Opinie Den Uyl

Den Uyls vrijheidsideaal hamerde op uitbreiding van de collectieve uitgaven

De PvdA-bewindslieden Joop den Uyl (toenmalig vice-premier) , Ed van Thijn en Marcel van Dam bij de deuropening van de Eerste Kamer, 10 mei 1982. Beeld Hollandse Hoogte / Bert Verhoeff

Het stuk van Martin Sommer (de Volkskrant, 7 september) over het vrijheidsideaal van Joop den Uyl verdient nuance en tegenspraak, in het bijzonder Sommers samenvatting van Den Uyls De weg naar vrijheid. Den Uyl was sterk beïnvloed door Jacques De Kadt (1897-1988). Het ging sociaal-democraten om meer dan ‘een warme stal, goed voer en een pretje op z’n tijd’.

Al in de jaren dertig, dus lang voor de kritiek op de consumptiemaatschappij, ging De Kadt tekeer ­tegen wat hij ‘de maagmens’ noemde. Deze gedachten vinden we terug in De weg naar vrijheid uit 1951, waarvan Den Uyl de voornaamste auteur was. Rode draad in zijn denken is dat economische groei allereerst ten goede moet komen aan de collectieve sector, de uitgaven op sociaal, onderwijs- en cultureel gebied (‘culturele voorzieningen boven witbrood’).

The Affluent Society van Galbraith, (1958) waarin deze noteerde dat in de VS sprake was van private rijkdom en publieke armoede, was koren op Den Uyls molen. Ook in ons land bleven uitgaven voor woningen, verkeer, recreatie, rechtspraak, politie, bejaardenzorg, sociale bijstand achter bij de groei van particuliere consumptie. In het rapport Om de kwaliteit van het bestaan (1963) hamert hij daarom op uitbreiding van de collectieve uitgaven. Hij ging uit van een verdubbeling van de levensstandaard in 25 jaar. En hij vraagt zich af: ‘Welke levensstandaard?’ Den Uyl: ‘In de geduldige cijfers van het nationaal inkomen en het nationaal product telt de elektrische tandenborstel evenzeer als de verpleeghulp, de reclame-uitgaven voor het definitieve kalmeringsmiddel evenzeer als de entreeprijzen voor de schouwburg. (..) Groei van het reële nationale inkomen per hoofd van de bevolking op zichzelf is geen waarborg (..) voor de verbetering van de kwaliteit van het bestaan.’

In de eerste periode van zijn kabinet (1973-’77) was er nog sprake van een forse groei van de collectieve uitgaven. Maar het tij keerde snel: dalende bedrijfswinsten, groeiende werkloosheid, de oliecrisis en inflatie maakten het in 1975 noodzakelijk de stijging van de collectieve lasten te beperken tot 1 procent per jaar. Vanaf de jaren tachtig volgden er forsere bezuinigingen. De bankencrisis van 2008 ging over in een economische crisis met als gevolg werkloosheid, bestaansonzekerheid en miljardenverliezen van pensioenfondsen en particulieren en een snel stijgende staatsschuld.

Vooral tijdens het kabinet-Rutte II (VVD-PvdA) werden miljarden bezuinigd op de collectieve uitgaven. Het land kwam uiteindelijk sterker uit de crisis en nu klotsen de belastingopbrengsten tegen de plinten. Er is de mogelijkheid de collectieve uitgaven op te voeren, zoals Den Uyl voor ogen stond. Denk aan infrastructuur, onderwijs, natuurbehoud en milieu. Sommer mag Den Uyl verwijten dat ‘De weg’ zou leiden tot een almachtige overheid die wist wat het beste is voor het vol. Maar, Martin, de overheid is bij ons democratisch gekozen. En het valt toch niet te ontkennen dat de overheid een hoofdrol heeft in het ons behoeden voor de rampzalige gevolgen van de klimaatverandering?

Carel Zuil was PvdA-wethouder in Ooststellingwerf van 1994-2000

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden