ColumnWillem Vissers

De woedende Tadic ontsteekt het vlammetje in een elftal waarin het vuur lijkt gedoofd

Leve de glorieuze sport, het verval en de herrijzenis. Alles ging goed met Ajax, te goed misschien, en toen was daar de ineenstorting. Zo mooi verbeeld, in resultaten, gezichten, gevoelens en gebarentaal. Alle verhalen over Ajax dat de Nederlandse competitie ontgroeide, waren de prullenbak waard.

Ajax was te zwak voor bijna iedereen. De wetten van topsport grepen Ajax in zijn nekvel. Onderhuidse paniek, plus de hulpeloosheid van de laatste weken, vraten Ajax op. Alsof ze niet meer konden voetballen.

Chidera Ejuke van Heerenveen danst zaterdag door de aangetaste, uit elkaar vallende Amsterdamse linies. Daley Blind rent achter hem aan, net te traag, twijfelend of hij even op de rappe hakken zal trappen, als noodrem van onmacht. Hakim Ziyech, een paar maanden geleden verheven tot nieuw icoon van de jeugd, tot poldermessi, zeult met de voetbalziel onder de arm.

Heerenveen gaat winnen van deze desolate ploeg, dit legertje in groen uittenue dat naar huis wil. Kan niet anders. Dan is daar de woede van Dusan Tadic, gericht op de jonge Sergino Dest. Hoofden tegen elkaar. Schelden. Dertiger contra tiener. Meteen volgen grappen op internet. Dat Dest nog niet heeft betaald na het tikkie van Tadic in de groepsapp, vanwege het teamuitje naar een restaurant.

Tadic is normaliter een aardige vent. Hij geeft altijd iedereen een hand, zelfs in virustijden. Critici noemen hem een surrogaataanvoerder, een alibivoetballer met maniertjes. Niet dus. Zaterdag ontsteekt hij het vlammetje in een elftal waarin het vuur lijkt gedoofd. Generaal Tadic staat op zijn strepen. Dest is een talent, maar hij vergeet weleens dat hij rechtsback is. Van trainer Erik ten Hag mag niet iedereen zomaar naar voren rennen, indachtig al dat balverlies. Toch gebeurt dat nog geregeld. Je denkt dan: luisteren ze eigenlijk naar Ten Hag?

Ten Hag op zijn beurt durft in deze moeilijke tijden een debuterende jongen van 18 jaar op te stellen, Jurrien Timber, op een cruciale plaats achterin. Alles is diffuus. Ten Hag lijdt zichtbaar in de eerste helft. Op typerende wijze. De trotse baard vooruit in de wind, de lichtgevende kale schedel onder de stadionlampen, de handen in de zakken of voor de borst. Dan volgt de scheldpartij van Tadic en valt opeens een bal goed, uitgerekend voor de voet van de Serviër, zeg maar de Ten Hag te velde. Ajax scoort drie keer in zes minuten.

Je ziet het gezicht van Ten Hag openbreken van opluchting. Ontspannen schenkt hij een colaatje in tijdens de persconferentie. Ajax, de club met al zijn miljoenen, de club die zich bijna te groot voelt voor Nederland, is weer klein geworden. Nederig, met angst voor falen, zelfs tegen de kleine luiden van het voetbal. Gedreven door de emotie van de straat. En nederigheid is de basis voor topsport.

Het is mooie sport, daar in Heerenveen. Dat één moment de ommekeer kan inluiden. Kan, want garanties voor volgende wedstrijden bestaan niet. Het teken van leven is broos. Alleen, zaterdag werkte het: één oprisping van woede. Eén lekker balletje.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden