ColumnSarah Sluimer

De verwachte euforie die de moeheid doet vergeten bleef uit

De kleuter en de baby hadden onze liefde voor het leven de afgelopen weken vakkundig gesloopt door van ons huis een Guantanamo Bay-achtige vesting te maken waar slapeloosheid en geluidsmarteling broederlijk hand in hand gingen, en dus gingen mijn vriend en ik een avondje uit. Wel veilig in eigen stad, want de branie die we bij ons eerste kind nog hadden is momenteel zo goed als uitgedoofd. Na twee glazen wijn bleek dat de verwachte euforie die de moeheid doet vergeten uitbleef. Na drie glazen zag ik dat zijn oogleden als treurige gordijntjes naar beneden hingen. ‘Wie is de lelijkste man op aarde met wie je seks zou kunnen hebben?’, bracht hij moeizaam uit, in een laatste, maar uiterst eigenaardige poging enige hitsigheid in het gesprek te brengen. Ik moest op mijn beurt zo lang nadenken dat ik vergat wat de vraag was.

Zijn reactie op de malaise die in zijn nek hijgde was nóg meer, en ook andere dingen dan wijn, drinken. ‘Op de vlucht voor de klap’, mompelde hij daar zelf over, één beverig vingertje in de lucht, en zo volgden een wodka-cola, drie limoncello en een espresso-martini elkaar in noest tempo op. Het hielp niet. Het werd erger.

Inmiddels waren we in de nachtkroeg van het stadje beland. Een kopie van het café waar ik tijdens mijn middelbareschooltijd rondhing. Een lange bar, een houten vloer die altijd nat leek en een dozijn gymnasiumjongens die precies dezelfde matjes en polo’s droegen als ze altijd al hebben gedaan.

We raakten in gesprek met ze, natuurlijk. Soms blijkt dat je nog wel heel goed met anderen kunt praten als de hamer je heeft geraakt. Al snel vond ik mezelf terug in een hoek, terwijl een blonde engel met hoekige schouders en een beginnend snorretje om zich heen wees naar het kroegpubliek en oreerde ‘dat iedereen evenveel waard is, maar mensen er wel zelf wat van moeten maken’. Een ander exemplaar, lang en dun met bruine krullen, zei opgeschoten: ‘Mijn ouders hebben gewoon fokking veel geld, dus ik ga gewoon fokking veel lachen later.’

Ik zocht om me heen naar mijn vriend en verwachtte half hem daas uit de wc te zien strompelen. Maar daar stond hij, in het midden, een groep scholieren ernstig en kalm toe te spreken. Ik liep naar hem toe en ving nog net op: ‘Thierry Baudet? Die parvenu? Zijn jullie helemaal gek geworden? Ga eerst eens iets over het leven leren voordat je ons lot in handen van Lord Byron op een pizzascooter legt.’

De jongens bogen nederig hun hoofd. ‘Ja, hij is ook wel een beetje een neppe gast’, zei er eentje zachtjes.

We gingen naar huis. Mijn vriend, helemaal wakker nu, stampte naast me voort. ‘Het waren aardige jongens, hoor. Maar als mijn zonen later zo worden...’ Hij maaide er woest met zijn armen bij.

Ik haakte bij hem in. Hij mopperde door. Ik gaf hem een kus.

Zelfs op zijn vrije avond pas weer de oude als het vaderschap hem riep.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden