Verslaggeverscolumn Margriet Oostveen

De verplichte screening van kindermishandeling werkt dramatisch slecht

Margriet Oostveen

Burgemeester Pauline Krikke van Den Haag stelde donderdag voor om daders van huiselijk geweld, nadat ze zijn gestraft, van een buddy te voorzien. Een soort schuldhulpmaatje tegen losse handjes.

Leuk plan. Maar de spreker ná haar op het het Jaarcongres Huiselijk Geweld in Ede, zelf een van de belangrijkste experts op het gebied van kindermishandeling in Nederland, hield een zó ontluisterend verhaal, dat de rest van de dag toch vooral bleef hangen hoe verraderlijk de illusie van controle van dit soort ‘gerichte aanpak’ kan zijn.

De spreker was Elise van de Putte, kinderarts en hoogleraar sociale kindergeneeskunde bij het UMC Utrecht plus voorzitter van het Landelijk Expertisecentrum Kindermishandeling. Alle experts hebben een zaak die hen bijzonder heeft geraakt en Van de Putte kreeg een jongetje van twee jaar oud onder ogen, Jacob. Hij had een grote blaar onder zijn voetje, maar volgens zijn moeder kwam dat door nieuwe schoentjes. Van de Putte liet toch maar röntgenfoto’s van Jacob maken. De peuter bleek meerdere verse botbreuken te hebben.

Jaarcongres Huiselijk Geweld.

Waarom was dit niet eerder gesignaleerd? De verplichte screening op kindermishandeling, een vragenlijst die artsen sinds 2011 moeten gebruiken om kindermishandeling op te sporen, bestond immers al: ‘En toch was hier een kind door alle mazen heen gegaan’, zegt Van de Putte.

Nederland is het enige land in de wereld met deze verplichte screening. Dat zulke vragenlijsten niet goed werken, werd vorig jaar al duidelijk toen promotieonderzoek uitwees dat de meeste verdenkingen van kindermishandeling na die screening onterecht zijn.

Nu blijkt de werkelijkheid zacht uitgedrukt nog wat ellendiger.

Elise van de Putte geeft de zaal eerst een snel college screeningmethodes. De belangrijkste klinkt als een verzonnen taal: SPUTOVAMO (‘vréselijk woord’) . Waarbij iedere letter van het woord staat voor iets waarop gelet moet worden bij letsels: soort, plaats, uiterlijke kenmerken, tijd, oorzaak, veroorzaker, andere getuige/signaleerders, maatregelen, oude letsels.

Er is inmiddels ook al een ‘SPUTOVAMO Revisited 2’, en een ‘SPUTOVAMO Revisited 3’. En we mogen van Van de Putte aannemen ‘dat er nog dertig varianten zijn’, die nog níét wetenschappelijk zijn onderzocht.

‘Ik ga u nu laten zien wat dit heeft opgeleverd’, zegt van Putte dan, ‘en dat is echt dramatisch.’

Elise van de Putte Beeld UMC Utrecht

Van 55 duizend kinderen die gescreend werden bij huisartsen en spoedhulp, bleek na onderzoek, zijn er dankzij deze verplichte vragenlijst maar negen gemeld bij Veilig Thuis, het advies- en meldpunt voor huiselijk geweld en kindermishandeling. ‘Negen!’, zegt Elise van de Putte.

In totaal kwamen honderd kinderen ‘positief’ door de screening, dat wil zeggen dat de screening op kindermishandeling wees, maar in 91 gevallen bleek dat vals alarm.

Maar nog erger: van de 54.900 kinderen bij wie volgens de screening niets aan de hand was, zijn later toch nog 478 kinderen gemeld bij Veilig Thuis. De screening had haar werk dus niet gedaan, net als bij de 2-jarige Jacob.

Elise van de Putte zegt: ‘Dan denk je toch: waar dóén we dit voor?’ Zij stelt voor de verplichte screening af te schaffen. Wat volgens haar beter werkt: álle betrokkenen, dus niet alleen artsen, beter scholen in waar ze alert op moeten zijn.

Van de Putte vertelt hoe ze in het UMC Utrecht tot haar ergernis jaarlijks op cursus brandpreventie moet (‘Ik moet dan met zo’n brandslang lopen’). En vraagt: Zou het niet zinvoller zijn als we in een ziekenhuis allemaal een cursus kregen om alert te zijn op kindermishandeling? Van arts tot schoonmaker, die misschien in een gang hoort hoe een moeder haar kind afstraft? ‘Want dat soort dingen hóór je in een ziekenhuis.’

Boekentafeltje in de pauze.

Maandag bracht het Verwey-Jonker Instituut de eerste sombere resultaten van nieuw onderzoek naar buiten. Ze volgen circa 1.200 gezinnen die net zijn aangemeld bij Veilig Thuis. Dit in ruim honderd gemeenten.

Uit de eerste meting blijkt al dat huiselijk geweld voor kinderen veel ernstiger uitpakt dan werd gedacht. Ze maken vaker geweld mee dan werd aangenomen – meer dan een keer per week. Bij meer dan de helft is er sprake van geweld tussen ouders én zijn kinderen zelf slachtoffer van mishandeling of verwaarlozing. Vier op de tien kinderen hebben al traumatische klachten.

Ook risicofactoren worden in kaart gebracht en wat blijkt: bijna de helft van de onderzochte gezinnen bij Veilig Thuis leeft in armoede. Dat wil zeggen van minder dan 1.500 euro per maand.

Zeven keer zo veel als de gemiddelde Nederlander. Díé cijfers, dacht ik. Dáár zou iemand eens iets bij moeten bedenken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.