Column Sheila Sitalsing

De witwassende bankier wil gewoon klantvriendelijk zijn

Tussen de onderwereld en de bovenwereld staat een draaideur en bij die draaideur staat, ingeklemd tussen een notaris, een makelaar, een advocaat en een belastingadviseur, een bankier. Geld waar het bloed nog aan kleeft, geld dat buiten het zicht van de Belastingdienst is verdiend, geld dat corrupte heersers uit de spaarpotten van hun onderdanen hebben gegraaid, geld verdiend over de ruggen van pezende vrouwen en voortploegende cocaboeren, geld waar rivalen en hun advocaten voor zijn vermoord,  vies geld: gooi het maar in het bakje dat de bankier bij de deur omhoog houdt. Met bakje en al hupst hij door de draaideur heen en voilà, aan de andere kant komt het schoon uit het bakje.

Dat doet de bankier niet expres. Het is nu eenmaal zijn werk, het geld van de mensen voor ze bewaren en er heen en weer mee hupsen. Waar het geld vandaan komt, van wie het eerst was, of de lijken nog warm zijn: moet hij dat allemaal uitzoeken? Hij zou niet weten hoe. Als hij geüniformeerd opsporingsambtenaar had willen worden, had hij wel een andere studie gedaan. Als die lui van de opsporing gewoon hun werk doen en boeven pakken, doet hij het zijne: netjes op het geld passen.

Totdat op een dag de autoriteiten aan zijn hekje komen rammelen. De bankier moet meehelpen. Zijn klanten vragen voordat ze geld in het bakje werpen: op diverse formulieren in zesvoud aangeven waar het geld vandaan komt. Turven hoe vaak de klant met geld komt aanzetten. Bijhouden of er gekke bedragen tussen zitten. Detective spelen. De Belastingdienst wil ook al dat hij dingen doorgeeft.

Gek wordt de bankier ervan. Hij is de vooruitgeschoven post van de drugsbestrijders die van hem eisen dat hij al het cocaïnegeld eruit vist, van de mensenrechtentypes die tuk zijn op dictatorgeld, van de fiscus die zegt dat híj moet opletten of er stiekem geld wordt weggesluisd, van de terreurbestrijders die willen dat hij elke woestijnsjeik in de gaten houdt. Kost hem klauwen vol geld, hele afdelingen heeft hij opgetuigd waar algoritmes speuren naar alles wat afwijkt. Driemaal raden wie dat mag betalen.

Als hij het niet doet, krijgt hij boetes opgelegd en staat hij op de voorpagina van de kranten en staan alle beterweters van het land weer krijsend naar hem te wijzen. Moet hij weer overal lezen dat er ‘een cultuurprobleem’ is in het bankwezen. Terwijl hij gewoon klantvriendelijk probeert te zijn.

Hij zou willen terugzeggen: geef je de politie ook een boete als ze de boef niet pakken, geef je de drugsbestrijders ook een boete als ze machteloos van het ene lijk naar het andere hollen, geef je de Fiod ook een boete als ze ontduikers laten lopen, geef je politici ook een boete als ze weer eens een vaasje stuk maken? Maar hij weet niet zeker of zijn redenering waterdicht is, dus houdt hij hem maar voor zich.

De bankier probeert wijs te worden uit de regels. Hij gooit al zijn rekeninghouders in het buitenland eruit, want dat is de snelste manier om risico’s die je niet in de hand hebt te minimaliseren. Staan daags daarna bejaarde Nederlandse emigranten die het land lang geleden hebben verlaten in de krant te huilen dat hun wrede bank een decennialange relatie eenzijdig heeft opgezegd. Krijgt hij dáár weer gezeur over.

Hopen personeel heeft hij aangenomen. Daar zitten sukkels tussen en rotte appels – hij kan toch niet voor al zijn mensen instaan?

Hij ziet ze vallen om hem heen. Grote namen. ING. Danske Bank en Deutsche Bank. Rabobank. ICBC, de grootste Chinese bank. En nu ABN Amro.

De bel gaat. De bankier schrikt. Ze staan ook bij hem voor de deur.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden