Column Ibtihal Jadib

Democratie is doodvermoeiend, maar hoe kan dat anders? Ibtihal las een goed boek

Ibtihal Jadib Beeld Valentina Vos

‘Welke maatregel zou je als eerste invoeren als je dictator was van Nederland?’ Mijn vriendin keek me bezorgd aan, kennelijk fantaseert zij nooit over absolute heerschappij. Erg onverstandig, me dunkt dat een mens altijd voorbereid moet zijn op het winnen van de jackpot of het verkrijgen van de macht. Je kunt het je bij dergelijke gebeurtenissen niet permitteren om, als het zover is, ter plekke iets te verzinnen. Overigens is de mogelijkheid dat ik de jackpot win of de macht verkrijg non-existent want ik koop nooit loten en ik doe niet aan ­politiek. Beide om dezelfde reden: de kans dat de inzet wordt beloond is verwaarloosbaar klein. Naast deze statistische ontmoediging ­ervaar ik bij politiek nog een tweede drempel: ik hou enkel van toneelspel als ik daarvoor een kaartje heb gekocht bij het theater. Niet als ik daarvoor naar het stemhokje ben geweest.

Mijn vriendin gelooft heilig in ons democratische proces en volgt enthousiast alle politieke ontwikkelingen, vertrouwend op een goede ­afloop. Ik ervaar dat anders. Onze democratie werkt allang niet meer naar behoren. Dat is niet alleen te wijten aan onkundige en/of egotrippende politici, maar ook – of misschien wel juist – aan de manier waarop we de democratie hebben ingericht. De stem van de burger moet naar binnen worden gehengeld door ­politici die met een vlotte babbel moeilijke, wijdlopige vraagstukken terugbrengen tot drie goed verkoopbare bullets. Vervolgens zijn die politici nauwelijks aan de slag of ze kijken weer achterom: staat de kiezer er nog, of is die al overgelopen naar een andere vlotte babbelaar? Moet er weer een verontwaardigde tweet worden verzonden of moeten er kritische ­Kamervragen worden ingediend? De relatie tussen politici en kiezers is doodvermoeiend geworden.

Maar wat is het alternatief? Al snuffelend naar nieuwe ideeën stuitte ik deze week op een boek van David Van Reybrouck: Tegen verkiezingen. Daarin duikt hij in de ontstaansgeschiedenis van de democratie en beschrijft hij verschillende lotingsystemen die eeuwenlang als ­ultiem democratisch instrument werden ­beschouwd. Hij stelt voor om het huidige ­stelsel te versterken door naast het gekozen parlement een burgerraad te plaatsen waarin bij toerbeurt mensen uit alle lagen van de ­samenleving worden geloot.

Ik dacht dat ik een wilde fantasie aan het lezen was, maar Van Reybrouck haalt meerdere ­landen aan, zoals IJsland, Polen, Canada en Ierland, waarin de burgerraad al vorm heeft gekregen. In Duitstalig België is dit jaar een permanente burgerraad ingesteld en ook de ­Nederlandse gemeente Peel en Maas is ermee aan het experimenteren. Kennelijk heb ik al die jaren onder een steen gelegen want ik had van al die ontwikkelingen niets gehoord. Van Reybrouck schrijft dat politici en media doorgaans afwijzend reageren omdat de burger niet wordt vertrouwd. Deze zou niet competent zijn om over politieke vraagstukken te ­beslissen en bovendien veel te sterk overtuigd zijn van het eigen gelijk om met tegenstanders compromissen te kunnen sluiten. De Belgische cultuurhistoricus en schrijver verwijst naar meerdere voorbeelden en onderzoeken waaruit blijkt dat deze aannames niet kloppen. Toen ik het boek uithad bleef ik zitten met een wat beduusd gevoel. Het idee van burgerraden leek me onwerkbaar en krankzinnig. Maar het betoog van Van Reybrouck is zó sterk dat ik denk dat we er niet omheen kunnen. Niet in de laatste plaats omdat typeringen als ‘onwerkbaar’ en ‘krankzinnig’ al lang en breed van toepassing zijn op ons huidige politieke bestel.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden