DAGBOEKSEH-ARTS SUSANNE VAN ZOGGEL

De vraag die steeds belangrijker wordt: ‘Wat kon uw vader nog voordat hij ziek werd?’

Susanne van ZoggelBeeld VK

Michiel van der Geest tekent meerdere keren per week de ervaringen op van spoedeisendehulparts Susanne van Zoggel in Uden. Donderdag 26 maart: ‘Elke vorm van non-verbale communicatie wordt beperkt. Een hand met handschoen op een arm voelt toch anders.’

Vandaag een dagje vrij. Of nou ja, bijna dan. Vannacht moest ik toch een dienst draaien omdat een collega ziek thuis zit met hoestklachten. Overdag ben ik thuis bij mijn gezin. Ik probeer mijn zoontje enthousiast mee te helpen met zijn huiswerk, en aandacht te hebben voor mijn dochtertje die op het speelkleed ligt te draaien.

Maar ondertussen dwalen mijn gedachten af naar het ziekenhuis, naar het personeel dat zich voor 300 procent inzet. Hoe zou het daar zijn? Trekt iedereen het nog? Worden er nog meer collega’s ziek? Ik merk dat ik continu ‘aan’ sta en 24/7 bezig ben met deze crisis.

Vrijwel iedere dag verloopt hetzelfde, de patiëntenaantallen nemen toe in de ochtend, met het hoogtepunt in de middag en avond. We zien vrijwel niets anders meer dan coronapatiënten. Voor andere patiënten hebben we geen ruimte meer.

Gisteren kwam een oudere patiënt erg benauwd binnen met slechte zuurstofwaardes in zijn bloed. Met een zuurstofkapje met maximale zuurstof ging het iets beter, maar ik zag de angst in zijn ogen en bij de familie. Zou dit het zijn? De vraag ‘wat kon uw vader nog voordat hij ziek werd?’ wordt steeds belangrijker. Het bepaalt mede wat de behandelopties zijn, hoever we gaan.

We weten dat kwetsbare ouderen een langdurig ic-traject vaak niet overleven. En als ze het al overleven, dan hebben ze zo veel ingeleverd dat terug naar huis gaan meestal geen optie meer is. 

Probeer dit maar eens op een menselijke manier te bespreken met de patiënt en familie, terwijl je volledig in de beschermende kleding zit, inclusief mondkapje, spatbril, schort en handschoenen. Elke vorm van non-verbale communicatie wordt beperkt, alleen je ogen kunnen spreken en een hand op een arm voelt met handschoen toch anders. Dat maakt mijn vak op dit moment erg moeilijk.

Maar ik ben ongelooflijk trots op wat we samen hebben bereikt, met als sleutelwoord samen. Van het weekend stonden er vele ambulances klaar uit Noord-Nederland om patiënten op te halen, uren onderweg geweest naar het zuiden, waar de zorg nu niet geboden kan worden. Gisteren ambulances uit andere delen van Nederland. Wat zijn we jullie dankbaar. Dat ‘onze’ patiënten zo hartelijk ontvangen worden en er goed voor ze gezorgd wordt, nu wij het even niet kunnen doen.

Donderdag 26 maart: ‘Vaak weet ik al: deze patiënt gaat het waarschijnlijk niet redden’

Maandag 23 maart: ‘Veel patiënten overlijden hier zonder dat er familie bij kan zijn. Dat hakt erin’

Vrijdag 20 maart: ‘Over vier weken hoop ik weer een dag vrij te zijn’

Donderdag 19 maart ‘Toen ik na 17 uur werken thuiskwam hing er een spandoek: Mama is een held’

Woensdag 18 maart ‘Ik vrees dat ik aan de poort zal moeten zeggen: jij mag wel naar binnen en jij niet’

Dinsdag 17 maart ‘Je geeft niet per se een doodvonnis, maar voor die mensen voelt het wel zo

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden