De tranen gieren over de wangen

- Beeld Paul Levitton

De tranen biggelen ons over de wangen, niet van verdriet maar van het lachen. Ik heb altijd aanleg voor de slappe lach gehad. Mijn vriend weet die regelmatig bij me op te wekken. 'Hou op, hou op!', roep ik, maar eenmaal los kan hij niet meer stoppen. Hij heeft een gevoel voor humor dat geen grenzen kent. Zijn invallen lijken hemzelf te verrassen. Hij brengt ze niet als een droogkomiek met uitgestreken gezicht, maar snikt zelf uitbundig mee. Je weet niet waar het eindigt en hoopt dat het altijd door zal gaan. Het leven als één grote slappe lach. Hikkend van de lach sterven.

De filosoof Henri Bergson schreef in 1900 een uitputtende verhandeling over het lachen en de betekenis van het komische, zo serieus dat het lachen je vergaat. Waarom en waarover en wat is het lachen? Eerst even Van Dale: 'Door een vertrekking van de mondhoeken en de onderste delen van het aangezicht, al of niet vergezeld van een reeks hoorbare ademstoten, een gewaarwording van vrolijkheid of opgewektheid uitdrukken'.

In Lachen (Uitg. Boom, 2010) schrijft Bergson in een van zijn poëtischer momenten: 'De golven botsen op elkaar, stromen tegen elkaar in en zoeken hun evenwicht. Vrolijk wit en vederlicht schuim volgt hun wisselende contouren. Soms laat het terugtrekkende water een vlokje schuim op het zand van het strand achter.(...) Het lachen ontstaat net als dit schuim. Het wijst de oppervlakkige beroeringen aan de buitenkant van het maatschappelijk leven aan. Het schetst onmiddellijk de beweeglijke vorm van deze schokken. Het is ook schuim op zoutbasis. Het bruist als schuim. Dat is vrolijkheid.' De zin die hij erop laat volgen kan ik als zeezout- en lachliefhebber niet meevoelen: 'Maar de filosoof die het oppakt om het te proeven krijgt soms van een klein beetje al een bittere smaak in zijn mond.'

Om wat lachen we? Een voorbeeld van Bergson: een man rent over straat, struikelt en valt, de voorbijgangers lachen. Er zou niet om hem gelachen worden als je er van uit kon gaan dat hij de plotselinge ingeving gekregen had op de grond te gaan zitten. Men lacht om het feit dat hij onvrijwillig is gaan zitten. Door gebrek aan soepelheid, verstrooidheid of obstinaatheid van het lichaam zijn de spieren dezelfde beweging blijven uitvoeren. Daarom is de man gevallen en daarom lachen de voorbijgangers.

Dit doet me denken aan tekenfilms waarin de figuurtjes soms nog een tijdje in de lucht doorrennen voor ze naar beneden ploffen en op de grond hun elkaar achternazitten kunnen voortzetten. Een paar avonden geleden struikelde ik over een vloerkleedje en kwam met een klap op de grond terecht. Ik was in mijn eentje en lachte niet. Voor een lach is op zijn minst een toeschouwer nodig. Die zou waarschijnlijk lachen, maar dat lachen is een schrikreactie. Lachen van de schrik. In de definitie van Van Dale is daar nog heel wat voor nodig. De lach is ons niet aangeboren. Ook bij ons sterven kan er geen lachje af.

Als ik dus zo om en met mijn vriend lach zou ik dat niet spontaan doen, maar met een bedoeling: vrolijkheid of opgewektheid uitdrukken. Sorry hoor, om zoveel ernst kan ik niet lachen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden