Column Heleen Mees

Deeltijdwerk is met recht de Hollandse ziekte van deze tijd

Heleen Mees

‘Deze crisis is zó niet over’ verzuchtte de koppenmaker van deze krant boven een terugblik in het Zaterdagkatern op de financiële crisis die tien jaar geleden begon met het faillissement van de Amerikaanse investeringsbank Lehman Brothers. Logisch want de financiële crisis was slechts een symptoom van het onderliggende probleem, namelijk de verschuiving van arbeid naar kapitaal. Die verschuiving begon al in de jaren tachtig maar is versneld na China’s toetreding tot de Wereldhandelsorganisatie (WTO) in 2001.

Wereldwijd is het arbeidsaandeel in het bruto binnenlands product (bbp) met zo’n 5 tot 10 procentpunten gedaald. Daartegenover staat een navenante stijging van het winstaandeel in het bbp. Door de concurrentie van goedkope arbeid uit landen als China en India kunnen arbeiders in het Westen niet langer hun marginale arbeidsproductiviteit omzetten in loonstijgingen zoals dat tot de jaren tachtig wel het geval was. Alles wat arbeiders niet te gelde kunnen maken verdwijnt in de zakken van de kapitalisten. Zelfs nu de wereldeconomie robuuste groei laat zien, blijft de loongroei achter bij de winsten. Volgens Bas Butler, econoom bij De Nederlandsche Bank (DNB), is de daling van het arbeidsaandeel in het bbp ook in Nederland onmiskenbaar.

In Nederland is het reëel beschikbaar inkomen van huishoudens per hoofd van de bevolking de afgelopen 15 jaar gedaald in plaats van gestegen. Terwijl in andere westerse landen het besteedbare huishoudensinkomen na de financiële crisis zich vrij snel herstelde, gebeurde dat in Nederland helemaal niet. Volgens DNB-economen Johan Verbruggen en Peter Keus komt dat doordat het arbeidsaandeel in het bbp juist in Nederland relatief sterk is gedaald en de lastendruk van huishoudens hier verreweg het sterkst is gestegen, met name door hogere sociale premies (inclusief pensioenpremies).

De cijfers laten zien hoezeer in Nederland werknemers hebben moeten opdraaien voor de gevolgen van de financiële crisis. Het is daarom des te wranger dat, nu het economisch eindelijk weer voor de wind gaat, dit kabinet ervoor kiest ruim

3 miljard uit te trekken om de belastingen op winst en vermogen te verlagen. Daarvan gaat 2 miljard naar de al veelbesproken afschaffing van de dividendbelasting terwijl het overige wordt aangewend om het tarief van de vennootschapsbelasting stapsgewijs te verlagen naar 21 procent.

Weliswaar wil het kabinet ook de belastingen op inkomen en arbeid gedurende deze kabinetsperiode per saldo met 3,5 miljard euro verlagen maar als je je realiseert dat de belastingen op inkomen en arbeid jaarlijks 160 miljard euro opbrengen en de belastingen op winst en vermogen slechts 30 miljard euro, dan is duidelijk dat onder dit kabinet de scheefgroei tussen arbeid en kapitaal alleen maar verder zal toenemen. De belastingen op winst en vermogen worden met maar liefst 10 procent verlaagd terwijl de belastingen op inkomen en arbeid slechts met 2 procent omlaag gaan.

Bovendien draagt de wijze waarop het kabinet de 3,5 miljard euro wil inzetten, namelijk door de invoering van een tweeschijventarief in de inkomstenbelasting, nog verder bij aan de inkomenspolarisatie. Om de negatieve inkomensgevolgen van de verhoging van het tarief in de eerste schijf te compenseren, wil het kabinet de algemene heffingskorting verder verhogen. Daardoor wordt het nog aantrekkelijker om een kleine deeltijdbaan te nemen. En dat in een tijd waarin er een schreeuwend tekort is aan personeel in kernsectoren als onderwijs en zorg.

Afschaffing van de dividendbelasting en verlaging van het tarief voor de vennootschapsbelasting is ook helemaal geen goede manier om de economische groei te stimuleren. Volgens onderzoekers van DNB is Nederland in termen van economische groei een absolute middenmoter in het eurotijdperk. Dat komt hoofdzakelijk door de tegenvallende particuliere consumptie in de afgelopen 15 jaar. Die tegenvallende consumptie wordt veroorzaakt door de sterke daling van het arbeidsaandeel in het bbp door de prevalentie van deeltijdwerk in combinatie met een flinke stijging van de lasten op arbeid. Het reëel beschikbare inkomen is daardoor de afgelopen 15 jaar gedaald in plaats van gestegen.

Deze cijfers tonen aan dat een goed investeringsklimaat (Nederland staat op nummer vier op de ranglijst van het World Economic Forum van meest concurrerende economieën) weinig oplevert in termen van economische groei zolang je de loon- en inkomstenbelasting inricht op een manier die deeltijdwerk stimuleert. Deeltijdwerk is met recht de Hollandse ziekte van deze tijd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.