definitie buitenshuis moest worden gezocht.

In de quarantaine waarin de meeste Nederlanders tot nader order verblijven, gedijt de Biedermann: de mens (m/v) die de huiselijkheid koestert. Die met liefde het uitgaansleven verruilt voor het vertier van het bordspel en het ‘avondje Avro’ (Avrotros, tegenwoordig). Die ‘het stille geluk in het kleine hoekje’ zoekt. De Biedermann belichaamt de geest van de Biedermeierperiode: het tijdvak na de napoleontische oorlogen – de jaren tussen 1815 en 1848 – waarin de burgerij haar verlangen naar rust en (betrekkelijke) eenvoud tot uitdrukking bracht. Daarvoor werd pas later, in 1855, de naam Biedermeier gemunt. In dat jaar figureerde de fictieve onderwijzer Gottlieb Biedermeier voor het eerst in een satirisch gedicht van de Duitse schrijver Ludwig Eichrodt over burgerlijke deugden.

In de cultuur was Biedermeier wat de Restauratie was in de politiek: het streven naar een terugkeer naar de ordelijke verhoudingen van het ancien régime. Ze sloot aan bij de mentaliteit van de burgerij in – met name – Duitsland en Oostenrijk: een tikje zelfgenoegzaam, conformistisch en wars van uitersten. In de literatuur en de schilderkunst heeft Biedermeier dan ook geen grootheden voortgebracht. Voor de schrijvers was het leven van alledag het uitgangspunt. Schilders in de geest van Biedermeier legden huiselijke taferelen vast, de thuiskomst van een landarbeider, een zondagse wandeling in de ongeschonden natuur. De meubels van de Biedermann waren minder uitbundig versierd dan meubels in de empirestijl die onder Napoleon in zwang was geraakt. Zijn architectuur was niet martiaal maar vriendelijk.

De Biedermann heeft dan ook altijd de spotlust opgewekt van de avant-garde. In de Van Dale is hij het synoniem van ‘brave kerel’ of ‘burgermannetje’. In het hedendaagse Nederlands kennen we ‘Biedermeier’ vooral als benaming van een klein, gemengd boeket dat cadeau wordt gedaan door mensen die niet van experimenten houden. De burgerlijkheid waarmee de Biedermann wordt geassocieerd, geldt in een vrijgevochten samenleving niet als aanbeveling.

Onder de oppervlakte van een samenleving die zich van de burgerlijkheid heeft afgewend, is de Biedermann echter nog alomtegenwoordig. Meestal in de beslotenheid van doorzonwoningen. Maar in tijden van crisis kan hij zich tot rolmodel ontwikkelen. Het patroon is onderhand wel bekend: bij een vijandelijke bezetting, een diepe economische recessie of een andere breuk in de normaliteit, wordt de eenvoud geprezen van een leven dat als gevolg van een crisis van zijn opsmuk en zijn franje is ontdaan. Zodra de mensen zich enigszins van de schrik hebben hersteld, gaan ze de zegeningen van de nieuw ingetreden situatie tellen. Eerst als poging zichzelf en elkaar op te beuren, vervolgens uit de overtuiging dat van de nood een deugd moet worden gemaakt.

Crisispremier Hendrik Colijn hield de Nederlanders in de jaren dertig voor dat de welvaart van weleer nooit zou terugkeren, maar dat daarvan ook een aansporing kon uitgaan om zich de deugdzaamheid van vroegere generaties weer eigen te maken. De eerste Polygoonjournaals tijdens de Duitse bezetting toonden een verslagen land dat moest leren met minder weelde genoegen te nemen.

Geen slechter leven 

In 1973 informeerde toenmalig minister-president Joop den Uyl de Nederlanders over de gevolgen van de oliecrisis in een rede waaraan deze dagen geregeld is gerefereerd. Hierin klonk niet alleen de ernst der tijden door, maar ook de hoop van de calvinist Den Uyl dat het soberder leven dat voor zijn landgenoten in het verschiet lag beslist geen slechter leven was. En zo hebben de meeste Nederlanders het destijds ook niet ervaren: zij die de oliecrisis van 1973 hebben meegemaakt, herinneren zich vooral het simpele vertier met stepjes en rolschaatsen op lege snelwegen, de huiselijke gezelligheid die door de omstandigheden werd afgedwongen en die onvergetelijke oudejaarsavondconférence van Wim Kan waarin hij zijn landgenoten aansprak als ‘een paar miljoen verstandige mensen in een bezopen wereld’.

Tijdens de coronacrisis heeft de Biedermann in een opmerkelijk korte tijd zijn comeback gemaakt. Vrijdag de dertiende, de dag na de aankondiging van de eerste – milde – crisismaatregelen, legde hij het nog af tegen de levensgenieters die zich in hun café-, restaurant- en bioscoopbezoek niet wilden laten beteugelen door corona, of door het gebod van sociale onthouding. Een dag later wekte dit recreatief gedrag al morele verontwaardiging bij mensen die thuisblijven als de hoogste deugd aanprezen.

Op zondag ten slotte, sloeg het uur van de Biedermann. De uitgaansgelegenheden gingen onverhoeds op slot en hun bezoekers zagen zich voor een vraagstuk geplaatst dat zich in vredestijd maar hoogst zelden voordoet: hoe gaan wij ons gedurende een uitzonderingstoestand van onbekende duur vermaken in huiselijke sferen? Ze kunnen weliswaar nog beschikken over drank, snacks (voor zover die niet aan hamsterwoede ten prooi zijn gevallen), Netflix en andere smeermiddelen van de gezelligheid, maar daarmee kan de uitval van vrijdagmiddagborrels, kroegentochten en dance-events slechts tot op zekere hoogte worden gecompenseerd.

Prompt werden de onvermoede mogelijkheden onderzocht die deze situatie biedt. Het huis, het paleis van de Biedermann, werd weer opgewaardeerd van passantenverblijf tot de plek waar de bewoners het grootste deel van hun dag doorbrengen. De scheiding tussen huis en werkplek, en die tussen huis en school, is komen te vervallen. Huisgenoten treffen elkaar weer rond de keukentafel, waar het soms ook nog tot een gesprek komt. De actualiteit biedt gespreksstof genoeg tenslotte.

Uitwonende kinderen trekken tijdelijk bij hun ouders in – die deze ontwikkeling aangrijpen voor een re-enactment van het gezamenlijke verleden. Net als vroeger eten ze weer vissticks, die wat minder krokant blijken te zijn dan zij zich meenden te herinneren. Ze kijken weer samen televisie en ze spelen weer spelletjes. Een paar weken geleden was dit nog een vorm van camp, nu is het een pijler van de gezelligheid in tijden van nood.

Hoe snel dit retro-vermaak ingang heeft gevonden, bleek dinsdagavond bij DWDD – een redelijk betrouwbare barometer van de stemming in den lande. Hier ontvouwde Paul Haenen zijn plannen voor Troost TV: een dagelijks uit te zenden compilatie van oude televisieprogramma’s en memorabele filmpjes. Dan moeten we denken aan de aflevering van Villa Felderhof uit 1996 waarin Herman Brood liefdevol wordt gewassen door Majoor Bosshardt. Aan de registratie van een optreden van Gilbert Bécaud in 1965 – ingeleid door Merel Laseur. Of aan de aflevering van Love Letters waarin twee winnende homo’s trouwen – enige tijd voordat het burgerlijk huwelijk werd opengesteld voor partners van hetzelfde geslacht.

Linda de Mol, wier medewerking nog tijdens de uitzending van DWDD werd gevraagd, vertelde dat ze net die middag een puzzel van duizend stukjes had gekocht. Zo vluchten we in nostalgie. Want we kennen het tandeloze verleden, en we kunnen het straffeloos naar onze hand zetten. Anders dan het grimmige heden – om nog maar te zwijgen over de ongewisse toekomst.

De grenzen gaan dicht en op de blauwe lucht trekken vliegtuigen even geen condensstrepen meer. Wij allen zijn getuige van history in the making. Sommige ooggetuigen zijn zich daar dermate van bewust dat ze van hun leven in huiselijk isolement een bijzondere gebeurtenis maken. Ze creëren, zoals een reisorganisatie het tot voor kort nog uitdrukte, mooie herinneringen. In tijden vóór corona moesten ze daarvoor de deur nog uit. Nu blijkt privaat geluk tot op zekere hoogte maakbaar. Ondanks, maar ook een beetje dankzij de coronacrisis.

Van die crisis gaat op velen een oproep tot bezinning uit. De predikanten Ad van Nieuwpoort en Joost Röselaers achten het in dit verband betekenisvol dat de quarantaine die de samenleving is opgelegd (ten dele) samenvalt met de veertigdagentijd – de veertig dagen voor Pasen waarin gelovigen zichzelf indringende vragen over hun leven stellen. ‘Hoe pijnlijk en kwetsbaar deze tijd voor velen ook is: we zouden juist nu ook eens de kans te baat kunnen nemen om stil te staan bij het leven dat we zo gewoon zijn gaan vinden’, schreven ze in NRC Handelsblad. ‘Is het wel zo wenselijk dat we in één week vliegen van Tokio naar Genève om via Londen naar Amsterdam te gaan, zoals wij van de week iemand hoorden vertellen. Ten koste waarvan doen we dit allemaal?’

Maatschappelijke verandering 

Dit soort vragen werd natuurlijk ook gesteld vóór de huidige crisis, toen CO2, stikstof en pfas nog de actualiteit beheersten. Evenals vragen over prestatiedwang, de jachtigheid en de zingeving van het bestaan. Maar onder de huidige omstandigheden zijn die vragen nog wat dwingender dan voorheen, en zijn de mogelijke antwoorden wat minder vrijblijvend. Aan elke maatschappelijke verandering gaat een crisis vooraf, en die veranderingen zijn ingrijpender naarmate de crisis heviger is. Momenteel heerst er dus een grote bereidheid om de vanzelfsprekendheden van weleer ter discussie te stellen. Het afgelopen weekeinde voltrok die omslag zich in een opmerkelijk korte tijd: vrijdag waren de cafégangers nog de helden van de normaliteit, zondag waren ze de risee van een samenleving in crisis.

In de ‘mentale quarantaine’ die Van Nieuwpoort en Röselaers ons aanbevelen, worden misschien vragen gesteld die eerder nog op de plank van de goede bedoelingen bleven liggen. Hebben we wel de juiste prioriteiten gesteld in ons leven? Hebben we werkelijk zo genoten van die verre reizen? Hebben we onszelf en onze geliefden genoeg tijd gegeven? Waren die kroegentochten in de stromende regen nu écht zo leuk? Was het sociale vertier waaraan we met overgave hebben deelgenomen niet wat dwangmatig? Hebben we ons, om het in de geest van Biedermeier uit te drukken, wel voldoende opengesteld voor ‘het stille geluk in het kleine hoekje’?

Veel van deze gewetensvragen zullen ontkennend worden beantwoord. Daarbij hebben we onder de huidige omstandigheden het meest belang. In het sociale isolement dat nu de norm is, doen we er tenslotte verstandig aan onze zegeningen te tellen. En ongetwijfeld zijn er mensen die zich deze dagen, weken – mogelijk maanden – verlost voelen van de conventies van het uitgaansleven en van het forensenbestaan.

Maar een deel van de bekoring die uitgaat van deze situatie schuilt in haar tijdelijkheid. Ooit zullen de krant en het NOS Journaal weer openen met ander nieuws. Ooit zal de uitzonderingstoestand van dit moment ten einde zijn, en zal de Biedermann weer aan consumptieve verlokkingen worden blootgesteld. Hoe zal hij daarop reageren? Zal hij de deur van zijn ‘kleine hoekje’ weer achter zich dichttrekken om de terugkeer van de normaliteit te vieren? Of zal hij de uitzonderingstoestand van maart 2020 willen voortzetten omdat die hem eigenlijk best goed beviel? Hebben huiselijkheid en knusheid voor hem hun lullige connotatie verloren? Zal hij soberheid en eenvoud opwaarderen van noodzakelijk kwaad tot pijlers van een nieuwe leefwijze? Zal hij zichzelf ontslaan van de dure plicht om het avontuur na te jagen?

Feit is dat de Biedermann niet langer de exponent is van behoudzucht, maar juist de natuurlijke bondgenoot van degenen die niet terug willen naar de toestand die ten einde kwam bij de uitbraak van de coronacrisis. De Biedermann kan weleens hip blijken te zijn. Hij kan de huismus een heldenstatus verlenen. En hij zal vast het coronavirus overleven. Zijn wereld mag dan minder avontuurlijk zijn dan de wereld die we kennen, zijn wereld is ook minder gevaarlijk.

De wereld na corona

De coronacrisis confronteert ons met de pijnlijke waarheden van onze maatschappij. Welke lessen kunnen we leren?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden