De veelgeprezen Nederlandse nuchterheid blijkt bij grote crises niets meer dan horkerige arrogantie

Beeld de Volkskrant

Ruim een week geleden leek het allemaal nog wel mee te vallen. Het coronavirus zou niet veel meer dan een omhooggevallen griepje behelzen, dat vooral voor oude mensen een bedreiging zou vormen. Massahysterie of economische schade was meer te vrezen dan de ziekte zelf, was de officiële boodschap. Laconieke luitjes, bezig met hun volgende huis en auto, uitten op Twitter hun ergernis over de hoeveelheid berichten over het virus, dat toch vooral een probleem was van vleermuizenetende Chinezen en die prutsers in Italië.

Twee weken geleden, voor vertrek naar ons Zwitserse ski-adres, kreeg ik het aan de stok met mijn Zweedse vriendin. Ze vond het maar een enge toestand en twijfelde of we wel moesten gaan. Naar goed Nederlands gebruik maakte ik haar zorgen belachelijk en sneerde dat je je niet tegen alles in het leven kan verzekeren. Zweden hebben namelijk de neiging alles wat los en vast zit te verzekeren - en daar vervolgens massaal mee te frauderen. Ik sloot af met het populaire bralverhaal dat een goede crisis precies is wat deze wereld nodig heeft en dat er bovendien sowieso te veel oude mensen zijn.

Ik waande mezelf even Jeroen Dijsselbloem, die zojuist in het Europarlement een stel luie Zuid-Europeaanse uitvreters heeft verteld dat ze de verstikkende economische broekriem volledig aan zichzelf te wijten hebben; hadden ze maar niet al hun geld aan vrouwen en alcohol uit moeten geven. Ditmaal was het mijn beurt om het hazerige Zweedse volk even op zijn plek te zetten in mijn oneindige Hollandse wijsheid.

Mijn vriendin zei: ‘Er zijn teveel oude mensen? Weet je wel wat je zegt?’. Ik citeerde Dijsselbloems klassieker: ‘I know what I said, it came from this mouth’. De wijsvinger in de richting van mijn mond liet ik achterwege, maar het voelde goed.

Een week later schaam ik me voor mijn impersonatie van de klassieke Hollandse lul. De veelgeprezen Nederlandse nuchterheid blijkt bij grote crises niets meer dan horkerige arrogantie, met een lacherige manager-president als inspirator. Het vreselijk ordinaire hamstergedrag onderstreept nog maar eens hoe wij nuchterheid en assertiviteit structureel verwarren met brutaliteit. De grote mond over andere landen begint gênant te worden; Noord-Italië is rijker dan wij en heeft zo’n beetje de beste gezondheidszorg ter wereld. Bovendien zijn Italianen met hun geringe hypotheekschulden en sterke familiebanden ook economisch schokbestendig.

De realiteit is dat het coronavirus misschien wel juist in Nederland een enorme test gaat worden voor onze overleveraged en overgeïndividualiseerde samenleving. Het vertrouwen in onze overheid en het medisch systeem heeft bij mij in ieder geval al wat deuken opgelopen door de kille capaciteitscijfers en de structurele misinformatie over het besmettingsgevaar van mensen zonder symptomen en kinderen. Tel daar een egoïstische bevolking en een belachelijk dichtbevolkt land bij op, en iedereen met gezond verstand weet dat er geen enkele reden is om te verwachten dat wij het beter gaan doen dan andere landen.

De coronacrisis zal in economische zin een scherprechter blijken voor de vele met schulden behangen Nederlandse bedrijven die paycheck to paycheck ondernemen, met op korte termijn vooral pijn in de evenementen-, luxe- en reisbranche. Anderzijds zal deze crisis op termijn, zoals alle crises, een zwarte zwaan kunnen blijken. Quarantaine doet ons wellicht eindelijk eens beseffen dat thuiswerken effectiever en milieuvriendelijker is dan de hele dag koffiedrinken in de Van der Valk. Een beetje devaluatie van activa kan bovendien geen kwaad, zeker niet voor jongere generaties.

Maar de coronacrisis gaat allereerst over solidariteit. Gezonde, jongere mensen moeten zich beperken of volledig binnen blijven om te snelle verspreiding van het virus te voorkomen, zodat ouderen en zwakkeren niet allemaal tegelijk ziek worden. Onze samenleving wordt getest op haar altruïsme, haar vermogen individuele behoeftes ondergeschikt te maken aan het algemeen belang. Een test waarbij we helemaal niets hebben aan onze zelfvoldane Nederlandse volksaard, die hoogstens nuttig is in de handel. Het zou winst zijn als deze crisis ons Nederlanders leert wat echte nuchterheid betekent. 

Sander Schimmelpenninck is journalist en ondernemer.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden