Verslaggeverscolumn Gouda

De varkensbarbecue van extremisten groep Pegida raakt bij iedereen een gevoelige snaar

Verslaggeverscolumn - Toine Heijmans in Gouda

Beeld de Volkskrant

De extremisten van Pegida gaan in vijf steden varkensvlees roosteren aan de poort van de moskee, tijdens ramadan. Met varkensbloed zegenden ze eerder een houten kruis op het bouwterrein van een moskee in Enschede de extremist van dienst droeg een priestergewaad. Ze verstoorden de benoeming van de burgemeester in Arnhem (‘wegwezen!’) vanwege zijn geloof. Extremisten van Identitair Verzet stonden met bivakmutsen op het dak van een islamitische school jonge kinderen bang te maken, en te overtuigen van hun minderwaardigheid. De deur van een andere school kreeg een kettingslot en een briefje met een doodshoofd, tot genoegen van Pegida.

Dat kinderen de eerste schooldag al spannend genoeg vinden is ondergeschikt, in de lompe strijd tegen ‘de islamisering’.

Maar het kan altijd lomper.

Barbecueën op deze plek is een opgave. Het is een volle straat tegen het centrum aan, doorsneden met parkeerhavens. Als extremist ga je niet klooien met wegwerpbarbecues; er moet een speenvarken aan het spit en dat kost ruimte. De gemeente Gouda gaat nu met de extremisten ‘in gesprek’, over wat ze willen en hoe dat vorm kan krijgen.

Media maken netjes melding van de varkensbarbecue. ‘Iedereen die zijn plastic bordje en bestek én een goed anti-islam humeur meeneemt kan een stukje van de speenvarkens mee komen eten’, schreef het AD lankmoedig. Lekker weg in eigen land: ‘de barbecues duren iedere avond van 20.30 tot 22 uur.’

Achter de schroomvallige gevel van moskee Nour, de oudste moskee van de stad, stofzuigt iemand het tapijt van de gebedszaal. Iemand anders, een jongen nog, in sneeuwwit en met een vlasbaard, begint alvast met bidden. Daarna zegt hij over de varkensbarbecue: ‘Het is eng. Maar ik kan daar niks aan doen. Kan de burgemeester daar niets aan doen?’

Geen namen graag ik wandel in gevoelig terrein. De moskeegangers, de straatbewoners, de burgemeester: hier blijven ze beter buiten. Het raakt een kern. Angst en afkeer van de ander zijn nog altijd diep verankerd in Hollandse grond.

‘Je mag best tegen de islam zijn’, zegt de jongen zonder naam. ‘Maar het is ons geloof. Iedereen is toch vrij om te geloven?’

De moskee staat ergens tussen de schitterende kerk en de schitterende molen, de zeilen vol op de wieken. Door dat landschap van oude sluizen en varend erfgoed loopt een moslim richting dohr. De straat beschikt over supermarkt Al Karama en wijnhandel Pandora’s Bottle tegelijk. Een agent parkeert zijn auto voor de moskee en gaat naar binnen, ‘iets persoonlijks’, zeggen ze er later.

Buiten loopt een naamloze man met een hond. ‘Zolang we geen kerken in Saoedi-Arabië mogen bouwen’, zegt hij, ‘hebben ze hier niks te zoeken.’ Van de moskee geen overlast, wel van ‘hen’, ‘die’ en ‘ze’: moslims. ‘Weet je wat het is - we zijn straks geen baas meer in eigen land jongen. Kijk op dinsdagavond naar Opsporing Verzocht dan weet je genoeg.’

De naamloze man bij de vuilcontainer redeneert andersom. De moskee is in de straat ‘een rustgevend fenomeen’, zegt hij. Daar past geen krankzinnig protest. Met de varkensbarbecue wordt ‘een fatsoensgrens overschreden’, ‘dat dóe je niet’. Daar mag de burgemeester ferm op reageren - ook dat is fatsoen.

Maar de burgemeester reageert niet. Gouda gaat ‘in gesprek’ met de extremisten, zegt de woordvoerder nog maar eens, ‘en dat gesprek is nog niet gearrangeerd’.

Utrecht gaat ‘in overleg met de organisatie om te zorgen dat een en ander binnen de regels van de wet blijft’.

Rotterdam gaat de aanvraag ‘in behandeling nemen’.

Arnhem gaat zich ‘erover buigen’.

Den Haag: ‘Dit verzoek wordt zorgvuldig beoordeeld en getoetst aan de Wet Openbare Manifestaties.’

De man bij de container begrijpt het niet. ‘Met dit soort mensen ga je toch niet praten? Dan neem je ze serieus.’ Als ik de woordvoerder vraag waarom Gouda de varkensbarbecue niet bij voorbaat afdoet als immoreel, of de burgemeester alvast afstand laat nemen, wat niet zo lastig is, je zegt dan iets als: ‘dit doen we niet in onze stad en verder basta’, reageert ze kribbig. ‘Eerst maar eens in gesprek gaan, en kijken wat de bedoeling erachter is.’ Dat klinkt zo deemoedig, zeg ik. ‘Dat is dan jouw interpretatie.’

De moskee is dan al volgelopen voor het middaggebed, en ik stuit er op ongemakkelijke mannen en hun ‘geen commentaar, geen comentaar’. De voorzitter krijg ik niet te spreken, ‘die is in Marokko’, en al die ogen kijken me naar buiten en als ik daar met een aardige man begin te praten krijgt hij opdracht daarmee te stoppen.

Het schiet allemaal niet op.

‘We zijn gewoon gewend geraakt aan discriminatie’, zegt de naamloze man bij de container. ‘We denken er niet zoveel meer over na.’

Of juist teveel.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden