Design moet voor de wereld zijn gemaakt, niet voor het museum

180 graden

Museumdirecteur Timo de Rijk (53) moest niets hebben van design in een museum. Nu probeert hij in Den Bosch een volwaardig designmuseum te realiseren.

Timo de Rijk Foto Ivo van der Bent

Oude opvatting

'Design in een museum, moet dat nou? Nee, was mijn antwoord. 95 procent van de spullen die musea onder het motto van design verzamelden, waren vazen, lampen en stoelen. Ik werkte aan de TU Delft en als ik daar ontwerpers sprak die in het bedrijfsleven werkten, dan ging design over auto's, kinderbuggy's of telefoons. Design, oftewel een ontworpen product, is meer dan een aanstellerige lamp. Toch was daarvan nauwelijks iets terug te zien in het museum. De beperkte blik van het kunstmuseum op design begon me zo tegen te staan dat ik riep: design hoort niet thuis in een museum, het krijgt daar niet de plaats die het verdient. Ik vond dat het museum design zodanig behandelde dat het meer schade dan goed deed voor het begrip van design.'

Het kantelpunt

'Met wat studenten deed ik, als hoogleraar designgeschiedenis, onderzoek naar verzamelingen van design in musea. Zo stuitte ik op tentoonstellingen uit het verleden die mij met terugwerkende kracht hebben geïnspireerd: over massacultuur in het Gemeentemuseum Den Haag in 1981 en de tentoonstelling Energieën in het Stedelijk Museum Amsterdam in 1990.

'Maar het allerbelangrijkste waar ik door dit onderzoek achter kwam, was de innovatieve en prikkelende manier waarop het Lijnbaancentrum in Rotterdam in de jaren zeventig en tachtig populaire cultuur in een tentoonstelling wist te verwerken. Hun tentoonstellingen gingen over Kuifje tot de Fiat Panda. Met terugwerkende kracht was dat dé plaats in Nederland waar je kon zien hoe je design moet tentoonstellen. Ik zag in: als je het zo doet, dan kan een museum een geweldige impact hebben. Ik was daar blind voor geworden, dat een museum in staat is de discussie op gang te brengen en een heleboel mensen met een onderwerp te confronteren.'

Nieuwe opvatting

'Design is een manier om onze wereld te begrijpen en dat rechtvaardigt museale aandacht. Nu ik aan de knoppen zit als directeur van een museum, zie ik in dat je in het museum mensen bereikt. Je kunt meepraten over waar design over moet gaan en hoezeer techniek en vormgeving ons leven veranderen. Een museum moet laten zien waar we vandaan komen, hoe we ervoor staan en waar we naartoe gaan. Design en de ontworpen omgeving hebben daarin een onmiskenbare plaats. Het is de geschiedenis van onze consumptiesamenleving, het zit in het hart van ons bestaan. Of we dat nou leuk en mooi vinden of niet.

'Ik bel nu met een Apple-telefoon. Apple is een fantastisch ontwerp. Maar het is ook een cultureel fenomeen geworden: binnen tien jaar zijn we ons heel anders gaan gedragen met die smartphone. Als je je telefoon een minuut aan iemand anders geeft, raak je nog net niet in paniek, maar je wilt het ding zo snel mogelijk terug. Het voelt alsof je iets heel persoonlijks uit handen geeft. Die binding met een apparaat had vroeger niemand. In een museum sta je daarbij stil.'

Het effect

'Design hoort thuis in het museum, maar ik moet weinig hebben van design dat speciaal voor het museum is gemaakt. Design moet zijn bedacht voor de wereld, het moet een andere betekenis hebben dan dat het mooi in de vitrine staat. Een museum is geen galerie. Dutch Design vind ik om die reden vaak saai. Er zitten heus interessante dingen bij die Nederlandse ontwerpers maken, maar elk jaar weer een grappig stoeltje als antwoord op een ander grappig stoeltje, dat kan ik niet meer aanzien.

'Ik wantrouw ook iedere ontwerper die nu met een vaas komt. Een van mijn grote ontwerphelden is Andreas Copier. Hij maakte vanaf 1920 serviezen en vazen van glas. Die hadden maatschappelijke impact, want met een servies van Copier kon je het moderne leven binnenhalen. Toen was een vaas een krachtig statement en speelde een rol in de samenleving. Nu is dat allang niet meer zo. Ik vind het dan ook kortzichtig dat bijna elk museum tegenwoordig een 3D-geprinte vaas koopt. Het is pseudo-innovatie. Ooit waren vazen dragers van een serieus experiment, nu holt de maker juist als een van de laatsten achter de nieuwe techniek aan. In ons museum zijn we daarom niet geïnteresseerd in 3D-geprinte vazen.'