COLUMNKatinka Polderman

De verwoestende werking die Herman van Veen had op mijn frêle kindergeluk

‘Zeg, wanneer ben je eigenlijk van plan te gaan luisteren?’ Ik probeer mijn zoon na het bad in zijn nieuwe pyjamaatje met gele betonmixers en shovels te hijsen.

‘Ik ga luisteren als ik 36 ben!’ Hij legt een gewichtige nadruk op 36 en neemt een aanloop voor een enorme glijvlucht, om uiteindelijk met zijn billen op zijn bed te landen.

‘36? Dat duurt nog heel lang! Dan zijn papa en mama een opaatje en omaatje, en jij misschien wel vader.’

Ik zie aan mijn zoon dat dit een voor hem volkomen nieuw idee is.

Dat hij baby is geweest en nu niet meer, daarvan is hij zich bewust. Dat we eerst een kleine rode auto hadden en nu een grotere blauwe, dat er kleren zijn die hij niet meer past omdat hij gegroeid is, dat hij eerst naar de peuterspeelzaal ging en nu in groep 1 zit, dat heeft hij door.

Maar dat er een leven lang dingen veranderen, groots, onontkoombaar en onomkeerbaar, dat je verder vooruit kunt kijken dan de vijf nachtjes slapen tot de Efteling, daar heeft hij klaarblijkelijk nooit bij stilgestaan.

Zelf had ik dat besef als kind al wel en dat is de schuld van Herman van Veen. Of eigenlijk van Willem Wilmink, die de liedteksten schreef voor het cassettebandje dat ik van hem had. In mijn herinnering gingen al die liedjes over het terugverlangen naar de kindertijd, de melancholie over al dat heerlijks dat volgens Herman verdampte zodra je de basisschool verliet. Over zomers die nooit meer zo oneindig zouden zijn als in je jeugd, en ook nooit meer zo zonnig, kersen die nooit meer zo zoet zouden smaken en geluk dat nooit meer zo groot zou zijn.

Ik luisterde ernaar, fronsend, me bewust van de immense taak die op mijn kleuterschoudertjes lag: alle kinderactiviteiten die ik ontplooide (bellenblazen, spelen in de vloedlijn of in de zandbak) probeerde ik zo bewust mogelijk te beleven; de verstrijkende minuten moest ik in mijn kleuterknuistjes proberen vast te houden, voor later.

Bij nader inzien hadden mijn ouders me beter een cassettebandje van Cannibal Corpse of Carcass kunnen geven, dat had een minder verwoestende werking gehad op mijn frêle kindergeluk dan In vogelvlucht, 20 jaar Herman van Veen.

Ik besluit een poging te doen om te redden wat er te redden valt, met een slap ‘Het duurt nog echt nog ontzettend lang voordat je 36 bent hoor lieverd, nog heel veel keer jarig, maak je geen zorgen, en papa en mama zijn nog lang geen opaatje en omaatje’.

Mijn zoon hoort het niet eens meer, hij heeft het te druk met nieuwe landingen bedenken op het bed.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden