De zorg voor onze ouderen is nog steeds schraal

Tegenwoordig word je geacht over oud zijn een positief verhaal te vertellen, en mag je alleen praten over de goede verpleeghuizen. Aan dat blijde imago-bouwen doe ik niet mee.

Moderne ouderen zijn niet meer zielig en afhankelijk. Ze heten ‘senioren’ en hebben recht op een eigen leven. ‘Oud’ is tegenwoordig vooral leuk. Althans, zo moet het lijken. Afgelopen jaren nam ik vaak deel aan debatten over ouderen. Het is opvallend hoe daar wordt geprobeerd ouderen en de ouderenzorg in een positief daglicht te plaatsen. Of ik geen leuke voorbeelden heb, wordt me dan gevraagd. Over de narigheid hebben ze nu wel genoeg gehoord.

Helaas, leuker kan ik het niet maken. Echt oud zijn is nog steeds niet het toetje van het leven. En de ouderenzorg doet denken aan gaarkeukenzorg, hoe hard het personeel ook zijn best doet de menselijke maat te behouden.

Vrijdag kreeg staatssecretaris Bussemaker het SER-advies over de toekomst van de AWBZ. Voor de ouderen bepleit de SER onder meer het centraal stellen van de cliënt door het bieden van keuzevrijheid en regiemogelijkheden, verbetering van de kwaliteit van zorg en het waarborgen van voldoende gekwalificeerd zorgpersoneel. Naar verwachting zal Bussemaker mede op basis van dit advies haar beleid vormgeven.

Dat er wat moet gebeuren, is duidelijk. De vergrijzing neemt toe en daarmee ook het aantal kwetsbare, op zorg aangewezen ouderen. Of het advies van de SER voor hen wat zal betekenen, valt te betwijfelen. Voor zorg die recht doet aan het individu is voldoende en gekwalificeerd personeel noodzakelijk. Daarvoor zal het vak aantrekkelijker moeten worden gemaakt en is ook geld nodig. Ik ben bang dat het bij mooie woorden op papier zal blijven.

Stil verdriet

Twee jaar heb ik meegelopen op een afdeling met mensen met dementie. Daarover schreef ik het boek In de wachtkamer van de dood. Ik ben geschrokken van het schrale dagelijkse leven in het verpleeghuis. In die ervaring sta ik niet alleen. Onlangs ging ik kantoor houden in een bankcomplex. Talloze medewerkers kwamen mijn kantoor binnen om hun verhaal te vertellen over hun ouders. Stil verdriet, waarover ze niet durven klagen uit angst voor repercussies en ‘omdat die meisjes zo hun best doen’.

Als ik dit op congressen zeg, is de reactie dat ‘het wel meevalt’, ‘er de laatste jaren heel wat is veranderd’ en dit ‘een oud verhaal’ is. Het lijkt wel alsof het moment om kritische kanttekeningen te mogen plaatsen, voorbij is. Het is ‘flauw’ om er weer over te beginnen. Want we zijn goed op weg. De sector heeft de handen ineengeslagen met de Normen voor de Verantwoorde Zorg, er zijn best practices, protocollen en keurmerken. Kritiek wordt gemarginaliseerd tot incidenten en van tafel geveegd met het argument ‘dat het niet overal slecht is’. Waar dat wel zo is, is mismanagement de oorzaak. Eigen schuld dus.

Of ‘het meevalt’, hangt er vanaf. Als het criterium is een dak boven het hoofd, te eten krijgen, naar de wc worden geholpen en, als de tijd het toelaat, een aai over de bol, valt er weinig te klagen. Maar als ik mijn eigen ouders als uitgangspunt neem, vind ik dat het helemaal niet meevalt. Als mijn vader naar het verpleeghuis zou gaan, moet ik er niet aan denken dat hij het grootste deel van de dag zit te wachten in een stoel.

Bingo

Dat hij als hoogtepunt van de week advocaatjes mag lepelen of mag meedoen aan bingo. Niet omdat daar iets op tegen is, maar omdat hij dit soort dingen nooit leuk vond. Mijn moeder zou ongelukkig zijn in het zo geprezen kleinschalig wonen: in een huiskamer gezinnetje spelen met zes wildvreemden en activiteiten als aardappels schillen en de was doen.

Dat past niet bij haar en de aandacht die ze nodig heeft om zich goed te voelen, kan die ene verzorgende haar onmogelijk geven. Als mijn ouders naar het verpleeghuis gaan, zou ik willen dat de medewerkers zien wie ze zijn, hoe ze hebben geleefd, wat ze belangrijk vonden, in welke sfeer ze zich prettig voelen, en dat geprobeerd wordt aan deze behoeften tegemoet te komen.

In het SER-advies wordt terecht veel waarde gehecht aan het centraal stellen van de cliënt. Dat past bij de nieuwe generatie ouderen en doet recht aan het individu. Differentiatie en diversiteit zijn sleutelwoorden. Medewerkers zijn daarbij de cruciale factor en de SER is zich daarvan bewust als ze verwijst naar voldoende gekwalificeerd zorgpersoneel.

Of mijn ouders het fijn hebben in het verpleeghuis wordt vooral bepaald door in hoeverre medewerkers er in slagen een succesvolle relatie met hen aan te gaan. Hiervoor is oprechte belangstelling nodig en dat vraagt aandacht en tijd. Laat dat nou precies zijn waaraan het in de ouderenzorg ontbreekt.

Machteloosheid

Vorige week was ik op bezoek bij een thuiszorgorganisatie. Medewerkers krijgen twee minuten tijd om cliënten oogdruppels in te doen. Probeer eens te bedenken wat het effect is op medewerkers. Ze willen zorg met menselijke maat verlenen, maar krijgen hiertoe niet de kans. Dit veroorzaakt machteloosheid, frustratie en schaamte.

Tijdens een workshop vertelde een ziekenverzorgende me hoe ze bewoners in een verpleeghuis natte incosystemen (luiers) opnieuw moest aantrekken, als deze nog niet tot het streepje waren vol geplast. Ze hield haar handen voor haar ogen toen ze hierover sprak.

In de bijeenkomsten van De Werkvloer Centraal die wij organiseren in verpleeghuizen – een wekelijks uur ‘Tijd voor Onszelf’ en reflectie voor medewerkers – horen we voortdurend over te weinig tijd. Medewerkers die alleen in een huiskamer staan en niet weg kunnen om bewoners naar de wc te brengen, laat staan om met ze te wandelen.

Medewerkers zeggen er zelf last van te hebben te gaan lopen snauwen, omdat ze geen tijd hebben om aardig te zijn. Ze voelen hoe ze afglijden, hoe het eeuwige gevoel van tekortschieten uitmondt in onverschilligheid. Het toegenomen ziekteverzuim in de zorg hangt ongetwijfeld hiermee samen.

Adequate opleiding en begeleiding zijn er nauwelijks. Tijdens de opleiding worden technische zaken geleerd, terwijl in de praktijk een beroep wordt gedaan op andere vaardigheden. Verzorgenden worden met familie geconfronteerd die boos is omdat de sokken van de cliënt scheef zitten, terwijl deze tijdens het aankleden schopt en slaat. Om hier goed mee om te kunnen gaan, moet over behoorlijk wat communicatievaardigheden worden beschikt. Dat zit alleen niet in het lesprogramma.

Bekwaamheid

Op de werkvloer gaat het veel meer om bekwaamheid dan om bevoegdheid. Belangrijk is ook dat het management de complexiteit van de dagelijkse zorg snapt en met medewerkers samenwerkt. Dat leidinggevenden niet alleen denken in prestaties en ‘op tijd klaar zijn’, maar begrijpen dat zorg het aangaan en onderhouden van relaties is.

Er is de afgelopen jaren inderdaad wat veranderd in de ouderenzorg. Op papier zijn er verhalen over vraagsturing, klantgerichtheid en zorg-op-maat. Maar de omstandigheden waaronder het personeel moet werken, maken dat alles onmogelijk.

In het SER-advies wordt gewezen op de arbeidsmarktproblematiek. In de periode tot 2020 zullen er 500.000 banen bij moeten komen. Dat gaan we niet halen. Ook omdat werken in de zorg niet aantrekkelijk wordt gevonden, weinig aanzien geniet en mager verdient. De enige oplossing is medewerkers de gelegenheid te geven van hun werk meer dan een wasfabriek te maken.

Protocollen

Wat ook is veranderd, is de enorme toename van normen, keurmerken en protocollen. Deze verschaffen transparantie en geven aan hoe het met de kwaliteit is gesteld. Het bezwaar is dat dit weinig bijdraagt aan een wezenlijke verbetering. Het zijn immers geen structurele investeringen in de kwantiteit en kwaliteit van het personeel.

En de valkuil is dat we denken met deze instrumenten de problemen aan te pakken. Het sust ons geweten, maar het is als geld storten voor een goed doel, het vertroebelt de werkelijke problemen en geeft een excuus daarmee niet bezig te hoeven zijn. Waar het werkelijk omgaat – tijd, aandacht en aardig zijn voor de cliënten – wordt niet gemeten.

Ouderdom is niet het toetje van het leven. Het is zoals het is. Om dat te zien, daar zijn we in onze samenleving – met de maakbare mens hoog in het vaandel – niet sterk in. Hoe komt het dat we ons vasthouden aan die leuke voorbeelden en bureaucratische oplossingen? Waar komt die ontkenning vandaan? Is het de machteloosheid van het onoplosbare van kwetsbare ouderdom die maakt dat we de ouderenzorg laten versloffen? Of de confrontatie met ons toekomstig eigen verval en onze eigen oude dag?

Struisvogelpolitiek is echter geen oplossing. Aan de omstandigheden waaronder we oud worden, is namelijk wel wat te doen: investeren in personeel. Zorg voor een bezetting en kwaliteit waarmee persoonlijke aandacht kan worden gegeven.

Dit is ‘een oud verhaal’ en de SER weet dit ook. Terecht verwijst de raad naar een eerder advies over de arbeidsproblematiek. Er is een moeheid over negatieve berichtgeving over ouderen en ouderenzorg. Beleidsmakers kunnen hiervan dankbaar gebruik maken. Ik hoop dat dit nu niet gebeurt. De zorg voor onze ouderen is daarvoor te belangrijk. Als we ons neerleggen bij het niveau van de huidige ouderenzorg moeten we daarvoor uit durven komen. Maar we moeten niet doen alsof gaarkeukens restaurants zijn.

Om sommige oude verhalen kunnen we helaas niet heen. Ik zal het blijven vertellen tot er ouderenzorg is waaraan ik mijn ouders met een gerust hart kan toevertrouwen, en tot de omstandigheden zo zijn dat verzorgenden hun werk naar behoren kunnen doen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.