Opinie Balie-debat

Debat zonder roeptoeters? Doen!

De afzegging van feministe Eltahawy bij De Balie kan ook de terugkeer inluiden van het beschaafde debat.

Pim Fortuyn in 2002. Beeld Guido Benschop

Voor mijn scriptie geschiedenis deed ik in 1987 in Jeruzalem onderzoek naar de extremistische rabbi Meir Kahane. Een van zijn slogans was: ‘Ik zeg wat jullie denken’; dat werd de titel van mijn onderzoek. Daaraan dacht ik ­terug toen ik Pim Fortuyn dezelfde woorden hoorde uitspreken, een decennium later. De duidelijke boodschap: beiden zetten zich af tegen de zogeheten ‘politieke correctheid’, een scheldwoord voor beschaving. Met hun bravoure hadden ze aantrekkingskracht voor velen die vonden dat zij te lang monddood ­waren gemaakt. Hun spel om de democratie naar hun hand te zetten, betaalden beiden met hun leven.

Inmiddels hoeft niemand zich meer geremd te voelen, van links tot rechts. Het is communis opinio geworden dat in het publieke debat elke stem het recht heeft gehoord te worden. Sterker, velen vinden dat aan individueel gevoel rechten ontleend kunnen worden. Maar de controverse over het afstand nemen van racistische uitingen in De Balie brengt toch aan de oppervlakte dat er wél grenzen zijn aan wat we kunnen zeggen.

Het is bekend, door het wegvallen van het socialisme, ging ‘links’ zich richten op de belangen van identiteitsgroepen als migranten, vrouwen, lhbt’ers, en concentreert rechts zich op de boze witte mens, de kleine luyden, ouderen. Sommige vrijdenkers keren met groepen uit alle gelederen tegen moslims en (minder) andere gelovigen en iedereen heeft wel wat aan te merken op gezagsdragers die gelden als een niet gedefinieerde, onbetrouwbare elite.

In zijn laatste jaren maakte Kahane op een zeepkist in Jeruzalem theater, omringd door geamuseerde aanhangers en toeschouwers en riep: ‘Stuur alle Arabieren weg! Maakt me niet uit waarheen! Naar Amerika! Naar Jordanië! Naar Disneyland!!’ Dat was vlak voordat zijn partij werd verboden.

Voor mij is niet het punt of de organisatie, of journalisten in bredere zin, ruimte moeten bieden aan ‘verkeerde’ meningen. Want wat is verkeerd als je niet weet welke waarden we delen en waarover overeenstemming is? Nederland telt inmiddels 17 miljoen waarheden. Door het lawaai in de arena verdwijnt de communis opinio over de fundamenten van het gebouw. Om stemmen en aandacht te bemachtigen schoppen opiniemakers en politici steeds harder tegen de pijlers: zie hoe sommigen hun duim naar beneden hielden voor artikel 1. Zie VVD-voorman Klaas Dijkhoff, die op een mooie namiddag een andere pijler van de democratie, de vrijheid van godsdienst, wilde pootje haken. Zijn veel ruimdenkender liberale voorganger en tevens grondwetgrondlegger Thorbeck, draait zich om in zijn graf.

Alleen over antisemitisme zijn we het eens, dat nooit meer, en terecht. Maar doordat het publieke debat is verworden tot theater, met als doel de tegenpartij eronder te krijgen, wordt het vertrouwen in onze democratie uitgehold. Kijk naar de VS en Groot-Brittannië, waar politiek en ­debat alleen nog gaan over het ­bestrijden van elkaars wazige visies en het landsbelang volledig uit beeld is geraakt.

Dat is een gevaar dat Nederland ook bedreigt. Ik daag De Balie en ­radio- en tv-redacteuren uit debatten te organiseren waarbij geen selectie van genodigden plaatsvindt op grond van het criterium of iemand zijn mening leuk kan roeptoeteren. Kies mensen die het gezamenlijk belang bevorderen en kunnen formuleren wat ons bindt. Te braaf? Nee, moslimgekkies, blokkeerfriezen, tokkies, gladde politici, knuffelcriminelen, dierenactivisten, al die stereotypen, die zijn pas slaapverwekkend saai.

Goed burgerschap kent remmingen. En houdt in dat je inlevert ten bate van het collectief dat bescherming biedt aan minderheden. Veiligheid voor iedereen. Als veel mensen door rood verkeerslicht rijden, kun je de stoplichten uiteindelijk wel opdoeken. Democratie is geen theater, maar bittere ernst. Laten we de moed opbrengen om waar nodig mensen te wijzen op het feit dat hun opinie loodrecht op de wet staat en deze niet wordt getolereerd met het oog op de gezamenlijkheid. Ken die wet dus ook. En nee dat is niet uitsluitend aan de rechter, dat is aan onszelf. Want de democratie, de beschaving, c’est nous.

Tineke Bennema is historicus en journalist.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden