ColumnKoen Haegens

De voorspelde hyperinflatie is in geen velden of wegen te bekennen

Buiten heerst droogte, maar in de economie regent het geld. Boven op de nationale en Europese stimuleringsplannen koopt de Europese Centrale Bank voor 750 miljard euro extra aan schulden op van landen en bedrijven. Donderdag besluit zij naar verwachting de geldkraan nóg verder open te draaien.

Volgens sommige commentatoren is het wachten op de financiële zondvloed. Hier en daar wordt al verwezen naar de kruiwagens vol waardeloze geldbriefjes in de Weimar-republiek. Eind 1923, op het dieptepunt van die monetaire crisis, was 1 dollar goed voor 4,2 biljoen Duitse mark. Spaargeld verdampte. Lonen werden uitgehold, net als het maatschappelijk vertrouwen. Extremisten roken hun kans.

Er is één probleempje met die sinistere parallel. Al sinds 2008 slaan de zogenoemde ‘inflationistas’ alarm over de op handen zijnde geldontwaarding. ‘Pecunicide’, noemde een econoom de nakende moord op onze spaarcenten. Twaalf jaar later is de voorspelde hyperinflatie nog altijd in geen velden of wegen te bekennen. Jawel, de prijzen van vastgoed, aandelen en andere waardepapieren zijn de lucht in geschoten. Maar de officiële inflatie in de eurozone bedroeg in mei welgeteld 0,1 procent.

Aan de inflatieangst ligt dan ook een even aansprekend als simplistisch idee ten grondslag: elke verruiming van de geldhoeveelheid moet vroeg of laat tot prijsstijgingen leiden. De werkelijkheid is net wat complexer. Inflatie ontstaat als te veel geld jaagt op te weinig goederen en diensten. 

Dat betekent ten eerste dat het minder gevaarlijk is om de geldpers aan te zwengelen in crisistijd. Burgers en bedrijven houden dan immers de hand op de knip.

Ten tweede de schaarste aan goederen en diensten. Dat was het probleem in Weimar. Honderdduizenden Franse soldaten bezetten het Roergebied, het hart van de Duitse industrie. In combinatie met een stakingsgolf zorgde dat voor een productie-infarct. Is dat bij ons het geval? De lockdown heeft hele sectoren platgelegd. Maar nu de maatregelen verlicht worden, kan de productie eenvoudig worden opgevoerd. In dat geval hoeft extra geld niet tot prijsverhogingen te leiden.

Inflatie is bovendien een uitdrukking van de machtsverhouding tussen kapitaal en arbeid. Hoe sterker werknemers staan, hoe makkelijker ze bij dreigende inflatie loonstijgingen kunnen afdwingen ter compensatie. Met als mogelijk gevolg een loon-prijsspiraal. Maar na decennia van krimpende vakbonden, globalisering en flexibilisering staan werknemers zwak. Zelfs toen bedrijven de afgelopen jaren floreerden, viel de gemiddelde loonstijging tegen. Waarom zou dat nu, met massaontslagen in het verschiet, anders worden?

Wie lang genoeg blijft waarschuwen voor hyperinflatie – tien, twintig, desnoods vijftig jaar – zal ooit zijn gelijk kunnen claimen. Maar in de tussentijd zijn er belangrijkere zorgen. Zoals hoe de grootste crisis sinds de Tweede Wereldoorlog te bestrijden. Over die periode gesproken: Hitler kwam niet aan de macht met de hyperinflatie in de jaren twintig. Hij kreeg zijn kans pas in de jaren dertig. Toen kampte de Duitse economie met een depressie en, jawel: deflatie.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden