Column Peter Giesen

De Westerse wereld bevindt zich in een crisis van verbeelding

De westerse wereld bevindt zich in een crisis, maar het is geen materiële crisis, betoogt Peter Giesen. ‘Het is een crisis van het optimisme.’

Toen wij vroeger op vakantie gingen naar het Lago Maggiore, stopten we onderweg in Oostenrijk. Mijn vader zette voor één nacht een enorme bungalowtent op, mijn moeder verwarmde op een campingstelletje de hachee uit blik. Als ik mijn best doe, proef ik nog het vette vlees en de metalige smaak. De volgende ochtend stonden we vroeg op, braken we de tent af, stouwden we de imperiaal vol, zetten we het zeil vast met spinnen en gingen we door naar Italië. Het leven van de middenklasse in de jaren zestig was van een grote soberheid.

Ik denk eraan terug nu ik overal lees dat het kapitalisme in crisis verkeert. ‘Het kapitalisme is kapot’, schreef NRC Handelsblad afgelopen zaterdag. The Economist en de Financial Times, jarenlang de cheerleaders van globalisering en vrijhandel, staan tegenwoordig vol pleidooien voor bestrijding van ongelijkheid en overheidsingrijpen. Crisis, what crisis? De werkloosheid bedraagt 3,4 procent. De lonen blijven weliswaar achter bij de economische groei, maar ze stijgen nog altijd licht, terwijl ze zich toch al op een historisch hoog niveau bevonden.

Toch bevindt de westerse wereld zich inderdaad in een crisis. Het is geen materiële crisis, maar een crisis van de verbeelding, van het vermogen zich een betere toekomst voor te stellen voor zichzelf en zijn kinderen. Een crisis van het optimisme. Onze vakantie in de jaren zestig was naar hedendaagse begrippen spartaans, maar we geloofden dat het leven elk jaar beter zou worden. Alleen al het feit dat we naar Italië reden, was iets ongelooflijks. Voor het eerst in ons leven zagen we de bergen! Veel toeristen die tegenwoordig voor een habbekrats door Europa vliegen, op weg naar hun all-inclusivebestemming, zullen de toekomst daarentegen met angst tegemoetzien.

Achter de klinkende macro-economische cijfers schuilt veel onzekerheid. Het aandeel werknemers met een vast dienstverband is afgenomen van 73 procent in 2003 naar 60 procent in 2018, volgens cijfers van het CBS. In een onlangs verschenen rapport sprak de commissie-Borstlap van ‘een nieuwe sociale kwestie’: hogeropgeleiden redden zich wel en vinden uiteindelijk vast werk, lageropgeleiden lopen het risico in flexwerk te blijven hangen. Het vooruitzicht van een voortschrijdende robotisering maakt het perspectief er niet beter op.

Daarnaast bestaat een enorm tekort aan betaalbare woonruimte. Zelf kon ik op mijn 24ste zonder veel probleem een keurige flat huren van een corporatie in Utrecht. Mijn zoon is nu 28 en staat op een wachtlijst waar voorlopig geen einde aan komt.

Weinig durf en creativiteit

De gevestigde partijen hebben het laten gebeuren en tonen weinig durf en creativiteit bij het bedenken van nieuwe oplossingen. Sinds de naoorlogse maakbaarheidsidealen eind jaren zeventig vastliepen in inflatie en werkloosheid, zagen Nederlandse politici de wereld als een spel van onpersoonlijke krachten waarop je als land nauwelijks invloed kunt uitoefenen. Je moest je aanpassen, flexibel zijn, ‘hervormen’. Dominant was een economische visie op de wereld waarin de politieke vraag ‘in welk land willen wij leven?’ een ondergeschikte rol speelde.

Maar de wereld is veranderd door de opkomst van het populistisch nationalisme. Natuurlijk dankt het zijn aanhang vooral aan het verzet tegen immigratie, maar de populisten hebben ook iets anders gedaan: de politiek weer teruggebracht. Ze willen zich niet aanpassen, maar zelf het land kiezen waarin zij willen leven: een cultureel homogene, sociaal-conservatieve natiestaat.

Welk ideaal zetten de middenpartijen hier tegenover? Hebben ze meer te bieden dan pragmatiek, ingenieuze compromissen en handhaving van de status quo? ‘De gevestigde partijen houden een bordje omhoog: het gaat best goed. Dat is niet erg wervend’, zei een voormalig aanhanger van Forum voor Democratie die ik onlangs sprak.

Dwingen tot dromen

Zo dwingen de populisten de middenpartijen om weer te dromen. Hoe willen zij er de komende decennia voor zorgen dat de brede middenklasse zich beschermd voelt?

Een universeel vangnet voor werknemers en zzp’ers? Een basisinkomen? Een gigantisch woningbouwprogramma dat de Nederlandse traditie van volkshuisvesting weer nieuw leven inblaast?

We mogen weer dromen, over concrete maatregelen en onwaarschijnlijke vergezichten. De Engelse denker Aaron Bastani schreef onlangs een boek onder de intrigerende titel Fully Automated Luxury Communism, over een luilekkerland waar de schaarste is overwonnen door automatisering, waar machines het werk doen en mensen van hun vrije tijd genieten. Utopisch? Waarschijnlijk, maar het is goed om te dromen over de vraag wat we met onze fabelachtige rijkdom en almaar groeiende technologische mogelijkheden willen doen. Als we niet dromen, zullen de vruchten ervan verdwijnen in de zakken van een handjevol plutocraten.

De zomer is een periode van optimisme. Het leven gaat in een lagere versnelling, de druk van alledag laat zich minder voelen. Het is tijd om de balans op te maken en plannen voor het nieuwe jaar te smeden. Hopelijk gebruiken politici de zomer van 2019 om onbekommerd te dromen, om gedurfde projecten te bedenken. Natuurlijk volgt daarna de confrontatie met een weerbarstige wereld, maar zonder dromen is er geen richting. Luchtfietsen moet.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden