ColumnDanka Stuijver

De zorgverzekering wordt steeds vaker gebruikt als een all-you-can-eat-buffet

‘Het maakt niet uit wat dat onderzoek gaat kosten, mijn eigen risico is toch al op.’ Deze week hoorde ik deze uitspraak maar liefst acht keer. Naarmate het einde van het jaar nadert, en het eigen risico van de zorgverzekering vaker is opgemaakt, neemt die frequentie alleen maar toe. Vaak zonder gene en met een blik van ‘logisch toch?’ De zorgverzekering leegtrekken als een all-you-can-eatbuffet. Je hebt er tenslotte voor betaald. Of, zoals een patiënt eens tegen mij zei: ‘Maandelijks is de zorgverzekering mijn duurste abonnement, daar mag ik dan toch wel wat voor terugeisen, of niet soms?’

Men lijkt zich er niet van bewust hoe asociaal en onsolidair deze gedachte is. Tenslotte berust de bekostiging van de gezondheidszorg op het eeuwenoude idee van solidariteit. In 1741 werd De Timmermansbus opgericht, een Nijmeegse gildebus die later zou worden omgezet in een ziekenfonds. Door regelmatig een bedrag in de bus te doen, konden de deelnemers er een beroep op doen om de dokter te betalen. Een uitermate sociaal en solidair systeem, want het kon verkeren dat je jarenlang betaalde en nooit een dokter had gezien. Had je dan geluk of pech gehad? Het is maar hoe je het bekijkt. In feite bestaat die bus anno 2020 nog steeds in de vorm van een verplichte zorgverzekering, maar daarvan lijken we ons steeds minder bewust.

Een collega vertelde over een jonge vrouw die een verwijsbrief, of laat ik zeggen vergoedbrief, vroeg voor het laten laseren van de bikinilijn. De huisarts legde uit dat haar verzoek niet paste binnen de voorwaarden. Toen de vrouw bleef aandringen, vroeg mijn collega haar of ze dan wilde beloven iedere dag een uurtje bij de voordeur te gaan liggen. In bikini. ‘Pardon!’, reageerde ze gepikeerd. ‘Nou, tenslotte heeft de buurman ook meebetaald dus die mag er dan toch ook van genieten?’ Een opmerking waar #metoo wel raad mee zou weten, maar toch had mijn collega een punt.

Naast een briefje voor het laseren van ongewenste haren, zijn er legio voorbeelden van het oneigenlijk toe-eigenen van centjes uit de bus: een verwijsbrief voor een ooglidcorrectie vanwege zware oogleden, hair­extensions voor dunner wordend haar, huidtherapie voor drie jeugdpuistjes, zwangerschapsmassages onder het mom van fysiotherapie. Verzoeken aan de huisarts om even te noteren dat een aandoening ‘chronisch’ is. Dat is het niet, maar anders wordt een bepaalde behandeling of medicijn niet vergoed. Patiënten die in het buitenland een cosmetische ingreep laten uitvoeren en de zorg voor en na in Nederland uit de bus willen laten betalen. Een verwijzing voor relatietherapie (niet vergoed) onder het mom van een psychiatrische aandoening bij één van de partners (wel vergoed). En, een regelmatig gehoord verzoek: de ge-antedateerde verwijsbrief. The list goes on.

Hoe komt dat nou? Het lijkt alsof de gezondheidszorg steeds minder wordt gezien als collectief goed en meer als individueel recht. Met het verdwijnen van de tastbare gildebus verdween ook een stuk sociale controle en maatschappelijk verantwoordelijkheidsgevoel. En dan blijkt dat we niet perse tégen een ander zijn, maar vooral erg vóór onszelf. Het eigen stoepje schoon, de eigen schaapjes op het droge, de eigen handdoek op één van de schaarse plekken aan het zwembad. Hoe individualistischer de samenleving, hoe moeilijker het idee van solidariteit.

Toch ligt het genuanceerder. De patiënt die verzocht om een laser-verwijsbrief had contact opgenomen met een kliniek, en was geschrokken van de prijs. De kliniek adviseerde ‘even een briefje bij de huisarts te halen, dan wordt de behandeling (deels) vergoed’. Dan kun je het de patiënt niet kwalijk nemen met ons contact te zoeken en bepaalde verwachtingen te hebben.

Huisartsen krijgen ook verzoeken van behandelaren voor nieuwe, creatieve, verwijzingen, zodat een nieuwe behandelcode kan worden geopend: tegen de regels in. En de patiënt wordt regelmatig ingezet als boodschapper. Verzekeraars helpen evenmin mee door twijfelachtige therapieën als ‘iriscopie’ en ‘euritmietherapie’ (deels) te betalen uit de bus. Kortom, zowel zorggebruikers als zorgverleners graaien onrechtmatig in de bus. En zo wordt de zorg langzamerhand onbetaalbaar.

De zorg als (super)markt: in elk schap een ander zorgproduct, met prachtige marketingstrategieën en een lucratief verdienmodel. Een pil voor elke klacht. Voor elk ongemak een behandeling. Patiënten worden klanten. En de klant is koning. Maar ook in de gezondheidszorg geldt: waar de klant koning is, is de winkelier nog altijd keizer.

Danka Stuijver is huisarts

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden