ColumnAaf Brandt Corstius

De zieligste mondkapjesdrager van Londen was de schoonmaker van de Chinese ambassade

Ik was in Londen, waar je veel meer mondkapjes ziet dan waar ik woon, in Amsterdam. Ik had er in mijn eigen stad eigenlijk nog maar eentje gezien, op het hoofd van een toerist op de Albert Cuypmarkt, om wie ik vervolgens met een grote boog heenliep. Dat is het voornaamste gevolg van een mondkapje dragen: dat andere mensen met een grote boog om je heenlopen. Wat raar is, want mensen met mondkapjes die energiek over markten struinen zijn zeer waarschijnlijk niet getroffen door het coronavirus, maar zo denk je dus. Mondkapje is eng is ziek.

In Londen begon ik de mondkapjesdragers in mijn hoofd onder te verdelen in drie groepen. Je had de Londense fietsers, die, nam ik aan, al jaren mondkapjes droegen omdat het heel vies is om de scheten van een dubbeldekkerbus in te ademen. Dan had je de Japanse toeristen, die ook al sinds jaar en dag mondkapjes dragen. Maar er was ook een derde groep, mensen die niet Japans oogden en ook niet op een fiets zaten, en dat waren dan dus de mondkapjesdragers, redeneerde ik, die echt bang waren voor het coronavirus. En die mensen maakten mij weer bang, omdat mensen die bang zijn er altijd voor zorgen dat andere mensen ook bang worden. Angst is duizend keer zo besmettelijk als dat hele coronavirus.

In de Legowinkel, waar we met mijn dochter op de foto gingen in een uit Legosteentjes opgetrokken Londense metro, stond een medewerker die de foto’s maakte. Voor ons was een Chinees gezin op de foto gegaan. Toen gingen wij. Mijn man gaf zijn iPhone aan de medewerker. De medewerker raakte nu zijn telefoon aan. Hij had net de telefoon van de Chinezen aangeraakt. Dat dacht ik allemaal, maar ik zei niets. Ik wilde mijn gezin niet besmetten. Toen we even later de poort van Chinatown zagen, het Chinatown waarover ik net had gelezen dat het sinds een tijdje compleet uitgestorven was, zei ik extra opgetogen: ‘Kijk! De poort van Chinatown!’

De zieligste en meest terechte mondkapjesdrager van Londen vond ik de schoonmaker van de Chinese ambassade. Hij stond buiten iets met een vuilnisbak te doen, zijn mondkapje op. Dit was nu eenmaal zijn werk, hij moest hier zijn, maar ik kon me voorstellen dat hij elke dag bang was.

Vlak voordat we weer terug naar huis gingen, liep ik langs een souvenirwinkel waar buiten aan het rek, tussen de London-mutsen en de London-magneten, één mondkapje te koop hing. Ik had gelezen dat mondkapjes over de hele wereld uitverkocht raakten, en hier hing er nog een. Ik overwoog het te kopen, maar ik deed het niet.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden