Column Bert Wagendorp

De vliegende auto is het einde van de toekomst, we zijn er gearriveerd

Ik heb altijd al een vliegende auto willen hebben, dus ik las gisteren met grote belangstelling het stuk van Peter van Ammelrooy ‘Is dit de taxi van de toekomst?’ De taxi van de toekomst bleek een grote drone van Airbus. Eindelijk is het zover, hij komt eraan. Talloze fabrikanten werken aan een vervoermiddel waarmee je kunt rijden en vliegen. Tot mijn verrassing stonden Apple, Google en Tesla er niet bij, maar dat komt nog wel. Iemand met verstand van zaken zei het zelf: ‘De tijd is er rijp voor. We hebben op de grond geen ruimte meer voor auto’s.’

Als iets het symbool is van ‘de toekomst’, is het de vliegende auto. Zelf kwam ik er voor het eerst mee in aanraking door de tekenfilmserie The Jetsons, uit de jaren zestig, waarin George Jetson elke dag met de vliegende auto naar kantoor gaat. Sindsdien zie je op alle futuristische plaatjes auto’s door de lucht vliegen, met mensen erin op weg naar hun werk. Door die beelden ben ik ervan overtuigd geraakt dat zonder vliegende auto’s geen sprake kan zijn van de toekomst. Zonder vliegende auto’s blijft het vroeger. Deze zienswijze werd bevestigd in Star Wars (I, II en III) Blade Runner en Back to the Future (I en II), allemaal spelend in de voltooid toekomende tijd, met vliegende auto’s als de normaalste zaak van de wereld.

De droom van de vliegende auto bestaat al sinds er auto’s en vliegtuigen zijn, dus meer dan honderd jaar. Waarom het zo lang moest duren voor hij werd verwezenlijkt weet ik ook niet. Henry Ford, de Amerikaanse autotycoon, verklaarde al in 1940 dat het een kwestie van tijd was voor hij vliegende auto’s zou gaan maken en verkopen. Henry is nu alweer ruim zeventig jaar dood, maar nergens een vliegende Ford te bekennen. Alleen in Harry Potter en de Geheime Kamer kiest een Ford Anglia het luchtruim, met Ron Weasley achter het stuur.

Met een vliegende auto heb je geen last van files. Je slaat je vleugels of wieken uit en laat lachend de stumpers in hun niet-vliegende oldtimers achter je.

We zijn dus op het punt aangekomen waarin de toekomst geen toekomst meer is maar nu, althans bijna. De vliegende auto is het einde van de toekomst, we zijn er gearriveerd. Dat heeft ook iets tragisch, maar daar verzinnen we wel iets op. Een varende vliegende auto bijvoorbeeld, of een vliegende autoduikboot. De autoduikboot was al te zien in The Spy Who Loved Me, de Bondfilm uit 1977, waarin Roger Moore tegen Barbara Bach de onvergetelijke woorden spreekt: ‘Can you swim?’, alvorens met de Lotus Esprit S1 onder water te verdwijnen en de vijand met stomheid te slaan: zonder meer een aantrekkelijk idee.

Wie per se een vliegende auto wil, hoeft niet zo lang meer te wachten. De toekomst staat op punt van aanbreken in Raamsdonksveer. Daar maakt het bedrijf Pal-V International de Pal-V Liberty, een driewieler waarmee je op de weg 160 km/u kunt en in de lucht 180. De Pal-V is een zogenoemde ‘autogiro’ of ‘gyrocopter’, met zelfdraaiende wieken. Op de site van het bedrijf zit gewoon een knop ‘Purchase’ schokkend gewoontjes, zover zijn we dus al. Paar formulieren invullen, geld overmaken en je bent Koning Toekomst. Je rode Liberty kost 499 duizend euro en wordt geleverd in 2020. Hij rijdt/vliegt op euro 95 en je kunt er zonder tussenstop mee naar Parijs. Niet te lang twijfelen, de eerste limited edition is bijna uitverkocht.

Nadeel van de vliegende auto is dat hij de toch al zo gespleten samenleving verder uit elkaar zal rijten. Straks sta je vloekend in de file met je top-occasion, terwijl boven je de elitaire kosmopolieten fluitend naar huis zweven.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.