ColumnWilma de Rek

De vraag welk salaris een zorgmedewerker moet krijgen, heeft niks met corona te maken

Erkenning is de brandstof van menselijk geluk. Een mens wil gezien en erkend worden en als dat niet gebeurt, gaat het mis. Vraag het mensen die hun baan kwijt zijn terwijl werken hun lust en leven is; mensen die geen opleiding hebben en zich geen raad weten met hun toekomst; mensen die eenzaam wegkwijnen in een verpleeg-, verzorgings- of hun eigen huis. Erkenning neemt allerlei gedaanten aan, ze wordt bijvoorbeeld geuit in de vorm van een compliment of een goed cijfer. Als het gaat om erkenning voor iemands werk, is een goed salaris de meest concrete vorm. Omgekeerd kun je stellen dat een slecht salaris een vorm van miskenning is.

Het debat over de beloningen in de zorg, dat deze week weer oplaaide maar al veel langer wordt gevoerd, gaat over erkenning. Hogere salarissen maken daar deel van uit, omdat ze de erkenning zichtbaar maken.

Erkenning is iets anders dan waardering. Mensen in de zorg krijgen volop waardering, vooral als er een enge pandemie woedt. Dinsdagavond laat stuurden de ministers De Jonge en Van Ark en staatssecretaris Blokhuis van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport een brief aan de Tweede Kamer over lonen in de zorgsector. Het woord ‘waardering’ staat bovenaan. ‘Het kabinet kan niet vaak genoeg benadrukken dat het een enorme waardering heeft voor de grote en onmisbare inspanning van de zorgprofessionals’, schrijven de bewindslieden, waarna lovende teksten volgen over ‘nimmer aflatende betrokkenheid’ en ‘liefdevolle zorg’.

Maar de zorgmedewerkers die woensdag in een estafette langs Haagse zorginstellingen richting het Binnenhof trokken, klaagden helemaal niet over gebrek aan waardering. Waardering is de eenmalige bonus van duizend euro netto die het kabinet eerder heeft beloofd (en die nog niet is uitgekeerd). Het NOS Journaal sprak met Lotte de Haan, medewerker in een verpleeghuis, die bonus een lachertje noemde. Ze vertelde over haar twee oma’s van 86 waar ze niet meer durft te komen omdat ze in de zorg werkt en bang is ze te besmetten, en barstte in huilen uit. ‘In de afgelopen drie maanden heb ik meer dan zeventig mensen zien overlijden. Het was superhard. Het was supersneu. En al die mensen zijn overleden zonder dat hun familie erbij was.’

Het was aandoenlijk en hartverscheurend, en misschien is dat een deel van het probleem. Ook in de Tweede Kamer werd de afgelopen weken vooral in emotionele termen over beloningen in de zorg gesproken. Door leden van de oppositiepartijen die vooral de coronacrisis aanvoerden als argument om de salarissen te verhogen en dan dingen riepen als ‘dit pikken we niet!’, of ‘schandalig!’. Door de coalitiepartijen die niet in de gaten hadden hoe denigrerend hun uitlatingen over ‘werkplezier’ en ‘powernapjes’ waren, en bleven benadrukken dat ze het de mensen in de zorg ‘heus erg gunden’.

Maar de vraag welk salaris een zorgmedewerker moet krijgen heeft niks met gunnen te maken, en trouwens ook niks met corona. Ze verdient geen emotionele maar een zakelijke benadering. Omdat er fundamentele vragen onder liggen: welke banen zijn voor een maatschappij écht belangrijk? Met wat voor werk wordt lof geoogst en geld verdiend? Waarom lopen die twee zo vaak uit elkaar, en wat gaan we doen om dat te veranderen?

Daarom moet het verwerpen van de moties over salarisverhogingen in de zorg niet het einde, maar het begin zijn van een wezenlijk gesprek. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden