ColumnSheila Sitalsing

De wegsluipende overheid, dat gaat zomaar niet

Daar waar het stilaan minder wordt, waar de overheid zich terugtrekt, waar voorzieningen het met almaar minder moeten doen en waar de speeltuin, de kinderboerderij en de bibliobus bedreigd worden in hun bestaan, is het zaak om de dingen positief te brengen. Dus zeggen de autoriteiten niet ‘zoek het zelf maar uit’ tegen de ontredderd achtergebleven burgers, maar sporen ze aan tot vrolijkheid. Roepen ze ‘doe-democratie!’, ‘van onderop!’, ‘burgerbetrokkenheid!’, ‘zelfbestuur!’, ‘zelfredzaamheid!’. Laat de actieve en betrokken burgers het zelf doen, want dat vinden ze juist leuk.

Dat klinkt aanzienlijk prettiger en aanstekelijker dan ‘we gaan snijden in voorzieningen en we gaan van u vragen zich langdurig, vrijwillig en gratis in te zetten om nog iets gemeenschappelijks overeind te houden’.

Dat de doe-het-zelfdemocratie niet altijd even democratisch uitpakt, weet iedereen die weleens op een schoolplein komt. Waar je met enige regelmaat kunt zien hoe een kleine, hechte en intimiderende kudde schoolpleinmoeders en een enkele -vader zich gretig op alle klusjes stort en alles bedisselt – de overige ouders laveren tussen stille dankbaarheid, milde ergernis en onverschilligheid. Of ze zinnen op een staatsgreep.

Zo kan het dus ook lopen in het dorp, wanneer het ‘burgerinitiatief’ waarmee de gemeente zo in haar nopjes is, blijkt te worden gedragen door de zestien enthousiaste bewoners die altijd op alle inspraakavonden komen en elke zaterdag met een heggenschaar en een schepje in de hand door het openbaar groen struinen. De rest heeft geen tijd, geen zin, geen mogelijkheid om zich ermee te bemoeien, of blijkt er diametraal andere opvattingen op na te houden over de te volgen koers en de te ontplooien initiatieven.

Dat wankele draagvlak is een van de problemen van burgerzelfbestuur die Hiska Ubels constateert in haar proefschrift over dit fenomeen. Afgelopen week promoveerde ze. De Volkskrant publiceerde maandag een boeiend artikel over haar onderzoek, dat Vernieuwende vormen van lokaal bestuur met een hoge mate van burgerzelfsturing heet. Daarin neemt ze vier lokale leefbaarheidsinitiatieven onder de loep op het leeglopende en vergrijzende platteland in het Noorden en Oosten van het land: in Ulrum, nieuw-Dordrecht, Beltrum en Ee.

Zelfbestuur is hip. Het past in de ideologie van participeren tot je erbij neervalt en het ophouden van de eigen broek. En het is reuze voordelig; een fulltime, professionele ambtenaar in dienst houden voor het beheer en onderhoud van de speeltuin is aanzienlijk kostbaarder dan een groep vrijwilligers aanmoedigen die geheel belangeloos in hun vrije tijd de boel staan te schilderen.

Onderzoeker Ubels spreekt in diverse interviews – in Trouw, in de Volkskrant, in de Groninger Gezinsbode – met warmte over de vrijwilligers die zich inzetten voor hun dorp. Maar op termijn is het ‘onrealistisch om te verwachten dat burgers op vrijwillige basis complexe projecten jarenlang op de been houden’, zegt ze ook. Ze vraagt aandacht voor de schaduwzijden. De mensen nemen te veel hooi op hun vork, moeten zich bezighouden met zaken waarvoor ze niet zijn opgeleid, krijgen ruzie met elkaar, raken gevangen in projecten waar ze maar niet met goed fatsoen vanaf raken als ze zich eenmaal eraan gecommitteerd hebben. En als ze een beetje subsidie van de gemeente krijgen, moeten ze hun kostbare tijd steken in verantwoording afleggen.

De overheid kan dan wel proberen stilletjes weg te sluipen en de boel over te laten aan de zelfredzamen: dat gaat zomaar niet.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden