Column Derk Jan Eppink

Democraten lopen met identiteitspolitiek het risico een kandidaat te kiezen die onverkiesbaar is

De midterms waren het startschot voor de presidentsverkiezingen van 2020. De Republikeinse Partij is feitelijk een eenmanspartij, en die ene man wil zichzelf opvolgen. De Democraten komen met een bus mogelijke kandidaten. Binnenkort duiken zij op in Iowa, staat van de eerste ronde in voorverkiezingen. Grootste vijand is de Democratische voorliefde voor identiteitspolitiek van specifieke groepen. Vooral als de ‘meerderheid’ er ook mee begint.

Midterms bepalen de uitgangspositie. De Democraten moeten tenminste het Huis van Afgevaardigden winnen om zelfvertrouwen te herwinnen. Ze krijgen dan niet alleen de Speaker, maar ook voorzitterschappen van parlementaire commissies. Die kunnen speciale onderzoeken opzetten; getuigen dagvaarden en documenten opeisen, zoals de belastingaangiftes van de president. En onderhandelen over de begroting. Ze zitten dan weer in het machtsspel. Zo niet, duurt de nachtmerrie van 2016 voort en wordt 2020 een zware klus.

Democraten kampen met hetzelfde probleem als de Europese sociaal-democratie: verlies van kiezersgroepen met lage inkomens. De gewone man lanceert een revolutie in eigen hoofd. Zonder ‘voorhoede’. Het werk van president Roosevelt, die de Democratische Partij tot een arbeiderspartij maakte, wordt tenietgedaan. Nu volgt de vlucht in identiteitspolitiek. Volgens Francis Fukuyama, die ooit het einde van de geschiedenis aankondigde, een heilloze weg. In De Groene van 10 oktober stelt hij: ‘De Democraten richten zich op de specifieke belangen van verschillende groepen, gekenmerkt door identiteit: vrouwen, Afro-Amerikanen, hispanics, vluchtelingen en de lgbtq-gemeenschap’. Hij noemt de partij een ‘platform voor deelgroepen’. De ‘nationale visie’ ontbreekt.

Identiteitspolitiek lijkt electoraal aantrekkelijk, maar is sluipend gif. Elke groep grenst zich af, presenteert grieven uit het verleden en eist compensatie. Interne democratie ontbreekt. Ongekozen spreekbuizen bepalen het denken; politieke correctheid conditioneert opinievorming. Ras, religie en cultuur domineren het individu. En diens meningen.

Het huidige Amerika is strijdtoneel van dit fenomeen, met een adder onder het gras. Als culturele minderheden identiteitspolitiek etaleren, ontstaat het risico dat de meerderheid daar ook mee begint. Zij voelt zich vergeten, miskend, benadeeld en veroordeeld als ‘misdadiger van de geschiedenis’. Wie niet tot deelgroepen behoort, voelt zich een verdrukte minderheid en gaat zich politiek zo gedragen. Ook zij definieert de eigen identiteit, roept ‘USA, USA’ en zoekt een leider. Die heeft zij gevonden.

De gevolgen zijn niet mis. Die meerderheid voelt zich slachtoffer van het establishment. Net zoals Donald Trump, die door de elite van Manhattan werd gezien als zoon van een huisjesmelker uit Queens. Dat bleef, hoe hoog hij zijn Towers op Manhattan ook bouwde. Progressief Europa neigt ook tot identiteitspolitiek, en het gif zal dezelfde uitwerking hebben als in de VS. Politiek draait om groepen. Niet meer om de burger, voorzien van grondwettelijke rechten én plichten en mogelijkheden tot individuele ontplooiing.

Democraten kunnen Trump in 2020 niet vervangen met niemand. Zij hebben iemand nodig, een kansrijke kandidaat. Het is twijfelachtig of een ‘man’ nog mag. Senator Bernie Sanders spreekt een jonge, vooral blanke partijbasis aan. Joe Biden, ex-vicepresident, richt zich tot de oude arbeidersklasse die Trump heeft weggekaapt. Even ‘wit’ als Sanders en soms te veel ‘namaak Trump’.

De categorie vrouwen zit beter. Hillary Clinton zint op herkansing. Kirsten Gillibrand, senator uit New York, barst van ambitie. Senator Elizabeth Warren, een ideologische krijger, profileert zich op links, met een vleugje native American. Zwarte kiezers zijn voor Democraten onmisbaar. Cory Booker, senator uit New Jersey, vergelijkt zichzelf met Spartacus. Beter zelfs: een zwarte vrouw. Kamala Harris, senator uit Califonië, biedt de combinatie. Wat van de nieuwe ster Robert Francis O’Rourke uit Texas? Hij fabriceerde de voornaam ‘Beto’ om bij Latino’s in de smaak te vallen. Maar de ‘nationale visie’ op Amerika ontbreekt.

Tot voor kort hadden de Democraten superdelegates, ambtsdragers binnen de partij, om een ontsporende selectie van de presidentskandidaat bij te sturen. Die zijn afgeschaft, want ondemocratisch. Democraten lopen met identiteitspolitiek het risico een kandidaat te kiezen die onverkiesbaar is. Ze beseffen evenmin dat zwarte Amerikanen en latino’s cultureel vaak conservatiever zijn dan ‘witte progressieven’. Wat Trump de kans biedt voor 2020 meer Democratische vijvers te bevissen. 

Derk Jan Eppink is senior fellow bij het London Policy ­Center in New York

Aanvullingen en verbeteringen: Derk Jan Eppink schrijft over O’Rourke: ‘Hij fabriceerde de voornaam ‘Beto’ om bij Latino’s in de smaak te vallen.’ O’Rourke voert die naam al van kinds af aan. Eppink heeft laten weten dat hij de term ‘fabriceerde’ neutraler had moeten formuleren, bijvoorbeeld met ‘…maakt gebruik van de bijnaam uit zijn jeugd, ‘Beto’.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.