Column

De wereld heeft behoefte aan meer generositeit van Merkels Duitsland

Een bezorgde blik van Angela Merkel tussen Emmanuel Macron en Donald Trump inBeeld afp

Tijdens de G-20-top in Hamburg nam de Duitse bondskanselier Angela Merkel het Amerikaanse protectionisme op de korrel. 'Globalisering kan een win-winsituatie zijn', zei zij. 'Er hoeven niet altijd winnaars en verliezers te zijn.' Het zit de Duitsers hoog dat Trump hen er recentelijk van betichtte als handelspartner vals te spelen. Maar er zit meer achter Merkels lof voor de globaliserings. Sinds Trump in het Witte Huis zit, is zij de morele leider van de vrije wereld, de belangrijkste voorvechter van vrijhandel, menselijkheid ten aanzien van vluchtelingen, matiging in de diplomatieke relaties en Europese integratie. Dat engagement siert haar, maar als zij die leidende rol wil waarmaken, is er na het pleidooi voor vrijheid vooral behoefte aan meer generositeit. Duitsland moet leren delen.

Vrijheid is in het voordeel van de sterksten. De politieke denker Hans Morgenthau stelde zelfs ooit dat vrijheid in de internationale politiek de ultieme vorm van dominantie is. 'Er gaapt een wezenlijk verschil', zo merkte hij daarbij op, 'tussen de wijze waarop intellectuelen vrijheid beschouwen als een voorwaarde voor emancipatie en de wijze waarop vrijheid wordt gebruikt door hen die in het bezit zijn van de macht.' In dat laatste schuilt een groot risico: als vrijheid te zeer leidt tot onevenwichtige partnerschappen, groeit het verzet: zowel tegen de politieke manipulatie van de vrijheid als tegen de oorspronkelijke nobele intenties. Dat verzet neemt dan doorgaans de vorm aan van protectionisme, nationalisme en conservatisme.

Vandaag, net zoals goed een eeuw geleden, is Duitsland de dominante macht in Europa. Het controleert bijna 40 procent van de Europese maakindustrie en 30 procent van de Europese uitvoer naar buiten de interne markt. In Berlijn zijn ze zich goed bewust van dat economische leiderschap, maar té weinig van de politieke gevolgen. Zeker, de Duitsers zijn er voorlopig als de dood voor om die economische macht zichtbaar om te zetten in militaire slagkracht. Dat verklaart ook waarom ze niet thuis geven als de Amerikanen oproepen om 2 procent van het bruto binnenlands product in defensie te investeren. Ik denk niet dat de Fransen en de Belgen dat zouden waarderen, opperde generaal Jörg Vollmer onlangs. Hij verwees daarmee bijna expliciet naar een van de grote thema's in de geopolitiek: een continentale macht die groeit, wekt steevast argwaan van de buurlanden.

Duitsland heeft dat lesje goed geleerd. De grootste uitdaging voor Duitsland blijft vreedzame groei. Zolang het land terrein wint op de andere lidstaten, zal het zich moeten inspannen om het wantrouwen te temperen. Grondbeginsel daarbij is terughoudendheid in militaire opbouw. Het streven naar vreedzame groei was ook wat Duitsland de Europese integratie deed aanvaarden, van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal tot Helmut Kohl die accepteerde dat de Fransen de sterke D-Mark neutraliseerden in een muntunie. Duitsland zal niet langer groeien door expansie, maar door integratie, verantwoordde Kohl dat. Sindsdien staan de Duitsers mee aan de wieg van veel belangrijke Europese projecten, van technologie tot energie. Het belangrijkste doel: Duitse eenmaking én groei realiseren door zich in het midden van een grote, vrije interne markt te plaatsen.

Niet langer punthelmen dus, maar technocraten en zakenmannen. De muntunie heeft de D-mark misschien geneutraliseerd, maar allerminst de Duitse economische macht. Dankzij de muntunie blijft de Duitse export disproportioneel profiteren. De spanning blijft dus bestaan. Neem de G20-top in Hamburg. Er werd een handelsverdrag met Japan aangekondigd, maar het wordt vooral Duitsland dat profiteert. Het voert nu reeds meer naar Japan uit dan Frankrijk, Italië, België en Nederland samen. Of neem de Hamburgse haven: het havenbedrijf is erop uit om meer verkeer te trekken door de sterke Duitse industrie te koppelen aan logistiek. Je kunt het de Duitsers misschien niet kwalijk nemen, maar de verliezers zullen zich blijven verzetten. Andere lidstaten zullen niet aanvaarden dat Duitsland de baten van de eurozone opstrijkt en de solidariteit jegens andere lidstaten beperkt tot het uitwerpen van een financiële reddingsboei na een crisis.

Duitsland moet meer oprechte bezorgdheid tonen voor het wedervaren van de andere landen. Ook bij het kwart van de Duitse bevolking dat nauwelijks heeft geprofiteerd van de groei, kan het liberalisme van Merkel niet op sympathie rekenen. Niets is dodelijker voor vreedzame groei, zo weten we, dan een combinatie van gemor in het binnenland en wantrouwen in het buitenland. Ik hoop alvast dat ze in Berlijn meelezen.

Jonathan Holslag is docent internationale politiek aan de Vrije Universiteit Brussel. Dit is zijn laatste column.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden